De Schim bij Gate C9
News Story

De Schim bij Gate C9

32 weergaven

De storm van stof en opwaaiend zand die door de helikopterrotoren werd veroorzaakt, blies door de geopende deur de keet binnen. Het felle, witte licht van de schijnwerper verblindde ons volkomen. Charlotte spande haar spieren aan en duwde me achter zich, haar hand krampvachtig geklemd om het hendel van een roestige stenen breekijzer dat op de grond lag.

Er stapte een silhouet door de deur opening. Groot, breed geschouderd, gekleed in een donkere tactische jas. Hij hield een pistool in zijn hand, maar het wapen was naar beneden gericht.

‘Leg dat breekijzer neer, Charlotte,’ zei de man. Zijn stem was diep, rustig en vertoonde geen enkel spoor van de mechanische toon die ik eerder op de telefoon had gehoord. ‘Als ik jullie dood had gewild, was deze keet vijf minuten geleden al opgeblazen.’

Charlotte aarzelde, maar liet het breekijzer met een doffe klap op de vloer vallen. ‘Wie ben jij? En wat wil je van ons?’

De man deed een stap naar voren, uit de directe straal van het buitenlicht. Hij stroopte zijn capuchon af. Het was een man van achter in de veertig, met een strak geschoren gelaat, een opvallend litteken dat over zijn linkerwang liep en doordringende, grijze ogen.

‘Mijn naam is rechercheur Marcus Berg,’ zei hij, terwijl hij een leren etiquette met het embleem van de Internationale Opsporingsdienst (Interpol) liet zien. ‘En ik ben al zes jaar bezig om het netwerk van Willem van der Meer op te doeken.’

Ik stapte achter Charlotte vandaan. Mijn hart klopte nog steeds in de keel. ‘Interpol? Maar... de melding op het scherm... de mechanische stem aan de telefoon...’

Berg glimlachte flauw, al bleef zijn blik ernstig. ‘Dat bericht aan de telefoon was een waarschuwing. Ik moest jullie in beweging krijgen. En wat betreft het wissen van de bestanden op de laptop... dat was noodzakelijk. Willem van der Meer’s IT-netwerk had een volgsysteem geïnstalleerd op die specifieke zilveren USB-stick. Vanaf het moment dat jullie hem inlogden, wisten hun servers exact waar deze keet zich bevond. Ik moest de verbinding overnemen en het bestand schijnbaar vernietigen om te zorgen dat hun automatische aanvalssysteem de zoektocht zou staken.’

‘Schijnbaar?’ vroeg Charlotte met ingehouden adem.

Berg haalde een kleine, roestvrijstalen schijf uit zijn zak en legde hem op de houten tafel. ‘De bestanden zijn niet gewist. Ze zijn direct omgeleid en beveiligd opgeslagen op onze gecodeerde server in Den Haag. Dankzij jou, Fleur, en het wachtwoord dat je hebt ingevoerd, hebben we nu het volledige dossier in handen. Elk document, elke transactie, elke naam.’

Een vlaag van ongeloof en intense opluchting spoelde over me heen. Het was dus toch niet voor niets geweest. De strijd, de pijn, de angst van de afgelopen uren... we hadden het bewijs gered.

‘En Willem?’ vroeg ik snel. ‘En Julian? Wat is er met hen gebeurd in de kapel op Santorini?’

Bergs gezicht werd nog strakker. Hij keek me strak aan. ‘De kapel is tot de grond toe afgebrand. De lokale Griekse autoriteiten hebben twee lichamen aangetroffen in de ruïne.’

Mijn maag kromp ineen. De wereld leek even stil te staan. ‘Twee... lichamen?’

‘Ze zijn verbrand onherkenbaar,’ zei Berg rustig. ‘De forensische experts doen momenteel DNA-onderzoek, maar op basis van de persoonlijke bezittingen die bij de stoffelijke overschotten zijn gevonden — waaronder een gouden familiering met een adelaar en een beschadigd horloge — gaat de politie er vooralsnog van uit dat het om Willem van der Meer en zijn zoon Julian gaat.’

Ik zakte langzaam door mijn hoeven en ging op de rand van het veldbed zitten. Julian was dood. Mijn man. De man die me verraden had, maar die op het allerlaatste moment zijn leven had gegeven om de sleutel aan mij over te dragen. De tranen die ik binnen had gehouden, kwamen nu in een onstuitbare stroom naar buiten.

Charlotte kwam naast me zitten en sloeg een arm om mijn schouder. ‘Het is voorbij, Fleur. Het is eindelijk voorbij.’

‘Nee,’ zei Berg hard. ‘Het is nog niet voorbij. En dat is de reden waarom ik hier zelf ben naartoe gekomen met een helikopter in plaats van te wachten tot de lokale politie jullie opeiste.’

Ik keek op, mijn ogen rood van het huilen. ‘Wat bedoelt u?’

‘Willem van der Meer was slechts een radertje in de machine,’ zei Berg, terwijl hij over de tafel leunde. ‘De echte kopstukken van "Het Syndicaat van de Amstel" zitten in Nederland, Zwitserland en de Dominicaanse Republiek. Willem was hun geldbeheerder. Nu hij dood is en het dossier in onze handen is, zijn de overige leiders van het syndicaat in paniek gegaan. Ze weten dat er iemand moet zijn die het wachtwoord van de USB-stick kende. Ze weten dat jij het was, Fleur.’

‘Maar hoe kunnen ze dat weten?!’ riep Charlotte uit.

‘Omdat Willem van der Meer niet de enige was die op Schiphol stond die ochtend,’ zei Berg. Hij haalde een map met foto’s uit zijn jas en legde die voor ons neer. ‘Er was een derde persoon bij Gate C9. Iemand die de opdracht gaf aan Willem om het dossier koste wat het kost terug te halen. Iemand die boven Willem staat in de hiërarchie van het syndicaat.’

Ik keek naar de bovenste foto. Het was een wazige beveiligingsfoto van de vertrekhal van Schiphol, genomen op de dag dat onze ellende begon. Op de achtergrond, achter de gestalte van Willem van der Meer, stond een elegante, oudere vrouw met zilvergrijs haar, gekleed in een dure bontjas. Ze hield een marmeren wandelstok vast en staarde strak in de richting van waar Julian en ik stonden.

Mijn adem stokte in mijn keel. Ik herkende dat gezicht meteen.

‘Grootmoeder Helena...’ fluisterde ik.

Helena van der Meer. De matron van de familie. De tachtigjarige vrouw die afgezonderd leefde in een historisch landhuis aan de Vecht, en die door iedereen werd gezien als een lieve, vergetelachtige oude dame die zich alleen bezighield met haar tuinen en liefdadigheidswerk.

‘Helena van der Meer is het brein achter het gehele syndicaat,’ zei Berg ijskoud. ‘Willem was slechts haar uitvoerende kracht. En zolang Helena vrij rondloopt, zijn jullie nergens op deze planeet veilig. Ze zal niet rusten voordat de laatste getuige — jij, Fleur — is uitgeschakeld.’

Toen Berg zijn zin uitsprak, klonk er plotseling een doffe knal van buiten.

Het licht van de helikopter die boven de steengroeve zweefde, doofde op hetzelfde moment. Een luide crash weerklonk toen het toestel op de rotsen stortte en in vlammen opging.

Berg trok bliksemsnel zijn wapen. ‘Dekking!’ schreeuwde hij.

De ramen van de keet versplinterden onder een hagelbui van automatische kogelregens. Iemand had de steengroeve omsingeld...