De zware houten deur van de oude vuurtoren piepte angstaanjagend toen Bram hem voorzichtig verder opduwde. De wind gierde door het trappenhuis, een stenen spiraal die in het donker verdween als de ingewanden van een reusachtig zeemonster. Binnen rook it muf, naar oud steen, zoute zeelucht en de scherpe geur van goedkope sigarettenrook — een geur die ik direct herken van vroeger, de geur van mijn vaders studeerkamer.
We stapten naar binnen. De deur viel achter ons dicht met een doffe klap die door het hele stenen gebouw weerkaatste.
"Lucas?" riep Bram zachtjes, zijn stem echoënd tegen de natte muren. "Hendrik?"
Geen antwoord. Alleen het geluid van druppelend water ergens hoger in de toren en de wind die door de kieren loeide. We begonnen aan de beklimming van de oneindige stenen trap. Elke stap voelde zwaarder dan de vorige, alsof de zwaartekracht in deze toren groter was dan daarbuiten. Mijn hart bonkte in mijn keel. Wat als we te laat waren? Wat als de mensen met wie ze onderhandelden al gearriveerd waren?
Toen we de bovenste verdieping naderden, zagen we licht door de kieren van de houten vloer schijnen. Er werd gesproken. Dit keer luider, alsof er een ruzie gaande was.
"...je begrijpt er niets van, Lucas!" klonk de stem van mijn vader, helder en vol woede. "Als je dat dossier aan hen overhandigt, teken je niet alleen mijn doodvonnis, maar ook dat van Bea en je nichtje! Die mannen kennen geen genade. Ze hebben me zeven jaar lang in de schaduw laten leven, en nu wil je ze alles op een presenteerblaadje geven voor wat losgeld?"
"Ik doe dit niet voor geld, pap!" antwoordde Lucas, en zijn stem trilde van wanhoop. "Ze hebben bewijzen tegen me! Ze weten van die schuld bij het casino in Rotterdam, ze zouden me de bak in draaien of erger! Ik had geen andere keuze!"
Bram en ik keken elkaar aan op de trap. Ik schudde heftig mijn hoofd en zette de laatste stappen naar boven, duwde het houten luik naar de bovenste etage met een harde duw open.
Het licht van een enkele peertje aan een draad verlichte de ronde ruimte. Mijn vader stond bij het raam, ouder met grijs haar en diepe rimpels in zijn gezicht, maar onmiskenbaar hijzelf. Lucas stond tegenover hem, met een geopende manila envelop in zijn hand, waarin stapels foto's en documenten lagen. En op een stoel in de hoek van de kamer... lag een laptop met een open internetverbinding die rechtstreeks communiceerde met een onbekende server.
"Lucas, stop!" riep ik, mijn stem schor van de emotie.
Beide mannen draaiden zich met een schok om. Mijn vader sloeg zijn handen voor zijn mond, zijn ogen groot van ongeloof. "Bea... Liefste... Wat doe jij hier in vredesnaam?"
Maar voordat iemand kon reageren, klonk er een scherp geluid van beneden. Het geluid van zware laarzen die de stenen trap oprenden. Meerdere personen. En ze waren niet alleen.






