Deel 3: De Blik van Clara
Voordat Lucas kon antwoorden, verscheen een schuwe gestalte in de deuropening. Het was moeder Clara. Ze droeg haar vaste, verwassen vest en hield een dienblad vast met daarop een kopje koude soep dat niemand wilde aanraken. Haar handen trilden zo hevig dat het porseleinen kopje rammelde tegen de schotel. Ze keek haar oudste zoon Lucas aan, en daarna langdurig naar Bram, wiens ogen haar doorboorden als laserstralen.
"Lucas, laat hem met rust," fluisterde Clara met een stem die amper boven het geluid van de tikkende regen uitkwam. "Het heeft geen zin meer om te doen alsof we de boel kunnen redden. De fundamenten zijn verrot, Bram heeft gelijk." Lucas draaide zich woedend om naar zijn moeder. "Mam, hou je erbuiten! Je weet niet waar je over praat. Als dit uitkomt, verliezen we niet alleen het huis, maar ook de erfenis van oom Govert!" Bij het horen van die naam stokte de adem in Brams keel.
Oom Govert. De naam die al zeven jaar verboden was binnen deze muren. Govert, de excentrieke broer van Hendrik die na een hoogoplopende ruzie over een familiebedrijf abrupt naar Canada was vertrokken en van de aardbodem leek te zijn verdwenen. Er werd gefluisterd dat hij rijk was geworden in de houtindustrie, maar Hendrik had altijd volgehouden dat Govert een dief was die de familie in schande had achtergelaten.
"Wat heeft Govert hiermee te maken?" vroeg Bram, terwijl hij zich opdrukte op zijn kussens, ondanks de felle pijn in zijn rug. "Kom op, mam. Vertel het me. Was dat geld van hem afkomstig?" Clara liet het dienblad op het nachtkastje vallen. Een donkere vloeistof spatte over het hout. Ze liet haar hoofd hangen, en voor het eerst in jaren zag Bram een echte traan over haar gerimpelde wang rollen.
"Het was geen cadeau van je vader, zoon," snikte ze zachtjes. "Het was een lening. En niet van de bank... maar van je oom. Uit Vancouver. En hij is onderweg deze kant op." De klok in de gang beneden sloeg drie trage, zware slagen. Buiten gierde de wind door de Rotterdamse straten. Het nieuws sloeg in als een bom, maar in plaats van angst voelde Bram een vreemde, donkere opwinding door zijn aderen stromen. De confrontatie waar ze al een decennium voor wegliepen, was onvermijdelijk geworden.






