Deel 12: Het sanatorium in de sneeuw
De kronkelende bergweg naar het oude sanatorium van Sterling Pharmaceuticals was veranderd in een ijsbaan. De sneeuwstorm die over de Zwitserse Alpen raasde, verminderde het zicht tot nauwelijks drie meter. Mijn gehuurde terreinwagen gleed af en toe gevaarlijk dicht langs de diepe afgronden van het Ravijn van Chamonix, maar ik trapte het gaspedaal alleen maar dieper in.
Het was zeven uur ’s avonds. De duisternis was volledig ingevallen.
Op de bijrijdersstoel lag de zwarte cassette. Naast de cassette lag het oude jachtgeweer dat ik uit het boothuis in Nederland had meegenomen, samen met een klein doosje extra munitie dat ik bij een lokale jachtwinkel in Genève had gekocht.
Aan het einde van de steile bergweg dook het sanatorium op. het was een gigantisch, grauw gebouw uit de jaren dertig, gebouwd van beton en donker hout, omringd door hoge hekken met prikkeldraad. Het leek op een spookachtig monument van menselijke hoogmoed, geïsoleerd op de ijzige piek van de berg.
De zware ijzeren poort stond wijd open, alsof ze op mijn komst wachtten.
Ik reed het terrein op en parkeerde de wagen midden op het besneeuwde binnenplein. De koplampen verlichtten de donkere ingang van het hoofdebouw.
Ik pakte de zwarte cassette met de ampul blauw antistof, stak het jachtgeweer onder mijn lange winterjas en stapte de vrieskou in.
De wind huilde door de gebroken ramen van de bovenste verdiepingen. Het geluid klonk als het gekerm van honderden geesten.
Ik stapte de grote hal van het sanatorium binnen. De vloer was bedekt met een dunne laag ijs en stof. In het midden van de hal brulde een grote, open haard waarin dikke blokken hout brandden — het enige teken van leven in de ijzige ruïne.
Voor de haard stond een stoel. En in die stoel zat notaris Bergman. hij hing voorover, zijn armen vreemd gebogen. hij beweegt niet.
Ik rende naar hem toe en voelde aan zijn nek. Geen hartslag. Zijn huid voelde aan als ijs. Een enkele kogelwond in zijn borstkas had een einde aan zijn leven gemaakt.
‘Hij was onvoorzichtig,’ klonk de stem van Julian Sterling vanaf de balustrade van de tweede verdieping.
Ik keek met een ruk omhoog.
Julian stond daarboven, gekleed in een zware pelsmantel. Naast hem stonden vier zwaar bewapende huurlingen met automatische geweren.
En achter hen, vastgebonden aan twee houten stoelen, zaten Chloe en kleine Maya. Chloe’s gezicht was doodbleek; donkere, paarse kringen stonden onder haar ogen. Haar ademhaling was zwaar en raspend — het M-99 gif eiste zijn tol. Maya lag stil in haar moeders schoot, te koud en te uitgeput om nog te huilen.
‘Mama...’ bracht Chloe er met een nauwelijks hoorbare stem uit. ‘Ga weg... het is een... val...’
‘Zwijg!’ snauwde een van de huurlingen, die een hand op haar schouder duwde.
Mijn hart schreeuwde om naar boven te rennen, maar ik dwong mezelf om ijskoud te blijven.
‘Ik ben hier, Julian!’ riep ik naar boven, terwijl ik de zwarte cassette omhoog hield. ‘Hier is het antistof! Laat mijn dochter en kleinkind gaan!’
Julian glimlachte neerbuigend. hij wandelde langzaam de houten trap af naar de begane grond, geflankeerd door twee van zijn wachters.
‘Je bent op tijd, Sarah,’ zei hij. ‘Maar je bent naïef. Dacht je echt dat ik je hier levend vandaan zou laten gaan met het geheim van de Cirkel van Twaalf?’
‘Als je me doodt, breek ik dit flesje op de stenen vloer!’ schreeuwde ik. Ik trok het glazen ampul uit de cassette en hield het boven de harde, stenen rand van de haard. ‘Eén beweging van je mannen, en het antistof is voor altijd verloren! En dan sterft Chloe... maar dan sterven ook jouw machtige kopers in de Cirkel van Twaalf binnen zes maanden!’
Julian stopte op vijf meter afstand van mij. Zijn ogen vernauwden zich tot twee spleetjes.
‘Je bluft,’ siste hij. ‘Je zou het leven van je eigen dochter niet opofferen.’
‘Probeer me maar uit,’ antwoordde ik met een ijskoude stem die geen enkele twijfel toeliet. ‘Ik heb gezien hoe mijn dochter door jouw familie werd mishandeld. Ik heb gezien hoe jullie haar als een dier hebben behandeld. Ik heb niets meer te verliezen, Julian. Helemaal niets.’
Voor het eerst zag ik een flits van twijfel in de ogen van de man. hij wist dat hij met een moeder sprak die over de rand van de afgrond was geduwd.
‘Goed,’ zei Julian langzaam. hij wenkte naar boven. ‘Laat de baby en het meisje naar beneden komen.’
De huurlingen sneden de touwen van Chloe los. Chloe stond wankelend op, pakte Maya stevig vast en begon langzaam de houten trap af te dalen. Elk stap kostte haar gigantisch veel moeite; ze trilde van de vrieskou en het gif dat door haar bloed raasde.
Toen ze onderaan de trap kwam, keek ze me met betraande ogen aan.
‘Mama...’ fluisterde ze.
‘Loop naar buiten, Chloe,’ zei ik zonder mijn blik van Julian af te wenden. ‘Stap in de terreinwagen. De motor draait.’
Chloe aarzelde, maar de blik in mijn ogen dwong haar te gehoorzamen. Ze struikelde langs de haard naar de grote houten deuren van de uitgang.
Zodra de deuren achter haar dichtsloegen, keek Julian me strak aan.
‘En nu het antistof, Sarah. En het dagboek.’
Ik keek naar het blauwe flesje in mijn hand.
‘Hier,’ zei ik.
Ik gooide de glazen ampul niet naar Julian, maar stak hem diep in de zak van mijn jas. In dezelfde beweging trok ik het dubbelloops jachtgeweer onder mijn jas vandaan en richtte het recht op de grote gasfles die naast de open haard stond — de gasfles die de kachels van het sanatorium van brandstof voorzag.
Julian’s ogen werden enorm groot van schrik.
‘NEE!’ schreeuwde hij.
BOEM!
Ik haalde de trekker over.






