De parkeergarage bij Rotterdam Centraal was een kille, betonnen catacombe waar het galmende geluid van druppelend water en verweg rijdende auto's een angstaanjagende sfeer creëerde. De tl-buizen flikkerden met een griezelig, groenachtig licht. Ik hield mijn capuchon diep getrokken en liep langs rijen geparkeerde auto’s, op zoek naar de afgesproken plek bij de nooduitgang op niveau -2.
Daar stond hij. Thomas drukte zich plat tegen de betonnen muur, zijn handen diep in de zakken van zijn regenjas gedrukt. Zijn gezicht was lijkbleek in het schimpsel van het licht, en zijn adem wolkte op in de koude lucht.
"Ben je gek geworden?" fluisterde hij scherp toen ik dichterbij kwam. "Als de beveiliging of de politie je hier ziet, ben je definitief verloren. En ik ook!"
"Je hebt me zelf gevraagd te komen, Thomas," antwoordde ik, mijn stem beheerst ondanks de adrenaline die door mijn aderen gierde. "Nu praat. Wat wist jij van Helix Holdings?"
Thomas keek angstig om zich heen, alsof er uit elke hoak een bewaker tevoorschijn pouvait springen. Hij haalde een zware, zwarte USB-stick tevoorschijn en hield die trillend tussen zijn vingers omhoog. "Dit is wat ik van haar systeem heb kunnen redden voordat ze alles wist te wissen. Alle echte transactiedossiers, inclusief de communicatie tussen Lieke en de echte opdrachtgevers achter de schermen."
Ik stapte naar voren en greep naar de USB-stick, maar hij trok zijn hand terug. "Wacht. Niet zo snel, Emma. Er zit een prijskaartje aan. Lieke heeft mij ook gebruikt. Ze beloofde me een promotie tot hoofd analist, maar gisteravond kreeg ik een dreigbrief op mijn deurmat met de boodschap dat ik moest zwijgen als het graf, anders zou ik de volgende zijn die voor de draaien opdraaide."
"Wat wil je dan?" vroeg ik scherp.
"Veiligheid," zei hij vastberaden. "We moeten hiermee niet naar de politie van Rotterdam stappen. Ik vertrouw het lokale corps niet; er zijn te veel lijntjes tussen hetmanagement van Vanguard en bepaalde hoge functionarissen. We moeten dit rechtstreeks naar de FIOD brengen of naar een onafhankelijke onderzoeksjournalist."
Plotseling hoorden we het geluid van zware banden die over het beton rolden. Een auto draaide de bocht om, de koplampen sneden door de duisternis en verblindden ons. Een zwart busje stopte abrupt met knipperende lichten. De deuren vlogen open.
"Maak dat je wegkomt!" schreeuwde Thomas, duwde de USB-stick in mijn hand en rende de andere kant op. Maar voordat ik ook maar een stap kon zetten, sprongen er twee mannen in het zwart uit het busje. Ze grepen Thomas bij zijn armen en trokken hem met geweld naar binnen.
"Nee!" schreeuwde ik, terwijl ik naar voren sprong. Een van de mannen draaide zich om, keerde me een ijskoude blik toe en hield een zwaar vuurwapen met een demper omhoog.
"Blijf uit de buurt van de zaak, mevrouw Miller," snauwde hij met een lage stem. "De volgende keer blijft er van jou ook niets meer over."
Het busje scheurde met gierende banden weg, de rookpluimen achterlatend in de kille parkeergarage. Ik stond daar met de USB-stick stijf omklemd in mijn hand, terwijl de sirenes in de verte begonnen te loeien.






