Mijn ouders stuurden mijn twee dochters weg met Kerstmis
News Story

Mijn ouders stuurden mijn twee dochters weg met Kerstmis

5 weergaven

Deel 6: Het spoor naar het buitenland

De mededeling van rechercheur Jansen sloeg in als een bom. Mijn eigen ouders waren het land uit vlucht. De lafheid van hun daad tartte elk voorstellingsvermogen. Eerst lieten ze hun kleindochters bevriezen in de sneeuw, daarna probeerden ze mij de schuld in de schoenen te schuiven, en nu renden ze weg als dieven in de nacht.

‘Hoe kunnen ze zomaar door de douane komen?!’ riep ik woedend uit. ‘Ze zijn verdachten in een misdrijf!’

‘Het arrestatiebevel werd pas twintig minuten geleden ingevoerd in het landelijke systeem,’ legde Jansen met een strakke kaak uit. ‘Als ze een vroege vlucht hebben gepakt, waren er nog geen signaleringen op hun paspoorten. We zijn momenteel de passagierslijsten van Schiphol van de afgelopen twee uur aan het spitten.’

Frank van der Meer pakte zijn telefoon en begon koortsachtig te typen. ‘Karel de Wit had een vakantiehuis in het buitenland, toch Marieke? Bedenk je goed. Waar gingen ze heen als ze de winter wilden ontvluchten?’

Ik perste mijn lippen op elkaar en probeerde helder na te denken door de mist van uitputting. Mijn vader en moeder gingen elk jaar in de winter naar hun tweede woning. Een afgelegen villa in de bergen.

‘Spanje,’ zei ik ineens. ‘Marbella. Ze hebben daar een villa op de naam van een buitenlandse holding staan. Mijn vader opschepte er altijd over dat de Nederlandse belastingdienst die woning niet kon traceren.’

Jansen knikte meteen. ‘Ik ga dit direct doorgeven aan de Koninklijke Marechaussee en Interpol. Als ze naar Malaga zijn gevlogen, kunnen we de Spaanse Policía Nacional inschakelen om hen op te wachten bij de landing of bij het adres in Marbella.’

Terwijl Jansen wegliep om de internationale opsporing in gang te zetten, liep ik terug naar de kinderafdeling. De nacht vorderde gestaag en de stilte in het ziekenhuis werd bijna oorverdovend.

Ik ging tussen de twee bedjes in zitten. Aan mijn linkerzijde lag Sofie, die zachtjes ademde met een zuurstofkapje over haar neusje. Aan mijn rechterzijde lag Lieke. Ze was wakker en staarde naar het plafond.

‘Mama?’ fluisterde Lieke zacht.

Ik pakte haar kleine, koele handje vast. ‘Ja, schatje? Mama is hier.’

‘Is opa ook boos op ons?’ vroeg ze met een brekend stemmetje.

Tranen prikten achter mijn ogen. ‘Waarom vraag je dat, Lieke?’

‘Toen oma de deur dichtdeed... zag ik opa achter het raam staan,’ zei Lieke, terwijl er een traan over haar rode wankje rolde. ‘Hij keek naar mij. Ik zwaaide naar hem en riep dat Sofie pijn had. Maar hij keek gewoon weg. Waarom deed opa dat, mama? Vindt hij ons niet meer lief?’

Die woorden sneden dieper dan welk mes ook. Mijn vader, de man die mijn kinderen verhaaltjes voorlas, die hen schommelde in de tuin... hij had ze ijskoud genegeerd.

‘Opa en oma hebben iets heel fouts gedaan, Lieke,’ zei ik zacht maar beslist. ‘Het ligt absoluut niet aan jou of Sofie. Jullie hebben niets verkeerds gedaan. Jij bent de dapperste grote zus van de hele wereld. Je hebt Sofie gered.’

Lieke knikte zachtjes en sloot haar ogen. Binnen enkele minuten viel ze weer in een diepe slaap.

Rond vier uur 's nachts kwam Frank van der Meer de kamer binnen. Hij zag er ernstig uit.

‘Marieke, er is nieuws van de politie,’ zei hij op lage toon.

‘Hebben ze hen opgepakt op de luchthaven van Malaga?’ vroeg ik hoopvol.

Frank schudde zijn hoofd. ‘Nee. Karel en Elsbeth zijn inderdaad naar Malaga gevlogen, maar ze zijn niet naar hun villa in Marbella gegaan. De Spaanse politie heeft het pand doorzocht; het was leeg. Ze hebben een huurauto gepakt op de luchthaven en zijn spoorloos verdwenen.’

‘Spijtig,’ zuchtte ik. ‘Dus ze zijn ondergedoken.’

‘Er is meer,’ zei Frank aarzelend. hij pakte zijn tablet. ‘Voordat ze de vlucht namen, heeft je moeder een e-mail gestuurd naar de bank waar jullie familievermogen en de gedeelde spaarrekeningen van de kinderen staan geregistreerd.’

Mijn maag kromp in elkaar. ‘Wat heeft ze gedaan, Frank?’

‘Ze heeft een vervalste volmacht ingediend,’ zei Frank grimmig. ‘Ze heeft de complete studie-en spaarrekeningen van Lieke en Sofie—het geld dat Thomas' ouders hadden nagelaten—volledig leeggehaald. Meer dan honderdvijftigduizend euro. Ze heeft niet alleen geprobeerd je kinderen fysiek te verwoesten, ze probeert jullie nu ook financieel kapot te maken.’

Ik staarde hem aan, sprakeloos van afgrijzen. Mijn moeder wilde ons niet alleen ontvluchten; ze wilde ons compleet vernietigen.

Op dat moment kwam er een verpleegkundige gehaast de kamer binnen.

‘Mevrouw Bakker! U moet meteen meekomen naar de afdeling cardiologie!’ roep ze dringend. ‘Uw man is bijgekomen uit zijn coma, maar er is een complicatie ontstaan!’