Hoofdstuk 5: Het duistere verbond
De kille loop van het zilveren pistool glinsterde in het instabiele licht van de olielamp. Mijn hart klopte in een uitzinnig ritme, maar vreemd genoeg verdween de verlammende angst en maakte plaats voor een ijzige, heldere woede.
"Je hebt je eigen man vermoord," zei ik, waarbij ik mijn stem zo vast mogelijk probeerde te houden. "Henrik... de vader van je eigen kind. En je hebt het laten lijken alsof ik de schuldige was."
Charlotte lachte zachtjes, een droog en koud geluid dat door de stenen gewelven van de kelder echode.
"Henrik was een zwakkeling, Eleanor," sprak ze minachtend. "Hij dacht dat hij de koek kon verdelen en op twee stoelen kon zitten. Hij wilde jou de schuld geven van onze affaire als het uitkwam, en toen hij wroeging kreeg, wilde hij mij aangeven bij de politie. Ik had geen keuze! Hij moest verdwijnen. De autocrash op de A16 was een meesterwerkje. Een kleine inkeping in de remleidingen, wat extra benzine in de kofferbak... het vlammenzee overdekte alle sporen."
Kees slaakte een schorre kreet van ontzetting. Hij probeerde overeind te krabbelen van de stoel, maar de werking van het gif verlamde zijn spieren. Hij zakte weer weg en klemde zijn vingers in de rand van de tafel.
"Mama... Charlotte..." bracht Kees er stotterend uit. "Waarom...? Waarom heb je mijn leven verwoest?"
Charlotte keek vluchtig naar Kees. In haar ogen brandde geen spoor van moederlijke liefde; slechts een afstandelijke, kille berekening.
"Ik heb je leven niet verwoest, Kees. Ik heb je een kans gegeven," zei ze koud. "Ik liet je achter bij Eleanor omdat zij de perfecte, saaie burgermutser was die jou een stabiel thuis kon bieden terwijl ik mijn zaken regelde in het buitenland. Maar jij moest zo nodig wroeten! Jij moest zo nodig gisteren de houten wand in je oude slaapkamer slopen om ruimte te maken voor je schilderspullen!"
"Jij hebt die brieven daar neergelegd!" riep ik uit, terwjl ik een stap naar voren zette om mezelf tussen het pistool en Kees te plaatsen. "Jij hebt ze recent achter die wand gestopt! Waarom?"
"Omdat het tijd werd om de rekening te vereffenen," antwoordde Charlotte strak. "Mijn geld in Zwitserland is op. De man die jullie buiten zagen—mijn zakenpartner, Viktor—heeft geld nodig. En het enige wat ik nog bezit, is het wettelijke recht op het enorme familiekapitaal dat onze ouders hebben achtergelaten. Een kapitaal dat pas vrijkomt als jij, Eleanor, én jouw enige erfgenaam dood zijn."
De puzzelstukjes vielen met een afschuwelijke klap op hun plek. Charlotte was niet teruggekomen om geheimen te onthullen. Ze was teruggekomen om te moorden.
Ze had de brieven met mijn nagemaakte handschrift verborgen om Kees tegen mij op te hitsen, zodat hij de confrontatie zou zoeken en mij in diskrediet zou brengen. En door Kees te vergiftigen en het op een zelfmoord uit schuldgevoel te laten lijken, zou zij als de 'lang verloren gegane zus' het volledige erfdeel kunnen opeisen.
"Je bent gek geworden, Charlotte," zei ik fluisterend. "Denk je echt dat je hiermee wegkomt? De politie..."
"De politie denkt al dertig jaar dat ik verdronken ben in de Lek!" onderbrak ze me fel. "Zodra jullie twee hier liggen—een dode moeder en een zoon die stierf aan vergif uit wroeging—verdwijn ik weer in de nacht. Viktor zal de lichamen opruimen."
Op dat moment klonk er een zware voetstap op de stenen trap achter mij.
De man met het litteken—Viktor—kwam de kelder binnengelopen. Hij droeg een grote, zwarte plastic zak en een rol dikke tape in zijn handen.
"Is het geregeld, Charlotte?" vroeg Viktor met zijn raspende stem. "De bus staat klaar achter de kapel. We moeten opschieten, de politie van Gouda heeft een melding gekregen van een inbraak in het stadsarchief. Ze zijn in de buurt."
Charlotte knikte ongeduldig. "Viktor, help me. Geef hem de rest van de dosis. Eleanor schieten we neer en we leggen het pistool in zijn hand. Dan lijkt het alsof Kees haar heeft neergeschoten en daarna de hand aan zichzelf heeft geslagen."
"Nee!" schreeuwde ik.
Met een wanhoopsdaad die ik niet voor mogelijk had gehouden op mijn leeftijd, graaide ik de zware, brandende olielamp van de eikenhouten tafel en slingerde hem met volle kracht naar het gezicht van Viktor.
De glazen kap van de lamp spatte uit elkaar tegen zijn borst. De brandende olie vloog in het rond en vat direct vlam op de droge stapels papierwerk en kleding op de bijzettafel. In een fractie van een seconde laaide er een woeste vuurzee op tussen ons en de twee indringers.
"Kees! Nu!" gilde ik.
Viktor slaakte een kreet van pijn toen de vlammen zijn mouw vatten. Charlotte vloekte hard en vuurde een schot af. De kogel ketste met een schril geluid af op de stalen archiefkast vlak naast mijn hoofd. De steensplinters vlogen me om de oren.
Ik greep Kees onder zijn oksels en trok hem met al mijn overgebleven krachten overeind. De dikke, zwarte rook vulde de gewelfde ruimte razendsnel. Charlotte en Viktor werden door het oprukkende vuur en de verstikkende rook teruggedrongen naar de achterzijde van de kelder.
"Ren, Kees! De trap op!" schreeuwde ik, terwijl ik mijn zoon voortduwde richting de steil stenen trap.
Kees struikelde, maar de shock van het vuur en de adrenaline gaven hem net genoeg kracht om zijn benen te bewegen. We stommelden de trap op, terwijl achter ons de vlammen brullend het oude archief opslokten.
We bereikten de bovenverdieping van de kapel. De rook steeg via het trapgat omhoog en vulde de kerkruimte. Buiten hoorde ik in de verte het loeien van sirenes. De politie was onderweg.
Maar net toen we de houten uitgangsdeur van de kapel bereikten, werd de deur van buitenaf dichtgegooid.
Het zware, ijzeren grendelslot viel aan de buitenkant met een doffe klap in de sponning.
We zaten opgesloten. En uit het trapgat achter ons klonk het geluid van Charlotte’s woedende voetstappen die de trap op kwamen...






