Mijn knieën begaven het bijna. Ik moest me wanhopig vasthouden aan de zware eikenhouten deurpost van het burgemeesterskantoor om niet op de marmeren vloer te vallen. Mijn ogen staarden naar de vrouw die voor het geopende raam van het kantoor stond.
De smaragden halsketting om haar nek glinsterde koud in het omgevingslicht van de straatlantaarns buiten. Haar gelaatstrekken, haar ogen, de manier waarop ze rechtop stond… het was onmiskenbaar de vrouw met wie ik mijn hele volwassen leven had gedeeld.
— ‘H-Helena…?’ bracht ik er met een hese, stikkende stem uit. ‘Je… je leeft?’
Elena Vance en Vivienne stonden aan weerszijden van mij, hun pistolen strak gericht op de vrouw voor ons. Maar ik zag dat zelfs Elena’s hand heel lichtjes trilde. Dit ging alle logica en elk medisch dossier te boven.
— ‘Natuurlijk leef ik, Willem,’ zei Helena met een rustige, bijna liefdevolle Toon die me een diepe rilling over de rug bezorgde. ‘Denk je echt dat een vrouw die haar hele leven een internationaal netwerk te slim af is geweest, zomaar zou sterven aan een simpele ziekte in het Erasmus MC?’
— ‘Maar ik was erbij!’ schreeuwde ik, terwille van de verwarring die mijn hart leek te verscheuren. ‘Ik heb je hand vastgehouden toen de monitors stopten! Ik heb het uitvaartcentrum geregeld! Ik heb jouw as op de boekenplank gezet!’
Helena glimlachte zachtjes, alsof ze een klein kind een lesje in de werkelijkheid gaf.
— ‘Het medisch dossier was vervalst, Willem. De arts die mijn dood vaststelde, was een betaalde medewerker van mijn eigen organisatie. Het lichaam dat in het uitvaartcentrum werd verbrand, was het stoffelijk overschot van een dakloze vrouw uit de streek die aan dezelfde ziekte was overleden. Ik heb mijn eigen dood in scène gezet om definitief te verdwijnen onder de radar van Robert en de Von Bismark-familie.’
— ‘En Nadia?!’ riep ik met een kreet van pure pijn. ‘Onze echte dochter Nadia! Is zij ook een leugen?! Is zij ook door jou gebruikt?!’
Een donkere schaduw gleed over Helena’s gezicht. Voor het eerst zag ik een flits van oprecht verdriet in haar kille ogen.
— ‘Nadia was mijn grootste medelijden, Willem,’ zei ze zacht. ‘Haar hartafwijking was echt. Ze is vijf jaar geleden gestorven, net zoals Vivienne je vertelde. Ik kon haar leven niet redden met al het geld van de wereld. Maar ik kon haar dood wel gebruiken om de ultieme valstrik op te zetten.’
Ze keek naar Vivienne Leclair — het meisje dat vijf jaar lang de rol van mijn dochter had gespeeld.
— ‘Je hebt het goed gedaan, Vivienne,’ zei Helena complimenteus. ‘Je hebt je rol perfect gespeeld. Je hebt Robert naar de begraafplaats gelokt, en je hebt Henk van Dongen getwongen zijn kluis te openen.’
— ‘Ik deed het niet voor jou, Helena,’ sprak Vivienne met een ijskoude stem, terwijl haar vinger op de trekker van haar pistool geperst bleef. ‘Ik deed het om het geheime dossier in handen te krijgen en de erfenis van mijn echte moeder Astrid op te eisen. Jij hebt mijn moeder vermoord in Rijckholt!’
Helena haalde haar schouders op met een ijzingwekkende onverschilligheid.
— ‘Je moeder Astrid was een zwak schaap, Vivienne. Ze wilde het Von Bismark-fortuin verdelen onder de armen. Ze begreep niets van macht. Ik heb gedaan wat nodig was om het kapitaal te beschermen.’
Burgemeester Henk van Dongen, die zwaargewond op het tapijt lag te bloeden, hoestte hevig. Hij keek met bloeddoorlopen ogen op naar Helena.
— ‘Jij… jij heksen…,’ stamelde hij met een rochelende ademhaling. ‘Ik heb je dertig jaar lang beschermd… Ik heb je de kluis gegeven…’
— ‘En je hebt je nut bewijzen, Henk,’ zei Helena koud, terwijl ze zonder te kijken het kleine zwarte kistje met de microfilms in haar lederen tas stak. ‘Maar getuigen die kunnen praten, zijn een risico dat ik me niet meer kan permitteren.’
— ‘Laat het kistje vallen, Helena!’ beval Elena Vance met een snijdende stem. ‘Er is geen uitweg. Het gebouw is omsingeld door de politie!’
Helena keek Elena Vance eens aandachtig aan.
— ‘Ah, de kleine Elena. De meedogenloze BND-agent. Denk je echt dat de politie mij kan tegenhouden? De helikopter die op het dak van het stadhuis staat te wachten, is van mij.’
Op dat moment klonk er van buiten het kantoor, uit de lange gang, het geluid van snelle, zware voetstappen.
De deur werd met een brute spierkracht helemaal opengeramd.
Mijn broer Robert stapte binnen, overdekt met bloed en regenwater, met twee zwaarbewapende huurlingen achter zich. Hij hield een automatisch pistool strak in zijn hand.
— ‘Niemand gaat ergens heen!’ brulde Robert.
Toen zijn ogen op Helena vielen, bevroor hij op de drempel van de kamer. Het pistool in zijn hand zakte een paar centimeter naar beneden. Zijn mond viel open in een stomme verbaasdheid.
— ‘H-Helena…?’ stamelde Robert, zijn stem overslaand. ‘Jij… leefde nog?!’
Helena keek haar voormalige zwager aan met een blik vol kille minachting.
— ‘Dag, Robert,’ zei ze rustig. ‘Je bent altijd al de domste van de familie geweest. Je hebt dertig jaar achter fantoomsporen aan gejaagd, terwijl het geld en de microfilms al die tijd onder je neus in Rotterdam lagen.’
— ‘Geef me die koker!’ schreeuwde Robert, terwijl hij zijn wapen weer op haar richtte. ‘Het is van mij! Ik heb er mijn hele leven voor opgeofferd!’
— ‘Kom het maar halen,’ zei Helena met een duistere glimlach.
Ze haalde met haar linkerhand een klein, rood apparaatje uit haar jaszak en drukte op de knop.
Een reeks doffe ontploffingen klonk door het Stadhuis!
De stroom in het hele gebouw viel onmiddellijk uit. De grote glazen ramen van het burgemeesterskantoor spatten door een gecontroleerde springlading naar buiten toe uiteen. De wind en de stortbui stormden de luxueuze kamer binnen en bliezen stapels papieren door de lucht.
In de chaos en het pikke donker begonnen de schoten te vallen.
BRAT! BRAT! BRAT!
Geweren ratelden in de besloten ruimte. Ik werd door Elena Vance met brute kracht naar de grond getrokken, achter het massieve eikenhouten bureau. Kogels sloegen in het hout en lieten een spoor van diepe gaten en splinters achter.
— ‘Willem! Blijf laag!’ schreeuwde Elena in mijn oor.
Door de kapotte ramen zag ik de schim van Helena, die met een ongelooflijke behendigheid over de vensterbank klom naar het buitenste balkon, waar een touwladder naar beneden hing vanaf een zwevende helikopter.
Robert schoot wild op het raam, maar een van de kogels van Helena’s huurlingen trof hem in zijn schouder. He schreeuwde van pijn en viel achterover op de marmeren vloer.
Vivienne aarzelde niet. Ze sprong over het bureau, ontweek de kogels en klom achter Helena aan het raam uit, het stormachtige duister in!
— ‘Vivienne! Nee!’ schreeuwde ik.
Elena Vance keek me aan, haar gezicht strak van de adrenaline.
— ‘We moeten naar het dak, Willem!’ riep ze. ‘Als Helena met die helikopter ontkomt, is de waarheid voor altijd verloren!’
Ze trok me overeind. Burgemeester Henk van Dongen lag bewegingloos op de vloer; hij ademde niet meer. Robert lag kreunend in een plas bloed te vloeken, zijn wapen uit zijn hand geslagen.
Ik keek nog één keer naar mijn broer Robert op de vloer, en daarna naar het open raam waar de wind doorheen gierde.
Mijn hele leven was een leugen geweest. Mijn vrouw was een moordenares die nog leefde, mijn echte dochter was dood, en mijn broer was een monster. Maar er was één ding dat me nog overeind hield: de absolute wil om gerechtigheid te eisen voor mijn echte dochter Nadia.
— ‘Naar het dak!’ zei ik tegen Elena. ‘Laten we deze nachtmerrie beëindigen.’
(Wordt vervolgd in deel 11…)
---






