Deel 14: Het Ware Kerstfeest
De kerstavond van dit jaar was gevuld met warmte, liefde en oprechte vriendschap. De open haard knisperde zachtjes en wierp een dansend licht op de gezichten van de mensen om me heen. Lisa en Corrie zaten op de bank te genieten van een kop thee, terwijl mijn dochter met een grote rode strik in haar haar speelde met haar houten blokken op het vloerkleed.
Er was geen spoor meer van het verleden dat ons bijna had gebroken. Margriet zat ergens cel in een kil gebouw, ver weg van de macht die ze zo lang had misbruikt, en Lucas boette voor de keuzes die hij uit zwakte had gemaakt. Hun wereld was ingestort door hun eigen hebzucht, terwijl de onze juist was herbouwd op een fundament van waarheid, moed en doorzettingsvermogen.
Ik liep naar de tafel, schonk een glas warme punch in en ging even op de brede vensterbank zitten om naar de sterrenhemel te kijken. De stad Breda lag stil en vredig onder een deken van witte sneeuw, de Grote Kerk reikte majestueus naar de hemel alsof ze wilde waken over alle mensen daaronder. Ik dacht terug aan die vreselijke nacht een jaar geleden, toen ik met een huilende baby op mijn arm de straat op werd geduwd in de bittere kou.
Het leek een eeuwigheid geleden. Ik had alles verloren wat me toen dierbaar leek, maar in ruil daarvoor had ik iets veel kostbaarders teruggekregen: mezelf, mijn waardigheid en een onwrikbare kracht die nooit meer kon worden afgepakt. De deur van de woonkamer opende zich en mijn dochter kwam op haar kleine voetjes naar me toe gelopen, trok aan de zoom van mijn jurk en keek me aan met stralende, onschuldige ogen.
Ik tilde haar op, drukte haar stevig tegen me aan en gaf haar een kus op haar warme wang. "Fijne kerst, liefje," fluisterde ik, terwijl de klokken van de Grote Kerk door de winterse nacht begonnen te luiden om middernacht in te luiden. We waren thuis. En voor het eerst in ons leven was dat voor altijd.






