Deel 5
Mijn instinct nam het over voordat mijn verstand het kon verwerken. Ik draaide me om en rende zo hard als mijn benen me konden dragen de hoek om, de smalle steegjes van de binnenstad in. Mijn hart sloeg wild in mijn keel, en het gewicht van de zwarte map onder mijn arm leek bij elke stap zwaarder te worden.
Achter mij hoorde ik het geluid van rennende voetstappen en geagiteerd geschreeuw.
"Pak haar!" hoorde ik de stem van Julian galmen.
Ik sloeg linksaf, een overdekte winkelpassage in. Reizigers en winkelend publiek keken verbaasd op toen ik langs hen heen glipte. Ik keek vluchtig achterom. De man met het litteken was sneller dan Julian en kwam met grote stappen dichterbij. Zijn blik was strak op de map in mijn handen gericht. Ze wisten dat ik de inhoud van kluisje 142 had.
Mijn telefoon trilde in mijn zak. Lisa.
Ik nam op terwijl ik rennend een drukke kruising overstak. "Lisa! Ze zijn hier! Julian en die man van het station!"
"Wat?!" riep Lisa door de lijn. "Hoe weten ze dat je daar bent?"
"Ik weet het niet, maar ze zitten achter me aan! Waar moet ik heen?"
"Ga naar de parkeergarage achter het kantoor! Ik sta op niveau -2 bij de uitgang in een grijze Volkswagen! Schiet op, Claire!"
Ik verbrak de verbinding en veranderde meteen van richting. Mijn longen brandden van de inspanning en het zweet stond op mijn voorhoofd, maar de adrenaline hield me overeind. Ik rende de steile oprijlaan van de ondergrondse parkeergarage in. De kille, muffe lucht van uitlaatgassen en beton kwam me tegemoet.
Mijn schoenen klapten hard op het asfalt toen ik de trappen af rende naar niveau -2.
Het was er stil en duister. De TL-buizen aan het plafond flikkerden zwak. Ik keek wild om me heen. Tussen de rijen geparkeerde auto's zag ik aan het einde van de gang de achterlichten van een grijze Volkswagen oplichten.
"Lisa!" fluisterde ik luid terwijl ik erop afsnelde.
De bestuurdersdeur ging open en een vrouw met kort rood haar en een strak gezicht stapte uit. Het was Lisa. Ze wenkte me haastig. "Stap in! Snel!"
Ik rende naar de passagierszijde en trok het portier open. Juist toen ik mijn voet naar binnen wilde zetten, klonk er een harde knal achter in de garage. Het geluid van een dichtslaande deur echode door de ruimte.
"Claire! Stop!"
Ik keek achterom. Julian stond bij de ingang van de verdieping. Zijn das hing los, zijn colbert was opengewaaid en hij was buiten adem. Maar zijn ogen straalden een pure, gevaarlijke woede uit. Naast hem stapte de man met het litteken uit de schaduw. In zijn rechterhand hield hij iets wat schitterde in het kunstlicht.
Een mes.
"Stap in, Claire! Nu!" schreeuwde Lisa.
Ik dook de auto in en sloeg het portier dicht. Lisa trapte het gaspedaal vol in. De banden piepten luid op het gladde beton van de garage terwijl de auto naar voren schoot. Julian en de man met het litteken moesten opzij springen om niet geraakt te worden.
We rachten de uitrijlaan op, ramden de slagboom die net omhoog ging, en schoten met loeiende motor de zonnige buitenwereld in.
Lisa stuurde de auto met behendigheid door het drukke stadsverkeer, neem meerdere snelle afslagen tot we er zeker van waren dat niemand ons volgde. Pas na tien minuten liet ze het gas wat los en haalde ze diep adem.
"Dat scheelde niet veel," zei ze, terwijl ze haar trillende handen strak om het stuur klemde.
Ik zat hijgend in de stoel, mijn hand stevig op de map gedrukt. "Hij had een mes, Lisa. Hij wilde me echt wat aandoen."
"Julian heeft veel te verliezen, Claire," zei Lisa ernstig. "Als jij naar de politie stapt met die documenten, verliest hij niet alleen zijn huwelijk. Hij gaat de gevangenis in voor fraude en valsheid in geschrifte. En de familie Weber maakt hem af als ze erachter komen dat hij hen heeft gebruikt."
Ik keek naar het profiel van de vrouw naast me. Ze zag er vastberaden uit, maar er lag ook een duistere schaduw over haar gezicht.
"Hoe wisten ze dat we bij het kantoor afgesproken hadden?" vroeg ik ineens, terwijl er een naar vermoeden in mij opkwam.
Lisa keek niet op van de weg. "Ik weet het niet. Misschien hielden ze mijn telefoon in de gaten. Klaus heeft connecties bij de politie en beveiligingsbedrijven."
Haar antwoord klonk logisch, maar een klein stemmetje in mijn achterhoofd maande me tot voorzichtigheid. Ik had Lisa vandaag voor het eerst ontmoet. Ik kende haar alleen van een telefoontje.
"Waar gaan we heen?" vroeg ik.
"Naar mijn appartement buiten de stad," zei ze. "Daar zijn we veilig. We kunnen de documenten kopiëren en een advocaat bellen. Ik ken een hele goede die gespecialiseerd is in financieel recht."
We reden nog twintig minuten door tot we bij een afgelegen flatgebouw aan de rand van het bos kwamen. Lisa parkeerde de auto aan de achterzijde, uit het zicht van de hoofdweg.
We gingen met de lift naar de vierde verdieping. Lisa opende de deur van haar appartement. Het was strak en minimalistisch ingericht, alsof er nauwelijks iemand woonde.
"Ga zitten," zei ze, terwijl ze naar de keuken liep. "Ik maak koffie. Leg de map maar op tafel."
Ich liep naar de eettafel en legde de zwarte map neer. Mijn ogen vielen op een dressoir in de hoek van de woonkamer. Er stonden een paar ingelijste foto's op.
Gedreven door een plotselinge ingeving liep ik er langzaam naartoe. op een van de foto's stond Lisa, lachend op een strand. En naast haar... stond Helga Visser. Julians moeder.
Ze hielden elk een glas champagne vast en hadden hun armen om elkaar heen. De datum onderaan de foto was van vorig jaar.
Mijn bloed stolde in mijn aderen. Lisa was geen slachtoffer van de familie Visser. Ze was een vriendin van de familie.
Toen hoorde ik het geluid van een sleutel die in het deurslot van het appartement werd gestoken. De voordeur ging open.
In de opening stond niet Julian.
Het was Klaus Visser, Julians vader. En achter hem stond Helga.
Lisa kwam de keuken uit lopen met een ijzig kalme glimlach op haar gezicht. Ze pakte de zwarte map van de tafel.
"Bedankt dat je de documenten zo netjes voor ons hebt opgehaald, Claire," zei Lisa zacht. "Dat bespaart ons een hoop zoekwerk."






