Deel 10: Het offer van het verleden
Het gebeurde in een fractie van een seconde. Mijn moeder, een vrouw die twintig jaar lang in de duisternis van een ondergrondse cel was vastgehouden, bewoog met de razernij van een gewond moederdier. Ze sloeg haar magere armen om Daniels hals en ramde de scalpel met volle kracht in zijn schouder.
Daniel schreeuwde het uit van pijn en verrassing. Hij wankelde achteruit, beukte met zijn rug tegen de glazen wand van mijn isolatiekamer en probeerde haar van zich af te schudden. "Krankzinnig mens!" gilde hij, terwijl hij haar bij haar grijze haren greep en haar van zich af trok.
"Elena... REN!" schreeuwde mijn moeder naar mij, terwijl ze met haar vingers in Daniels gezicht klauwde, probeerend hem te verblinden. "Laat hem... je niet... gebruiken!"
Ik kon niet bewegen. Ik stond aan de grond genageld, getuige van de botsing tussen de twee schaduwen uit mijn verleden. De man die mijn leven had gefabriceerd, en de vrouw die mij het leven had gegeven.
Daniel slaagde erin mijn moeder van zich af te werpen. Ze viel hard op de linoleumvloer en bleef roerloos liggen, snakkend naar adem. Daniel grijp naar zijn bloedende schouder, zijn gezicht vertrokken van de pijn. De scalpel stak diep in zijn vlees.
Hij keek naar mijn moeder, en daarna naar mij. De obsessieve rust in zijn ogen was volledig verdwenen; wat overbleef was de pure, ongecontroleerde waanzin van een man die de controle over zijn creatie verloor.
"Ondankbare wrochten..." raste hij, terwijl hij zijn hand naar zijn binnenzak bracht en een klein, zwart kastje tevoorschijn haalde—een afstandsbediening met een digitaal schermpje waarop een afteller stond.
"Als ik je niet kan hebben... als het proces niet voltooid kan worden... dan eindigt het hier voor ons allen," zei hij met een ijzige, verdraaide glimlach. "Het laboratorium onder het huis staat al op het punt te verbranden. Ik heb de zelfvernietiging geactiveerd toen ik ontsnapte. En het preparaat in jouw lichaam, Elena... zonder de stabilisator die in mijn tas zit... zal jouw harritme binnen tien minuten laten stoppen."
Hij liet het zwarte kastje op de grond vallen en trapte er met zijn zware schoen op, waardoor het elektronische schermpje in honderden stukjes uiteenspatte.
"Je bent dood, Elena," fluisterde hij. "Net zoals zij."
Hij keerde zich om en wilde vluchten richting de trap naar het dak.
Maar hij kwam niet ver.
Rechercheur Jansen, die ondanks zijn verwondingen op zijn knieën was gekropen, greep het dienstwapen dat naast hem op de vloer lag. Met trillende handen richtte hij het op de rug van de vluchtende man.
KNALL!
Het schot galmde oorverdovend door de afgesloten ziekenhuisgang.
Daniel verstijfde midden in zijn stap. Een klein, rood puntje verscheen in het midden van zijn rug. Hij keek nog één keer achterom naar mij—een blik van ongeloof en verloren obsessie—voordat hij voorover op de harde vloer viel en niet meer bewoog.
Er viel een doodse stilte. De rook van het pistoolschot steeg traag op in het rode noodlicht.
"Elena..." klonk een zwak fluisteren vanaf de grond.
Ik liet de infuusstandaard vallen en liet mezelf op mijn knieën zakken naast mijn moeder. Ik pakte haar magere, ijskoude hand vast. Haar huid voelde papieren dun aan, doordrenkt met de geur van jarenlange opsluiting.
"Ik ben hier," huilde ik, terwijlk de tranen over mijn gezicht stroomden. "Ik ben hier, mama."
Het woord 'mama' voelde zo vreemd en tegelijkertijd zo immens natuurlijk op mijn tong.
Ze keek me aan met haar doffe, grijze ogen, en voor het eerst zag ik een vonk van echte, onvoorwaardelijke liefde in dat gelaat dat zo op het mijne leek.
"Laat hem... je niet aanpraten... dat je ziek bent," fluisterde ze met grote moeite. "Hij... hij maakte de ziekte. De soep... het was niet om je te genezen. Het was... om je afhankelijk te maken. Zodat je nooit... zou weggaan."
Mijn adem stokte. "Hij... hij vergifstigde me al die tijd?"
Mijn moeder knikte zwak. "Er is geen erfelijk defect... Hij gebruikte mijn bloed... om je brein wazig te houden. Zodat je... zijn leugens zou geloven. De artsen... zij kunnen de gifstoffen... uit je bloed zuiveren..."
Haar hand begon te trillen, en haar ademhaling werd sneller en oppervlakkiger.
"Mama! Houd vol!" riep ik wanhopig. "Dokter Vane! Help haar!"
Dokter Vane, die inmiddels bij kennis was gekomen, kwam gehaast naar ons toe gekropen en voelde aan haar hals. Hij keek me ernstig aan en schudde langzaam zijn hoofd.
"Haar lichaam is te ver uitgeput, Elena," zei hij zacht. "De jarenlange biologische uitbuiting... ze heeft al haar reserves gegeven om jou vanavond te redden."
Mijn moeder knyp heel even krachtig in mijn vingers. "Je bent... echt, Elena," fluisterde ze, met haar laatste ademteug. "Leef... jouw eigen leven."
Haar ogen starden bewegingloos naar het plafond. De hand in de mijne werd slap.
Ik boog mijn hoofd over haar borstkas en schreeuwde het uit van verdriet. Een schreeuw die de jaren van bedrog, de angst en het verlies van een moeder die ik pas net had teruggevonden, eruit gooide.
Maar achter de pijn... begon een klein, onblusbaar vuur te branden.
Ik was geen kloon. Ik was niet ziek. Ik was niet zijn meesterwerk.
Ik was een overlevende.
* * *






