Deel 10: Het Einde van de Nachtmerrie
De winter trok langzaam weg uit Breda, en de eerste zonnestralen van de vroege lente begonnen de singels te verwarmen. De bomen kregen hun eerste groene knoppen, en de stad leek te ademen na een lange, ijskoude periode van angst en duisternis. De rechtszaak tegen Margriet en haar medestanders naderde zijn ontknoping; de bewijslast was zo overweldigend dat een veroordeling onvermijdelijk leek.
Ik stond voor het open raam van mijn eigen huis – het echte, door mij verworven huis aan de rand van het Ginneken. De geur van vers gemaaid gras en bloeiende crocussen stroomde naar binnen. Mijn dochter kon nu kruipen en speelde vrolijk op het kleed in de woonkamer, haar vrolijke geluidjes vulden het huis met leven en warmte. Er was geen spoor meer te vinden van de kilte en de eenzaamheid van die kerstavond.
Lucas zat ergens in een detentiecentrum te wachten op zijn proces, verlaten door de vrienden en familieleden die ooit zo trots op hem waren geweest. Zijn moeder zat vast in de gevangenis van Vught, ver weg van de macht en het geld waarmee ze decennialang de touwtjes in handen had gehouden. Lisa was een goede vriendin geworden; we dronken regelmatig koffie in de zon op de Grote Markt en bespraken plannen voor een eigen onderneming.
We hadden samen de storm doorstaan en waren er sterker uitgekomen. Ik keek naar buiten, waar de vogels floten in de tuinen rondom de singels. De nacht waarin ik met een koffer en een huilende baby de kou in werd gestuurd, voelde als een vorig leven. Ik had geleerd dat ware kracht niet zit in de status die anderen je geven, maar in de onvoorwaardelijke liefde voor je kind en de moed om op te komen voor jezelf, zelfs wanneer de hele wereld tegen je lijkt te zijn samengespannen.






