De voetstappen kwamen dichterbij. Ik hield mijn adem in, doofde de zaklantaarn en drukte me plat tegen de donkere muur naast de stellingkast. Het licht van een zaklamp sneed door de spleten van de houten kasten en verlichtte het stoffige kantoortje waar ik zat.
"Ik weet dat je hier bent, Emma," klonk er een kalm, bijna vaderlijk stemgeluid door de lege hal. Het was een stem die ik kende van de jaarlijkse toespraken op het hoofdkantoor. Maarten van Houten.
De directeur liep het kantoortje binnen, gekleed in een duur maatpak dat volledig misstond in deze vervallen ruïne. Hij had een klein vuurwapen in zijn hand, nonchalant naar beneden gericht, alsof hij een wandeling maakte in het park.
"Je hebt ons een hoop kopzorgen bezorgd, meisje," zei hij zacht terwijl hij rondkeek. "Thomas was zo stom om te denken dat hij kon onderhandelen. Die zit inmiddels op een boot naar internationale wateren, waar hij hopelijk wat meer leert over loyaliteit. Maar jij... jij hebt de waardevolle bestanden meegenomen."
Ik trad uit de schaduw tevoorschijn, mijn rug stijf tegen de muur gedrukt. "Het is voorbij, Maarten," zei ik, hoewel mijn stem trilde van de spanning. "De back-ups staan al bij het Ministerie van Justitie. Als mij iets overkomt, gaat dit hele imperium binnen een uur down."
Maarten glimlachte rustig. Hij lekte geen spoor van paniek te vertonen. "Emma, Emma toch. Denk je echt dat een simpele back-up op een privémailing voldoende is om Vanguard te raken? Wij hebben tentakels tot diep in de ministeries. Het onderzoek zal worden geseponeerd wegens 'gebrek aan bewijs' of 'nationale veiligheidsbelangen'. Jij daarentegen... jij zult worden veroordeeld voor grootschalige fraude. De handtekeningen dragen jouw naam, niet de mijne."
Hij richtte het wapen langzaam op me. Zijn blik werd ijskoud. "Het is jammer. Je had een briljante analist kunnen worden als je gewoon had getekend wat er van je gevraagd werd zonder te morren."
Mijn hart bonsde in mijn keel. Dit was het moment van de waarheid. Alles hing af van één enkele gok.






