Mijn ouders stuurden mijn twee dochters weg met Kerstmis
News Story

Mijn ouders stuurden mijn twee dochters weg met Kerstmis

5 weergaven

Deel 13: Het vonnis

Twee weken later zat de zaal van de Amsterdamse rechtbank opnieuw overvol. De media hadden de zaak gedoopt tot ‘De Kersttragedie van Amstelveen’, en de maatschappelijke woede over de wreedheid van mijn ouders was landelijk enorm opgelaaid.

Thomas en ik zaten wederom op de eerste rij. Thomas liep inmiddels weer zonder wandelstok, al hield hij mijn hand stevig vast.

De drie rechters kwamen in hun zwarte toga's de zaal binnen. Iedereen ging staan. De sfeer was geladen met een intense spanning.

De voorzitter, een strenge man met een bril, begon het vonnis voor te lezen.

‘De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachten, Elsbeth de Wit en Karel de Wit, zich schuldig hebben gemaakt aan poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade, het bewust in hulpeloze toestand achterlaten van twee minderjarige kinderen van drie en acht jaar oud onder extreme weersomstandigheden, grootschalige verduistering en poging tot zware sabotage van medische apparatuur.’

De rechter pauzeerde even en keek strak naar Elsbeth.

‘De proceshouding van verdachte Elsbeth de Wit is gedurende het gehele proces kenmerkt door een stuitend gebrek aan enig empathisch vermogen, spijt of zondebesf,’ vervolgde de rechter met een ijzige stem. ‘Zij heeft er niet alleen voor gekozen haar eigen kleinkinderen bloot te stellen aan een levensbedreigende situatie om haar dochter te straffen, maar heeft vervolgens meedogenloos geprobeerd het leven van haar schoonzoon te beëindigen en haar misdrijven op wanhopige wijze te ontvluchten.’

Mijn moeder zat strak rechtop, haar armen over elkaar geslagen, een doffe blik in haar ogen.

‘De rechtbank wijkt af van de strafeis van de officier van justitie,’ sprak de rechter luider.

Mijn hart sloeg een slag over. Afwijken? Betekende dat een lagere straf?!

‘Gelet op de extreme ernst van de feiten en de gevaarzetting voor de maatschappij, veroordeelt de rechtbank verdachte Elsbeth de Wit tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaar onvoorwaardelijk, zonder de mogelijkheid tot vervroegde invrijheidstelling vóór het uitzitten van minstens tweederde van de straf.’

Een schok van verpassing ging door de zaal, gevolgd door een luid gejuich van het publiek. Achttien jaar! Dat was vier jaar meer dan de eis! Gezien haar leeftijd van 68 jaar betekende dit vrijwel zeker dat ze de rest van haar leven achter de tralies zou slijten.

Mijn moeder verbleekte op slag. Haar strakke houding zakte in elkaar. Ze staarde naar de rechter alsof ze het niet kon geloven. ‘Dit is een schandaal!’ riep ze uit. ‘U kunt mij dit niet aandoen!’

‘Mevrouw De Wit, u wordt verzocht te zwijgen,’ zei de rechter streng. Daarna wendde hij zich tot mijn vader.

‘Verdachte Karel de Wit heeft daarentegen vanaf het eerste moment in de cel een volledige bekentenis afgelegd en diepe spijt getoond. Hoewel zijn handelen onvergeeflijk blijft, weegt de rechtbank zijn medewerking aan het onderzoek mee. Verdachte Karel de Wit wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar onvoorwaardelijk.’

Karel knikte zwakjes met zijn hoofd en sloeg zijn handen voor zijn gezicht. Hij accepteerde zijn straf zonder protest.

‘Tevens worden alle verduisterde gelden en het familievermogen per direct verbeurd verklaard en toegewezen aan het schadefonds ten behoeve van de slachtoffers, Lieke en Sofie Bakker,’ sloot de rechter af. ‘De zitting is gesloten.’

De voorzitter sloeg met de hamer.

Terwijl de parketpolitie mijn moeder hardhandig uit de zaal verwijderde omdat ze bleef schreeuwen en tegensputteren, keek ze één laatste maal om. Haar ogen ontmoetten de mijne. Maar er lag geen macht meer in haar blik. Ze was niet langer het almachtige monster dat mijn leven beheerste; ze was een veroordeelde misdadiger die haar eigen ondergang had bezegeld.

Frank van der Meer draaide zich naar ons om met een brede glimlach. ‘Een historisch vonnis, Marieke. De hoogste straf die ooit is opgelegd voor een zaak als deze.’

Ik viel Frank om de hals. ‘Bedankt, Frank. Voor alles. Zonder jou hadden we dit nooit overleefd.’

Thomas sloeg zijn armen om me heen en kuste me diep op mijn voorhoofd. ‘Het is voorbij, lieverd. Het is eindelijk voorbij.’

Maar de echte overwinning moest niet in de rechtbank gevierd worden. Die wachtte op ons thuis, waar twee kleine meisjes woonden die een nieuwe toekomst verdienden.