Het gestommel op de stenen trap kwam met angstaanjagende snelheid dichterbij. Het klonk niet als één persoon, maar als minstens drie paar zware laarzen die doelgericht naar boven stompten. De echo vulde de ronde ruimte van de vuurtoren met een dreigend ritme dat door onze botten trilde.
Mijn vader handelde met een snelheid die ik in geen jaren van hem had gezien. Hij sprong naar de houten tafel in het midden van de kamer, greep de laptop en sloeg het scherm dicht met een harde klap. "Ze zijn te vroeg," snauwde hij, terwijl zijn ogen wild over de ruimte schoten op zoek naar een andere uitweg. "Lucas, sluit de luikjes van de ramen! Snel!"
Lucas, wiens gezicht lijkbleek was geworden door pure paniek, liet de envelop vallen en rende naar het dichtstbijzijnde raam om de zware houten luiken te grendelen. Bram stond als aan de grond genageld, maar schoot toen wakker uit zijn shock en hielp Lucas om de zware grendels te sluiten tegen de storm en de indringers.
"Wie zijn dit, pap?!" riep ik, terwijl ik naar mijn vader toe rende en zijn arm vastgreep. Hij voelde echt aan, warm en levend. Geen geest, geen illusie. "Wie zit er achter je aan?"
"Het syndroom van de Rotterdamse haven," antwoordde mijn vader snel, terwijl hij een kleine USB-stick uit de laptop trok en in zijn jaszak stopte. "Het is een internationaal netwerk van smokkelaars en corrupte ambtenaren. Ze gebruiken de haven van Rotterdam en de kust van Zandvoort als doorvoerhaven voor illegale handel. Ik ontdekte hun administratie zeven jaar geleden, en sindsdien ben ik op de vlucht. Ze dachten dat ik dood was, maar toen Lucas onlangs in de schulden raakte bij een goktent die door hen werd gerund, hebben ze hem gebruikt om mij te lokken."
De puzzel viel definitief op zijn plek. Lucas was niet uit slechte wil naar Zandvoort gekomen; hij was gechanteerd door dezelfde mensen die ons nu op de hielen zaten.
De zware voetstappen bereikten de overloop. Een harde, dreigende stem klonk van achter de gesloten houten deur: "Open die deur! We weten dat jullie daar zijn. Het heeft geen zin om je te verstoppen, Hendrik!"
De deur rammelde onder een enorme slag. Iemand trapte ertegen. Het hout kraakte, en een scheur verscheen in het midden van het deurblad. Nog een trap, en het slot zou begeven.
"Er is hier geen uitweg naar buiten, behalve via de trap," zei Bram met een schorre stem, terwijl hij een zware ijzeren stang oppakte die in de hoek lag en zich voor de deur opstelde. "Bea, pap, zoek dekking achter de stellingkast!"
"Nee," zei mijn vader resoluut. Hij liep naar een klein luik in de vloer in de hoek van de toren, dat ik nog niet eerder had opgemerkt. "Er is een oude noodladder die naar de fundering leidt. Het is riskant in deze storm, maar het is onze enige kans."
Met een luide knal brak de deur van de scharnieren. De houten panelen vlogen de kamer in, en uit de duisternis van het trappenhuis verschenen drie grote gestalten in donkere jassen, met bivakmutsen op en zware wapens in hun handen.






