Mijn ouders stuurden mijn twee dochters weg met Kerstmis
News Story

Mijn ouders stuurden mijn twee dochters weg met Kerstmis

5 weergaven

Deel 10: De klopjacht in Tanger

Binnen een uur na de verijdelde aanslag in de kelder van het ziekenhuis veranderde het onderzoek van een lokale zaak in een grootschalige internationale klopjacht. Rechercheur Jansen werkte nauw samen met Interpol, de Marokkaanse Nationale Veiligheidsdienst (DGSN) en de Nederlandse ambassade in Rabat.

Het was inmiddels vroeg in de ochtend van Tweede Kerstdag. De storm buiten het ziekenhuis was gaan liggen en een kille, heldere zon kwam op boven Amsterdam.

Ik zat aan het bed van Thomas. Hij was nog steeds erg zwak, maar zijn vitale functies waren stabiel. De dokters hadden bevestigd dat hij de gevaarlijkste fase had overleefd. Mijn twee dochters sliepen eindelijk rustig in de kamer verderop, bewaakt door twee politieagenten.

Frank van der Meer kwam de IC-kamer binnen met een verse kop koffie. Hij reikte me een beker aan en ging naast me zitten.

‘Er is contact geweest met het operationele team in Marokko,’ zei Frank met een lage, rustige stem. ‘De Marokkaanse politie heeft het hotel in Tanger omsingeld op basis van de telefoonlocatie van het nummer dat de monteur heeft gegeven.’

‘Zijn ze aangehouden?’ vroeg ik met ingehouden adem.

Frank schudde langzaam zijn hoofd. ‘Nog niet. Toen de lokale politie de hotelkamer binnenviel, vonden ze alleen je vader.’

Ik fronsde mijn wenkbrauwen. ‘Mijn vader? Waar was mijn moeder dan?’

Frank zuchtte diep en keek me ernstig aan. ‘Dat is het bizarre gedeelte. Je vader, Karel, was alleen. Hij zat op de rand van het bed te huilen. Het schijnt dat ze kort voor de inval een slaande ruzie hebben gehad. Toen Karel hoorde dat de stroomaanslag in het ziekenhuis was mislukt, raakte hij in paniek. Hij wilde zichzelf aangeven.’

‘En Elsbeth?’

‘Je moeder heeft hem neergeslagen met een zwaar voorwerp, al het contante geld en de paspoorten gepakt, en is er alleen vandoor gegaan in een gestolen auto,’ zei Frank. ‘Karel is overgebracht naar het politiebureau in Tanger. Hij heeft een volledige bekentenis afgelegd.’

Mijn hart klopte in mijn keel. Mijn eigen vader was door zijn eigen vrouw verlinkt en neergeslagen. De wreedheid van mijn moeder kende werkelijk geen enkele grens.

‘Wat heeft mijn vader verklaard?’ fluisterde ik.

‘Hij heeft alles opgebiecht,’ zei Frank. ‘De verduistering van het bedrijfsgeld, de leugens over de kinderen op Kerstavond, de poging om jou de schuld te geven, én het feit dat jouw moeder de drijvende kracht achter alles was. Karel heeft aan de autoriteiten verteld dat Elsbeth al maanden een valse identiteit had voorbereid voor het geval dat hun fraude aan het licht zou komen.’

‘Een valse identiteit?’

‘Ze heeft een paspoort op de naam van een overleden Franse echtgenote van een zakenrelatie,’ zei Frank. ‘Ze probeert de grens met Ceuta over te steken—de Spaanse enclave in Noord-Afrika. Als ze Ceuta bereikt, is ze weer op Europees grondgebied met een nep-identiteit en wordt het vrijwel onmogelijk om haar op te sporen.’

Op dat moment ging mijn telefoon. Het was een videocall via een afgeschermd nummer.

Ik keek naar Frank. Hij knikte. ‘Neem op, maar zet het op luidspreker.’

Ik drukte op de knop. Het scherm van mijn telefoon lichtte op.

Het gezicht van mijn moeder verscheen. Ze zat in de bestuurdersstoel van een auto. Haar haaren zaten in de war, haar kleding was gehavend en er zat een bloedvlek op de kraag van haar jas—waarschijnlijk het bloed van mijn vader. Maar haar ogen... haar ogen spuwden een waanzinnige haat.

‘Gefeliciteerd, Marieke,’ zei ze met een hese, giftige stem. ‘Je hebt je zwakke vader gebroken. Hij zit op de blaren in een Marokkaanse cel. Blij mee?’

‘Je bent compleet gestoord, mam,’ zei ik met een ijzersterke stem, hoewel mijn hele lichaam trilde. ‘Je hebt je eigen echtgenoot neergeslagen. Je hebt je kleinkinderen laten bevriezen. Er is geen weg meer terug voor jou. Geef jezelf over.’

Mijn moeder lachte een kille, hysterische lach.

‘Mij overgeven? Aan wie? Aan de Nederlandse politie? Aan die stomme rechters?’ roep ze uit. ‘Ik heb mijn hele leven gewerkt om de schijn van een perfect familiegezin op te houden! En jij... jij hebt alles verpest met je domme, waardeloze echtgenoot en je irritante kinderen!’

‘JIJ hebt dit jezelf aangedaan!’ schreeuwde ik naar de telefoon. ‘Door je eigen hebzucht en je gebrek aan menselijkheid!’

‘Luister goed naar me, Marieke,’ zei ze, terwijl ze de camera dichter bij haar gezicht bracht. ‘Ik ben nu bij de grenspost van Ceuta. Zodra ik aan de overkant ben, ben ik onzichtbaar. Maar onthoud dit: ik zal nooit stoppen. Ik zal altijd in de schaduw blijven. En op een dag, wanneer je het het minst verwacht... kom ik terug om te halen wat van mij is.’

Toen klonk er op de achtergrond van de video plotseling het geluid van loeiende sirenes. Spaans en Marokkaans grenspersoneel schreeuwde door megafoons.

Mijn moeders gezicht betrok in een flits van pure schrik. Ze keek achterom.

‘No! Míos no!’ schreeuwde ze in gebrekkig Spaans.

Het beeld op mijn telefoon begon hevig te schudden. Ik hoorde het geluid van brekend glas, schreeuwende beambten en het gekletter van handboeien.

De camera viel op de bodem van de auto en liet alleen nog het dak van de wagen zien. Een zware, autoritaire stem sprak in het Frans:

‘Elsbeth de Wit, vous êtes en état d'arrestation!’ (Elsbeth de Wit, u bent gearresteerd!)

Daarna werd het scherm zwart.

Ik liet mijn telefoon op het bed van Thomas vallen. Het was voorbij. Ze hadden haar gepakt.