De Schim bij Gate C9
News Story

De Schim bij Gate C9

32 weergaven

De tijd leek stil te staan in de kille, vochtige stenen ruimte van de ondergrondse kluis. Het enige geluid was het doffe gonzen van de servers en mijn eigen, snelle ademhaling. De loop van het pistool in Helena’s hand was strak op mijn voorhoofd gericht. Er lag geen enkele twijfel, geen spoor van menselijkheid in de ijskoude blik van de tachtigjarige matriarch.

‘Leg het wapen neer, Helena!’ brulde rechercheur Berg, terwijl hij zijn dienstwapen met twee handen op haar richtte. ‘Het is voorbij! Het pand is omsingeld!’

Helena verblikte of verbloosde niet. Een smal, spottend glimlachje krulde om haar dunne lippen. ‘Omsingeld? Rechercheur toch, denk je echt dat een paar politieagenten een vrouw kunnen tegenhouden die de afgelopen veertig jaar de halve rechters- en officiersstand van dit land in haar zak heeft gehad? Eén druk op deze knop...’ Ze wees met haar vrije linkerhand naar een kleine zwarte zender op de tafel. ‘...en de stroomvoorziening van het hele district valt uit. In de duisternis ben ik weg voordat jullie versterking zelfs maar het hek heeft bereikt.’

Ik staarde niet naar Helena. Mijn ogen waren strak gericht op Julian.

Hij stond daar, roerloos, tussen de stapels geldbiljetten en de opengesperde kluis. De man om wie ik had gehuild, de man voor wie ik medelijden had voeld toen ik dacht dat hij gesmolten was in de vlammen van de kapel op Santorini... hij stond hier, springlevend, aan de zijde van het monster dat onze levens had verwoest.

‘Je leefde...’ fluisterde ik, mijn stem niet meer dan een schor raspen. ‘Het was wéér een leugen. De lichamen in de kapel...’

Julian keek me aan. Er ging een schok door zijn gezicht, een moment van diepe menselijke pijn, maar hij herstelde zich snel en verstrakte zijn kaken. ‘Het waren twee van vader’s huurlingen die omkwamen in het gevecht, Fleur. Ik heb mijn vader’s familiering en mijn horloge bij hun lichamen gelegd voordat het dak instortte. Ik moest het laten lijken alsof we dood waren. Het was de enige manier om Interpol af te schudden.’

‘En de USB-stick?’ vroeg ik met traanogen. ‘De code die op mijn naam stond? Was dat ook een onderdeel van jouw briljante plan?’

Julian deed een stap naar voren, maar Berg richtte zijn wapen waarschuwend op Julians borst. ‘Blijf staan, Van der Meer!’

‘Fleur, luister naar me,’ zei Julian haastig, met een wanhopige klank in zijn stem. ‘De code was echt! Ik wilde dat jij het dossier in handen kreeg! Ik wist dat als jij het naar de politie zou brengen, vader definitief uitgeschakeld zou worden. Maar ik wijd niet... ik kon niet voorzien dat grootmoeder de controle over het netwerk zo snel zou overnemen!’

‘Lieg niet tegen haar, Julian!’ snauwde Helena zonder haar ogen van mij af te wenden. ‘Wees tenminste een man en sta voor wat je bent! Je bent een Van der Meer. Je hebt je hele leven geprofiteerd van ons geld, onze macht en onze bescherming. En nu probeer je je schuld af te schuiven op een meisje uit de middenklasse dat je toevallig hebt gebruikt als dekmantel?’

De woorden van de oude vrouw sneden als scheermessen door de ruimte.

‘Julian...’ zei ik, terwijl de tranen over mijn wangen stromen. ‘Is het waar? Was ik nooit meer dan een dekmantel voor jou?’

Julian zweeg. Zijn stilte was dodelijker dan welke kogel dan ook. Hij kon me niet aankijken. Hij staarde naar de marmeren tegels van de ondergrondse vloer.

‘Zo is het genoeg,’ zei Berg hard. ‘Helena, laat het pistool zakken. Nu!’

‘Nooit,’ zei Helena ijskoud.

Haar vinger spande zich om de trekker van het pistool.

Op dat exacte moment klonk er boven onze hoofden een zware explosie. De grond trilde hevig. Stof en kalk uit het plafond dwarrelden naar beneden. Het licht in de kluis flikkerde en doofde plotseling volledig, waardoor we in een absolute, beklemmende duisternis werden gestort.

‘Dekking!’ schreeuwde Berg.

Er klonk een schot. De felle steekvlam van een pistool verlichtte voor een fractie van een seconde de duisternis. Een kogel ketste met een hard pfeeuw-geluid af op de stenen muur vlak naast mijn hoofd.

Ik dook naar de grond, mijn handen over mijn hoofd geklemd. In het donker klonk het geluid van een heftige worsteling, gevloek, en het doffe geluid van lichamen die tegen de wanden smakten.

‘Fleur! Waar ben je?!’ hoorde ik de stem van Charlotte roepen vanaf de ingang van de ijskelder.

‘Hier!’ schreeuwde ik terug.

Plotseling grepen twee krachtige handen me bij mijn schouders en trokken me overeind. Ik wilde schreeuwen en me losrukken, maar een bekende stem fluisterde haastig in mijn oor:

‘Wees stil! Als je wilt blijven leven, moet je nu met mij meekomen!’

het was Julian.

In het pikdonker trok hij me mee, weg van het gevecht tussen Berg en Helena. Hij duwde een verborgen houten paneel aan de zijkant van de kluis open — een tweede geheime gang die ik niet kende. Hij sleurde me mee de donkere gang in en sloeg de deur achter ons dicht, waardoor de geluiden van de worsteling en het geweervuur plotseling gedempt werden.

We rennen door een smalle, lage stenen tunnel die stijl omhoog liep. Mijn ademhaling was chaotisch, mijn voeten struikelden over de ongelijke stenen, maar Julians greep om mijn pols was als een bankschroef.

Na een halve minuut kwamen we buiten. De frisse, natte nachtlucht van de Vechtstreek sloeg in mijn gezicht. We bevonden ons in de overdekte botenloods aan de oevers van de rivier. Het zwarte water van de Vecht klokte rustig tegen de stalen wanden.

In de loods lag een snelle, grijze motorboot klaar, met draaiende motor die zachtjes lag te stationair draaien.

Julian duwde me richting de boot. ‘Stap in!’

Ik rukte mijn arm met al mijn overgebleven kracht los uit zijn greep en zette een stap achteruit, tegen de stalen wand van de loods aan.

‘Nee!’ schreeuwde ik. ‘Ik ga nergens heen met jou! Schiet me maar neer als je wilt, maar ik ga niet mee!’

Julian bleef staan in het zwakke licht van de navigatielampen van de boot. Zijn gezicht was vertrokken van een mengeling van woede, wanhoop en verdriet.

‘Fleur, begrijp het dan!’ riep hij. ‘Grootmoeder heeft het hele Arrestatieteam daarbinnen opgewacht! Ze heeft het hele pand laten voorzien van explosieven! Het landhuis gaat over twee minuten de lucht in om al het bewijsmateriaal en de politie in één klap te vernietigen!’

Mijn bloed stolde. ‘Wat...?! Charlotte! Berg! Ze zijn nog daarbinnen!’

Ik wilde langs hem heen rennen, terug de tunnel in om mijn zusje te waarschuwen, maar Julian greep me bij mijn taille en tilde me van de grond.

‘Het is te laat!’ schreeuwde hij, terwijl hij me tegen mijn wil in de motorboot wierp.

Op dat exacte moment werd de nacht verscheurd door een reeks enorme, oorverdovende explosies. De grond onder de botenloods golfde. Een oranje vuurbal verlichtte de ramen van de loods en de gedaante van het zeventiende-eeuwse landhuis ‘Vechtzicht’ stortte in een gigantische vlammenzee in elkaar.

Ik staarde naar de inferno door de ramen van de loods, verstijfd van afgrijzen.

Charlotte. Mijn zusje. Berg. Ze waren daarbinnen.

Julian sprong achter het stuur van de motorboot, gaf vol gas, en de boot schoot met een brullende motor de loods uit, het donkere water van de Vecht op, terwijl achter ons het vuur van het verwoeste landhuis de nachtelijke hemel bloedrood kleurde...