TEIL 12
De ochtendzon scheet door de grote ramen van het kantoor van de raad van bestuur van de Van Den Berg Groep, een indrukwekkend pand in het hart van de stad dat uitkeek over de skyline. De lucht was helder na de regen van gisteravond, en de straten glansden in het vroege ochtendlicht. Ik zat niet langer aan een klein bureau in een hoekje van een open kantoortuin; ik zat aan een massieve eikenhouten tafel, gekleed in een maatpak dat Helena me had laten aanmeten, hoewel ik me er nog steeds wat onwennig in voelde.
Tegenover me zat Caleb. Zijn gezicht was grauw, zijn haar zat slordig en de donkere kringen onder zijn ogen vertelden het verhaal van een slapeloze nacht. Hij zag er niet meer uit als de arrogante, ongenaakbare directeur van gisterenochtend. Nu leek hij een gebroken man, bewust van het feit dat zijn carrière voorgoed voorbij was. Naast hem zaten twee nerveuze bedrijfsadvocaten die elk moment leken te willen opstaan en weglopen.
Helena zat aan het hoofd van de tafel, haar blik ijskoud en ondoorgrondelijk. Haar hand ruste op haar stijlvolle wandelstok, en toen ze sprak, klonk haar stem als een vonnis. "Caleb," begon ze, en het enkele woord liet de man al trillen. "Je hebt geprobeerd om een loyale werknemer te ruïneren, je hebt gelogen over de financiën van dit bedrijf, en je hebt zelfs geprobeerd om bewijsmateriaal te stelen en te vernietigen.
De bewijzen liggen hier allemaal zwart op wit." Caleb opende zijn mond om iets te zeggen, om een slap excuus te stotteren over druk van bovenaf of misverstanden, maar Helena hief haar hand op om hem direct te snoeren. "Spreek niet. Het hoeft niet," zei ze koeltjes. "Je hebt twee keuzes. Of we overhandigen deze documenten direct aan de federale aanklager, wat betekent dat je binnenkort niet alleen je baan kwijt bent, maar ook een celstraf van meerdere jaren tegemoet ziet… of je tekent nu onmiddellijk je ontslag, doet afstand van al je bonussen en aandelenopties, en trekt per direct alle juridische claims tegen Julian in." Caleb keek naar de papieren, daarna naar mij, met een blik vol pure haat en wanhoop.
Maar hij wist dat hij geen enkele andere keuze had. Met trillende vingers pakte hij de vulpen aan die een van zijn advocaten hem aanreikte. Hij zette zijn handtekening onder het document, elk woord lijkend te haten. "Goed," zei Helena zakelijk. "Daarmee is deze zaak gesloten. Je wordt per direct uit het gebouw begeleid door de beveiliging." Binnen twee minuten was Caleb uit de kamer verdwenen, zijn spullen in een haastig meegegraaide aktetas.
De deur sloot zich achter hem, en daarmee sloot zich ook het hoofdstuk van mijn leven dat werd gedomineerd door angst, ratrace-mentaliteit en valse prioriteiten. Helena draaide zich naar mij toe en glimlachte warm. "Welnu, Julian. Vanaf vandaag ben jij de nieuwe directeur van onze maatschappelijke divisie, met een salaris waar je u tegen zegt, en bovenal: de vrijheid om het bedrijf te leiden zoals het hoort.
Met menselijkheid als uitgangspunt." Ik glimlachte, dacht aan Sarah en Emma die inmiddels weer lekker thuis op de bank lagen te herstellen, en wist dat alles precies zo was gelopen zoals het hoort. Maar net toen ik wilde bedanken, ging de deur van de bestuurskamer opnieuw open en stormde een jonge secretaresse binnen met een dringend gezicht. "Mevrouw Van Den Berg, meneer De Vries… u moet even naar het nieuws op de hoofdmunitor kijken. Er is iets vreemds aan de hand bij de hoofdbeurs…"



