Deel 6: De dag van het oordeel
De volgende ochtend om negen uur stonden we in de grote, imposante hal van de Rechtbank Den Haag. Het gebouw ademde een sfeer van bureaucratie en onverbiddelijkheid. Evelyn liep pal naast me, gehuld in een donkerblauw mantelpak, met een dik dossier onder haar arm. Achter ons liep Leo, die dankzij een schone outfit en een nieuwe knuffelbeer weer een beetje kleur op zijn wangen had.
Bij de ingang zagen we ze staan. Dominic zag er slecht uit. Zijn haar zat in de war, zijn ogen waren roodrandorst door een slapeloze nacht, en zijn dure maatpak leefde duidelijk niet meer in de plooi. Naast hem stond Brooke, die haar zonnebril ophad alsof ze een filmster op de vlucht was, hoewel iedereen kon zien dat ze aan het trillen was. Victoria was er niet bij; blijkbaar had de harde werkelijkheid haar trotse façade gebroken.
Dominic schoot naar voren toen hij ons zag, maar de portiers hielden hem direct tegen. ‘Clara! Wacht! Laten we dit buiten de rechter om regelen!’ riep hij met een schorre stem. ‘We kunnen een schikking treffen! Je krijgt alles! Het huis, de rekeningen, alles! Maar trek die strafaanklachten in!’
Ik bleef stokstijf stilstaan en keek hem aan over de rand van mijn zonnebril. ‘Een schikking, Dominic?’ vroeg ik, mijn stem koud en helder. ‘Heb jij een schikking getroffen met mijn zoontje toen hij op zijn knieën over de vloer moest kruipen?’
‘Dat was een misverstand! Dat was mijn moeder! Ik wist daar niets van!’ schreeuwde hij, terwijl omstanders nieuwsgierig omkwamen kijken.
‘Jij wist alles,’ zei ik zacht. ‘En vandaag ga je ontdekken wat de prijs is van leugens.’
We liepen door naar zittingszaal 4. De rechter, een strenge man met een bril met gouden montuur en een grijze mattheüsblik, nam plaats achter zijn hoge houten desk. De griffier knikte ons toe.
Evelyn nam direct het woord namens mij. En wat volgde, was een juridische sloopkogel waar Dominic en zijn advocaat geen verweer tegen hadden.






