TEIL 8
De e-mail van Calebs juridische team voelde als een ijskoude emmer water die over mijn hoofd werd gegooid. Net toen ik dacht dat de dag niet vreemder of stressvoller kon worden, bewees de lafheid van mijn voormalige baas het tegendeel. In de brief werd beweerd dat ik opzettelijk de belangrijkste vergadering van het jaar had gesaboteerd door zonder geldige reden weg te lopen, en dat ik verantwoordelijk werd gehouden voor het verlies van de klant.
Ze eisten een rectificatie, een openbare verontschuldiging én een astronomische schadevergoeding van tweehonderdduizend euro. Ik staarde naar het scherm van mijn telefoon, terwijl mijn handen licht begonnen te beven. Twee honderdduizend euro? Waar moest ik dat in vredesnaam vandaan halen? We hadden net genoeg spaargeld voor een paar maanden huur en wat onvoorziene kosten, laat staan voor een juridische veldslag tegen een bedrijf met diepe zakken.
Terwijl ik daar op de gang van het ziekenhuis stond, met het zwakke licht van de tl-buizen boven me, kwam Helena aanlopen met haar wandelstok. Ze zag meteen dat er iets mis was. Haar scherpe blik ruste op mijn bezorgde gezicht. "Wat is er nu weer, Julian? Je ziet zo wit als een lijk. Is er iets met Emma?" vroeg ze direct, waarbij ze haar stem laag hield om de andere patiënten niet te storen.
"Nee, met Emma gaat het gelukkig goed," antwoordde ik trillend, terwijl ik mijn telefoon naar haar toe hield. "Het is Caleb. Hij… hij klaagt me aan. Hij eist tweehonderdduizend euro schadevergoeding omdat hij beweert dat ik de vergadering opzettelijk heb gesaboteerd en de boel heb belazerd." Helena nam het toestel aan, las de mail in stilte door, en haar gezicht betrok in een uitdrukking van pure, onvervalste woede.
Haar ogen vernauwden zich tot spleetjes en haar lippen werden een strakke lijn. Het leek wel alsof er een storm opsteeg in haar wezen. "Die arrogante, mislukte kleine rat," sствую ze met een stem vol minachting. "Hij heeft werkelijk niet door met wie hij speelt, hè?" Ze pakte haar eigen telefoon uit haar tas, zocht direct een contact op en drukte op bellen.
Ze hield het toestel tegen haar oor en wachtte geen seconde tot er werd opgenomen. "Ja, met mij. Verbind me direct door met de hoofdofficier van onze juridische afdeling… Nee, het kan niet wachten tot morgenochtend. Ik wil dat er nu, vannacht nog, een tegenaanval wordt ingezet tegen het kantoor van Caleb Sanders." Ik keek haar met open mond aan. "Mevrouw Van Den Berg, u hoeft dit niet te doen.
Dit is mijn juridische strijd…" "Stil, Julian," zei ze met een autoritaire zachtheid die geen tegenspraak duldde. "Dit is allang jouw strijd niet meer. Dit is een kwestie van gerechtigheid. Mensen zoals Caleb denken dat ze met alles wegkomen zolang ze maar macht en geld hebben. Het is tijd om ze te laten zien dat normen en waarden zwaarder wegen dan hun vieze spelletjes." Ze gaf haar advocaat aan de telefoon gedetailleerde instructies die mijn verstand te boven gingen.
Binnen een paar minuten had ze niet alleen een verdediging geregeld, maar ook een tegenoffensief gelast dat Calebs hele imperium op zijn grondvesten zou doen schudden. Ze eiste namelijk niet alleen intrekking van de eis, maar ook een volledig onafhankelijk audit van Calebs financiële administratie op verdenking van grootschalige fraude met klantengelden.
Maar terwijl Helena druk in gesprek was, trilde mijn telefoon opnieuw in mijn hand. Een ander nummer. Een onbekend privénummer. Ik nam op, verwachtende dat het weer een of andere advocaat zou zijn, maar de stem aan de andere kant van de lijn deed mijn bloed stollen. Het was mijn broer, die al jaren in het buitenland woonde, en zijn woorden sloegen in als een bom: "Julian… Je moet meteen naar huis komen. Er is ingebroken."



