Deel 5: Het enzymatische netwerk
Het geluid van de elektronische vergrendeling galmde na in de betonruimte. Ik was opgesloten. Meer dan tien meter onder de grond, in een kamer zonder ramen, afgesneden van de buitenwereld. De lucht voelde dik en verstikkend, verzwaard door de geur van chemicaliën en het constante, mechanische gezoem van de vloeistofpomp die het lichaam in de tank in leven hield.
"Je hoeft niet bang te zijn," zei Daniel zacht. Hij zette een stap in mijn richting, zijn bewegingen gecontroleerd en ijzig kalm. "Er is geen pijn bij betrokken. Wanneer het proces begint, glijd je simpelweg weg in een diepe slaap. Een narcose waaruit je niet meer wakker wordt... maar je lichaam zal blijven leven. Haar ziel zal wonen in de ogen die jij nu gebruikt."
"Mijn ogen!" schreeuwde ik, terwijlk ik wanhopig om me heen keek naar iets wat als wapen kon dienen. "Dit zijn MIJN ogen, Daniel! Mijn herinneringen zijn echt! De liefde die ik voor je voelde was echt!"
"Het waren gesimuleerde neurale patronen," antwoordde hij gevoelloos, al zag ik een lichte spiertrekking bij zijn ooghoek. "Gekopieerd uit haar oude dagboeken. Alles wat je denkt te herinneren van je jeugd, je eerste schooldag, het verlies van je grootmoeder—het zijn niet jouw herinneringen. Het zijn de hare. Je bent een lege doos waarin ik haar spullen heb gestopt."
Die woorden sneden dieper dan welk mes ook. Was mijn hele leven een leugen? Waren de beelden van het strand bij zonsondergang, de geur van de rozen in de tuin van mijn moeder, de pijn van mijn gebroken arm toen ik twaalf was... allemaal geprogrammeerde illusies?
Nee, schreeuwde een stem diep van binnen. Als ik een kopie ben, waarom voel ik dan nu deze woede? Waarom vecht mijn hart om te overleven? Een programma vecht niet voor zijn eigen bestaan—een mens doet dat!
Mijn blik viel op de houten tafel naast de operatietafel. Er lagen verschillende scalpels, klemmen en glazen flessen met het zwarte preparaat. Maar wat belangrijker was: er stond een zware roestvrijstalen zuurstoffles op een rolkarretje vastgeketend.
Daniel kwam stap voor stap dichterbij. Hij hield een nieuw injectie-pistool vast, aangesloten op een slang die rechtstreeks naar een van de hoofdtanks aan de muur liep. "De laatste dosering moet nu worden toegediend, Elena. Je immuunsysteem staat op het punt van instorten. Als we nu niet handelen, breekt je celstructuur af en is het lichaam onbruikbaar voor de transplantatie."
"Blijf uit mijn buurt!" schreeuwde ik.
Toen hij nog een stap zette, greep ik de zware roestvrijstalen zuurstoffles. De ketting waarmee hij vastzat was verroest. Met een wanhopige krachtsinspanning die ik niet voor mogelijk had gehouden, trok ik aan de fles. Met een luid metaalachtig gekraak brak de beugel los.
Ik zwaaide de zware metalen cilinder met al mijn gewicht in de richting van Daniel.
Hij verwachtte niet dat ik fysiek zo sterk zou zijn—de immuno-suppressiva hadden mijn spieren immers verzwakt. Maar de adrenaline compenseerde alles. De onderkant van de fles raakte hem vol tegen de zijkant van zijn knie.
Een doffe pijnlijk kreet ontsnapte aan zijn lippen. Daniel struikelde en viel zwaar op de betonnen vloer. Het injectiepistool glipte uit zijn hand en de slang scheurde los, waardoor de zwarte vloeistof over de vloer spoot en een chemische stank verspreidde.
Ik aarzelde niet. Ik rende niet naar de gesloten trapdeur—ik wist dat die elektronisch vergrendeld was. In plaats daarvan rende ik naar het bedieningspaneel van het laboratorium.
op het verlichte touchscreen stonden tientallen waarden en grafieken. Een grote rode knop knipperde in het midden van het scherm met het opschrift: SYSTEM PURGE / EMERGENCY OVERRIDE.
"Nee! Elena, blijf daar vanaf!" schreeuwde Daniel, terwijl hij zich wanhopig over de gladde vloer probeerde voort te slepen, zijn been nutteloos achter zich aan slepend. "Als je daar op drukt, vernietig je het biologische evenwicht! Dan sterft ze!"
Ik keek naar de glazen tank. Het gezicht van de vrouw achter het glas staarde emotieloos voor zich uit, zwevend in de vloeistof. Zij was het spook dat mijn leven overnam. Zij was de reden waarom ik maandenlang werd vergiftigd en belogen.
"Zij is al dood, Daniel," zei ik met een kille, harde stem. "Je houdt een ijspegel vast en noemt het een mens."
"Druk niet op die knop!" gilde hij.
Ik haalde mijn hand naar voren en sloeg met mijn volle gewicht op het touchscreen.
Er klonk een luid, snijdend alarm door de ruimte. Rode noodlichten begonnen synchroon te flitsen en dompelden de kelder onder in een bloedrode gloed. Een mechanische stem schalde uit de luidsprekers:
WAARSCHUWING. NOODSCHOONMAAK GEÏNITIEERD. BIOLOGISCHE BEWAARTANKS WORDEN GELEEGD.
"NEE!" schreeuwde Daniel. Een geluid van pure, dierlijke wanhoop dat de muren deed trillen.
Achter het glas begon de vloeistof in de tank kolkend te zakken. De pomp draaide in omgekeerde richting en zuog het conserveringsmiddel met grote snelheid weg. Het lichaam in de tank begon te schokken nu de druk wegviel en de luchttoevoer werd afgesneden.
Daniel negeerde de pijn in zijn been. Hij krabbelde overeind en wierp zich tegen het glas van de tank, terwijl hij wanhopig met zijn vuisten op het gepantserde materiaal sloeg. "Elena! Mijn Elena! Houd vol!"
Terwijl hij wanhopig probeerde de kleppen manueel te herstellen, keek ik naar de hoofdcomputer. Door de noodprocedure sprongen alle elektronische deuren in het gebouw automatisch op de veiligheidsmodus.
Met een luid metallisch geklik sprong het slot van de zware stalen deur bovenaan de keldertrap open.
Ik had mijn kans.
Ik rende naar de trap, maar net toen mijn voet de eerste trede raakte, greep een ijskoude, krachtige hand mijn enkel vast.
Ik keek naar beneden. Daniel lag op de onderste trede. Zijn gezicht was vervormd door een mengeling van woede, waanzin en verdriet. Zijn vingers knepen zo hard in mijn huid dat het voelde alsof mijn botten zouden breken.
"Je gaat nergens heen," fluisterde hij met bloed doorlopen ogen. "Als zij niet kan leven... leef jij ook niet."
* * *






