Mijn ouders stuurden mijn twee dochters weg met Kerstmis
News Story

Mijn ouders stuurden mijn twee dochters weg met Kerstmis

5 weergaven

Deel 7: De ontwaking en het geheim

Mijn hart sloeg een slag over. Ik liet de hand van Lieke los en snelde achter de verpleegkundige aan. Frank volgde me op de voet.

Toen we de kamer van de Intensive Care binnenkwamen, zag ik dat het beademingsbuisje uit Thomas’ mond was verwijderd. Hij lag met geopende ogen in het bed, al stonden ze dof en verdwaasd. De hartmonitor piepte nog steeds in een snel, onregelmatig ritme.

‘Thomas!’ riep ik uit en ik vloog naar zijn zijde. Ik pakte zijn hand en drukte er wanhopig kussen op. ‘Je bent wakker! Godzijdank, je bent wakker!’

Thomas bewoog zijn lippen zachtjes, maar er kwam eerst alleen een schor gegrom uit. Een verpleegkundige gaf hem een miniatuur sponsje met water om zijn droge lippen te bevochtigen.

‘De... de meisjes...?’ fluisterde hij nauwelijks hoorbaar.

‘Ze zijn veilig, Thomas. Ze liggen een paar kamers verderop. Ze worden goed verzorgd. Lieke is een heldin geweest,’ zei ik, terwij de tranen over mijn wangen stroomden. ‘Ze maken het naar omstandigheden goed.’

Thomas sloot zijn ogen even in verlichting. Een diepe zucht ontsnapte aan zijn borstkas. Maar toen hij zijn ogen weer opende, lag er een duistere, beklemmende blik in zijn ogen.

‘Marieke...’ zei hij hees, zijn vingers knepen verrassend stevig in mijn hand. ‘Je moeder... Elsbeth... ze heeft dit niet alleen gedaan uit woede.’

Ik fronsde mijn wenkbrauwen. ‘Wat bedoel je?’

‘Het geld...’ stotterde Thomas zwakjes. ‘Toen ik vanmiddag onwel werd... vlak voordat ik de hartaanval kreeg... was ik op het kantoor van je vader in Amstelveen.’

Ik staarde hem geschokt aan. ‘Wat?! Jij was bij mijn ouders thuis vanmiddag? Dat heb je me nooit verteld!’

‘Ik wou... ik wou het je pas vertellen na Kerstmis,’ fluisterde Thomas, terwijl de cardioloog de kamer binnenstapte en de waarden op de schermen controleerde. ‘Ik ontdekte drie weken geleden dat je vader, Karel, al jaren geld verduisterde uit het familiebedrijf. Honderdenduizenden euro’s. Hij stond op het punt om failliet te gaan.’

Frank van der Meer stapte naar voren, zijn professionele interesse direct gewekt. ‘Karel de Wit stond op het punt van faillissement?’

Thomas knikte zwak. ‘Ik ging vanmiddag naar hem toe om hem te confronteren. Ik zei dat hij het geld moest terugbetalen, anders zou ik naar de accountant en de politie stappen. Elsbeth was er ook bij. Ze kregen een woedende ruzie. Je moeder schreeuwde dat ik hun leven kapot maakte. Vlak daarna... voelde ik die vreselijke druk op mijn borst. Ik zakte in elkaar op hun kantoor.’

Ik staarde mijn echtgenoot aan, de puzzelstukjes begonnen op hun plek te vallen op een manier die me misselijk maakte.

‘Ze hebben je niet geholpen, wel?’ fluisterde ik verbijsterd.

Thomas schudde langzaam zijn hoofd. ‘Ze lieten me op de grond liggen. Pas toen ik mijn eigen telefoon pakte en 112 probeerde te bellen, raakte je vader in paniek en heeft hij de ambulance gebeld. Maar je moeder zei tegen me... vlak voordat de broeders kwamen... dat ze zou zorgen dat we alles zouden verliezen.’

Een ijskoude rilling trok door mijn hele rug. De wreedheid van mijn moeder was geen spontane uitbarsting van woede geweest omdat we onaangekondigd op de stoep stonden. Het was een voorbedachte, meedogenloze wraakactie. Toen ik mijn dochters bij hen afzette, zag mijn moeder de perfecte kans om ons te treffen waar het de meeste pijn deed: onze kinderen.

‘Ze wilden niet alleen een lesje leren,’ zei Frank met een strakke stem. ‘Ze wilden jullie breken. Ze hoopten dat de kinderen iets zou overkomen, zodat jij en Thomas kapot zouden gaan van schuldgevoel en het onderzoek naar de verduistering zou stoppen.’

‘Monsters...’ fluisterde ik. ‘Het zijn regelrechte monsters.’

Op dat moment ging de telefoon van Frank. Hij nam op, luisterde kort en zijn gezicht veranderde.

‘Begrepen. We komen er direct aan,’ zei hij. Hij hing op en keek me aan. ‘Dat was rechercheur Jansen. De Spaanse politie heeft de huurauto van je ouders teruggevonden.’

‘Waar?!’ vroeg ik haastig.

‘Bij de haven van Tarifa,’ zei Frank ernstig. ‘In het uiterste zuiden van Spanje. Ze zijn niet in Europa gebleven, Marieke. Ze hebben de boot gepakt naar Marokko. Ze proberen de Europese wetgeving te ontvluchten via Tanger.’

Maar het ergste nieuws moest nog komen. Frank keek naar zijn schermpje en vervolgde: ‘En er is nog iets. Het digitale spoor van hun banktransacties laat zien dat ze een privédetective in Amsterdam hebben ingehuurd... zojuist, vanuit Spanje.’

Ik keek hem niet begrijpend aan. ‘Een privédetective? Waarom?’

‘Ze zijn op zoek naar de opvanglocatie van de kinderen,’ zei Frank ijskoud. ‘Je moeder wil Lieke en Sofie laten ontvoeren voordat ze een officiële getuigenverklaring kunnen afleggen bij de rechter-commissaris.’