Deel 14: Een nieuw begin
Ses maanden later.
Het was een stralende zomerdag in juli. De zon scheen fel over het grote park vlakbij ons nieuwe huis in Utrecht. We hadden ons oude huis en alle herinneringen aan de regio Amstelveen achter ons gelaten om een volledig schone start te maken.
Het verduisterde geld dat door de rechtbank was toegewezen, hadden we vastgezet op een afgeschermde bankrekening voor de studiefondsen van Lieke en Sofie. Een deel ervan hadden we gebruikt om een prachtig vrijstaand huis met een grote tuin te kopen, ver weg van de schaduwen van het verleden.
Thomas was weer volledig aan het werk als software-engineer. Zijn gezondheid was wonderbaarlijk hersteld en zijn dokters hadden hem volledig schoon verklaard.
In het park lachten de kinderen. Lieke, die inmiddels negen jaar was geworden, fietste trots op haar nieuwe rode fiets over de geplaveide paden. Sofie rende erachteraan met een grote bel op haar eigen driewieler.
Ik zat op een kleed in het gras naast Thomas. We keken samen naar onze dochters.
‘Denk je dat ze er nog vaak aan denken?’ vroeg Thomas zachtjes, terwijl hij zijn arm om mijn schouders legde.
Ik keek naar Lieke, die stilhield bij een ijsverkoper en netjes wachtte tot Sofie bij haar was.
‘Soms,’ zei ik eerlijk. ‘Lieke heeft af en toe nog een nachtmerrie over de kou. Maar haar kindertherapeut zegt dat ze het heel goed verwerkt. Ze weet dat ze een heldin is, geen slachtoffer.’
Op dat moment kwam Lieke naar ons toe gerend, twee ijsjes vasthoudend.
‘Mama! Papa! Kijk!’ riep ze vrolijk. ‘De ijscoman gaf me een extra bolletje omdat ik zo goed op Sofie lette!’
Sofie kwam schutterend achter haar aan, haar gezichtje al helemaal onder de aardbeienijs. ‘Kijk mama! Sofie heeft ook ijs!’
Ik lachte en trok hen allebei op het kleed. Ik veegde de ijs van Sofies wangetje en gaf Lieke een dikke knuffel.
‘Je bent ook de allerbeste grote zus van de hele wereld, Lieke,’ zei ik trots.
Gisteren had ik een brief ontvangen van de gevangenisadministratie. Mijn vader had vanuit de gevangenis een brief geschreven. Hij vroeg om vergiffenis en schreef dat hij geen enkel contact meer zou zoeken als we dat niet wilden. Ik had de brief ongeopend in de papierversnipperaar gegooid. We hadden geen noodzaak meer aan het verleden.
Mijn moeder zat opgesloten in de strengst beveiligde vrouwelijke penitentiaire inrichting van het land. Ze had meerdere beroepen ingesteld, maar al haar verzoeken waren door het Gerechtshof van de hand gewezen. Ze zou haar straf tot de allerlaatste dag uitzitten.
‘Waar denk je aan, lieverd?’ vroeg Thomas zacht.
Ik keek naar de blauwe lucht, de groene bomen en het stralende gelach van mijn twee prachtige dochters. De ijzige Kerstnacht van Amstelveen lag ver achter ons. De kou had ons geprobeerd te vernietigen, maar het had ons uiteindelijk alleen maar sterker en hechter gemaakt als gezin.
‘Ik denk aan volgend Kerstfeest,’ zei ik met een glimlach.
‘En wat gaan we doen met Kerst?’ vroeg Thomas speels.
Ik pakte de handen van mijn dochters vast en keek mijn man liefdevol aan.
‘We blijven lekker thuis,’ zei ik beslist. ‘Samen. Warm en veilig. Voor altijd.’






