Het Geheugen van de Noordzee
News Story

Het Geheugen van de Noordzee

7 weergaven

De schemerlamp raakte Van Ravenswaaij vol op zijn schouder en kaatste door naar de glazen waterkan op het bureau, die met een oorverdovende knal in duizenden stukjes uiteenspatte. Van Ravenswaaij struikelde achteruit, zijn kalmte in één klap verdwenen terwijl hij luid vloekte en zijn hand naar zijn pijnlijke arm bracht.

"Nu, pap!" schreeuwde Bram. "Ren!"

Mijn vader aarzelde geen seconde. Hij greep onze dochter bij haar arm, tilde haar in een vloeiende beweging op en rende naar de openstaande hoteldeur. Lucas en ik stormden erachteraan. Van Ravenswaaij schreeuwde iets naar zijn handlangers die beneden in de hal of in de gang moesten wachten, want onmiddellijk klonken er harde stemmen en rennende stappen buiten op de gang.

We vlogen de hotelgang door, richting de nooduitgang aan het einde van de gang. De rode neonletters van de uitgangsbordjes flakkerden in het halfduister. Achter ons hoorden we Van Ravenswaaij roepen: "Schiet ze neer als ze proberen te ontkomen! Ik wil die stick!"

Een kogel boorde zich met een snerpend geluid door de muur naast mijn hoofd en liet een klein kratereltje in het bloemige behang achter. Splinters steen vlogen in het rond. We gaven niet op. Lucas duwde de nooddeur naar buiten open, en we kwamen terecht op de stalen noodtrap die aan de achterkant van het hotel naar de begane grond leidde.

De storm sloeg ons direct weer tegemoet, maar nu voelde het als een bondgenoot die ons verborg in de chaos. We holden de stalen treden af, metaal ratelend onder onze laarzen. Mijn vader hield onze dochter stevig tegen zich aangedrukt, beschermd door zijn eigen lichaam tegen de striemende regen.

Beneden aangekomen doken we de beschutting in van de parkeerplaats achter het hotel, waar de auto van Bram stond geparkeerd — een zwarte stationwagen die we gelukkig onopvallend hadden neergezet. Bram sleutelde al met trillende handen aan de autosleutels.

"Instappen! Snel allemaal!" brulde hij, terwijl hij de deuren ontgrendelde.

We sprongen met zijn allen de auto in. Mijn vader zette onze dochter achterin op de achterbank en ging er zelf naast zitten om haar te kalmeren, terwijl Lucas op de passagiersstoel plaatsnam en ik op de achterbank naast hen ineenschoof. Bram startte de motor. De ruitenwissers sloegen razendsnel heen en weer tegen de neerstromende regen, en met piepende banden schoot de stationwagen weg van de parkeerplaats, de nacht in, op weg naar de laatste confrontatie.