DE SCHADUW ACHTER MIJN ZOON
News Story

DE SCHADUW ACHTER MIJN ZOON

4 weergaven

Hoofdstuk 12: Het verdronken landgoed

De Biesbosch. Een labyrint van duistere waterwegen, dichte rietvelden en moerassige eilandjes waar de wind eeuwig leek te huilen. Daar stond het oude zomerhuis van onze grootouders, gebouwd op een verhoogde kade midden in de polder, al decennia verlaten en overgeleverd aan de elementen.

Ik negeerde de bevelen van Rechercheur de Jong om bij het politiebureau te blijven. Terwijl de politie hun eenheden verzamelde voor een grootschalige zoekactie, glipte ik via de garage van het bureau naar buiten en nam een taxi naar een kleine jachthaven aan de rand van het natuurgebied.

Het was vier uur in de middag. De zon begon al te zakken achter de grijze wolkenmassa, en de schemering wierp lange, spookachtige schaduwen over het water.

Bij de jachthaven huurde ik van een oude visser een klein fluisterbootje met een buitenboordmotor. De visser keek me bedenkelijk aan.

"Mevrouw, het gaat stormen vanavond," waarschuwde hij. "De waterstand in de Biesbosch stijgt snel. Bepaalde kreken lopen helemaal onder."

"Ik moet erheen," zei ik kortaf, terwjl ik hem een doeltreffend geldbedrag overhandigde. "Het is een noodgeval."

Ik stapte in het bootje en stuurde het schip de donkere, kronkelende kreken van de Biesbosch in. Het geluid van de pruttelende motor was het enige wat de doodse stilte van het natuurgebied doorbrak. Links en rechts van mij rezen de hoge rietkraag en verroeste wilgen op uit het zwarte water.

Mijn gedachten gingen terug naar onze kindertijd. Charlotte, Sylvia en ik. Drie meisjes die op hetzelfde moment ter wereld waren gekomen, maar wier levens door armoede, leugens en waanzin compleet waren verwoest. Sylvia had haar hele leven in de schaduw gestaan, gebruikt door Charlotte als een pion in haar zieke spel. En nu was Sylvia dood, terwijl Charlotte nog steeds als een onvermoeibare schim rondwaarde.

Na dertig minuten navigeren door de mistige waterwegen ontwaarde ik de contouren van het oude familielandgoed.

Het houten huis lag er vervallen bij. Het dak was half ingestort, de ramen waren dichtgespijkerd met vermolmd hout, en de houten steiger aan de voorzijde hing scheef in het stijgende water.

Aan de steiger lag een snelle, zwarte motorboot geparkeerd. Charlotte was er al.

Ik legde mijn fluisterbootje stil achter een groep omgevallen boomstammen en stapte voorzichtig het drassige land op. Het ijskoude moeraswater drong onmiddellijk door mijn laarzen heen, maar ik voelde er niets van. Mijn focus was 100% gericht op het redden van Kees.

Ik sloop naar de achterzijde van het houten landhuis en keek door een spleet in het houtwerk naar binnen.

In de grote, vervallen woonkamer brandde een klein kampvuur in de oude stenen open haard.

Kees zat vastgebonden op een houten stoel in het midden van de ruimte. Zijn mond was afgeplakt met dikke, grijze tape. Tegenover hem stond Charlotte. Ze droeg een zware legerjas en was bezig een paar jerrycans met benzine rond de stoel van Kees te gieten.

"Kijk niet zo boos naar me, Kees," zei Charlotte met een vreemde, zachte stem die nog angstaanjagender was dan haar geschreeuw. "Dit is de enige manier. Als ik jou niet kan hebben als mijn zoon, zal Eleanor jou ook nooit meer hebben. Jullie hebben me allemaal verraden. Henrik, Sylvia, jij... allemaal!"

Ze pakte een doosje lucifers van de schouw.

Mijn bloed stolde. Ze was van plan het hele landhuis inclusief Kees in brand te steken en daarna met haar snelle motorboot te vluchten via de rivier naar Duitsland!

Ik kon niet wachten tot de politie er was. Het landhuis zou binnen enkele minuten in een vuurzee veranderen.

Ik greep een zware, verroeste bijl die buiten tegen de houtstapel leunde en trapte de vermolmde achterdeur van het landhuis met een luide knal open.

BAM!

"CHARLOTTE!" schreeuwde ik.

Charlotte draaide zich met een ruk om. Een waanzinnige glimlach verscheen op haar verbrande gezicht toen ze me zag staan met de bijl in mijn handen.

"Ach... de trouwe kloek is er eindelijk," sprak ze koud. "Je bent precies op tijd voor de finale van onze familicomedie, Eleanor."

"Laat hem gaan, Charlotte!" riep ik, terwjl ik de bijl met twee handen stevig vasthield. "Het is voorbij! De politie weet dat Sylvia degene was op de bank. Ze zijn onderweg naar dit landgoed! Je kunt nergens meer heen!"

Charlotte lachte hard, een schril en krankzinnig geluid dat door de holle ruimte echode.

"De politie?" snauwde ze. "Tegen de tijd dat hun bootjes door dit moeras zijn gesukkeld, zijn wij al veranderd in as! En ik ben al op de Rijn richting de grens!"

Ze streek een lucifer af.

Het kleine, gele vlammetje flikkerde in de tochtige ruimte, centimeters verwijderd van het benzinespoor dat naar de voeten van Kees leidde.

"Nee!" schreeuwde ik.

Met een wanhopige kreet stormde ik naar voren en slingerde de zware bijl niet naar haar lichaam, maar recht naar de benzinejerrycan aan haar voeten.