Deel 10
Het geluid van de sirenes sneed door de strakke stilte van de bibliotheek. Het blauwe zwaailicht weerkaatste tegen de hoge ramen van het herenhuis en wierp een spookachtig licht over de gezichten van de aanwezigen.
Paniek brak uit.
"Verdomme, Julian!" schreeuwde Klaus, terwijl hij zijn zoon bij de kraag van zijn colbert greep en hem ruw doorheen schudde. "Wat heb je gedaan?! Je hebt ons allemaal verwoest!"
"Ik... ik wost niet dat ze opnam!" stotterde Julian, wiens gezicht nu zo bleek was als een doek. De arrogante houding was opgeslokt door pure angst.
"Stilte!" snauwde Bernhard Weber. Hij draaide zich om naar zijn beveiligers. "Sluit de poorten niet! Dat maakt het alleen maar erger. Laat ze binnen komen. Onze advocaten zijn al onderweg."
"En zij?" schreeuwde Sophie, terwijl ze naar mij wees. "Ze heeft alles verpest! Ze mag dit niet overleven!"
Julian keek me aan met een woeste blik. De paniek veranderde in gevaarlijke waanzin. Hij trok zich los uit de greep van zijn vader, stapte op me af en greep me bij mijn keel.
"Als ik de bak in ga, ga jij mee het graf in!" briesde hij, terwijl hij zijn vingers strak om mijn luchtpijp klemde.
Ich worstelde, probeerde te ademen, maar het zicht werd snel zwart voor mijn ogen. Mijn handen klauwden naar zijn gezicht.
"Julian! Stop!" schreeuwde Klaus, maar hij deed niets om zijn zoon tegen te houden.
Juist op het moment dat ik het bewustzijn dreigde te verliezen, klonk er een harde knal. De eikenhouten deur van de bibliotheek werd van buitenaf ingetrapt en vloog met een verdovende klap uit zijn hengsels.
"Politie! Handen omhoog! Nu!"
Zwaar bewapende agenten van een speciaal arrestatieteam stormden de ruimte binnen. Hun laservizieren flikkerden rood door de kamer.
"Laat haar los! Nu!" schreeuwde een agent.
Julian aarzelde een fractie van een seconde, maar toen hij de rode stippen op zijn borst zag staan, liet hij mijn keel los en deed hij zijn handen langzaam omhoog. Ich viel hoestend en naar adem snikkend op de grond.
Binnen een paar seconden werden Julian, Klaus en Bernhard tegen de muur gewerkt en in de handboeien geslagen. Sophie begon hysterisch te gillen toen een vrouwelijke agent haar bij haar armen greep.
Een man in een donkere regenjas stapte de kamer binnen. Het was rechercheur de Jong — de man die ik vanuit de bus had gesproken. Hij liep rechtstreeks naar mij toe en ging op één knie zitten.
"Mevrouw Bennett? Gaat het?" asked hij bezorgd.
Ich knikte hees, mijn hand op mijn pijnlijk hals gedrukt. "Het... het audiobestand... heeft u het ontvangen?"
De Jong knikte ernstig. "Luid en duidelijk. Het was voldoende voor een spoedmachtiging van de rechter-commissaris. We hebben uw telefoonlocatie getraceerd nadat de verbinding verbrak."
Hij hielp me overeind. Ich keek om me heen. Julian werd door twee agenten de kamer uit geleid. Toen hij langs me liep, keek hij me aan met een blik vol pure haat.
"Het is voorbij, Julian," zei ik met een hese, maar onbuigzame stem.
"Je hebt niets, Claire," spuwde hij naar me toe. "Mijn vader heeft de beste advocaten van het land. We staan binnen vierentwintig uur weer buiten!"
"Dat denk ik niet," zei rechercheur de Jong koud. "Het Openbaar Ministerie heeft zojuist ook uw kluisje op het Centraal Station geopend. En we hebben de buitenlandse bankrekeningen en het vervalste prenuptiaal contract al veiliggesteld."
Julian verstijfde. Zijn laatste sprankje hoop verdween. Hij werd de kamer uit gesleurd.
Twee uur later zat ik op het hoofdbureau van de politie in de stad. Een deken lag om mijn schouders en ik dronk warme thee uit een kartonnen bekertje. Rechercheur de Jong zat tegenover mij met een dik dossier.
"U heeft ons een enorm netwerk aan criminaliteit in de schoot geworpen, mevrouw Bennett," zei hij. "Het gaat niet alleen om de moord op Thomas Visser. We hebben bewijs gevonden van grootschalige witwaspraktijken tussen de familie Visser en de Weber Groep. Dit gaat de boeken in als een van de grootste zakenschandalen van de afgelopen decennia."
"En de familie?" vroeg ik zacht. "Helga? Lisa?"
"Helga Visser is thuis gearresteerd. Lisa... de vrouw die u naar het appartement lokte, heeft al een volledige bekentenis afgelegd in ruil voor strafvermindering. Zij heeft bevestigd dat Julian en Klaus van plan waren u permanent te laten opsluiten in een illegale privé-inrichting in Oostenrijk."
Een rilling ging door mijn rug. Ik was zo dicht bij de afgrond geweest.
"U bent vrij om te gaan, mevrouw Bennett," zei de Jong. "We hebben een veilige plek voor u geregeld in een hotel tot u uw zaken op orde heeft."
"Dank u," zei ik.
Ik stond op en liep de deur van het politiebureau uit. De ochtendzon kwam net op over de stad. Het voelde Alsof ik voor het eerst in tien jaar weer schone lucht inademde.
Ik nam een taxi naar een klein, discreet hotel aan de rand van de stad. Ik wilde alleen maar slapen. Alleen maar de afgelopen achtenveertig uur vergeten.
Toen ik mijn hotelkamer binnenstapte, legde ik mijn tas op het bureau.
Mijn ogen vielen op het zakje van mijn broek. De usb-stick lag er nog steeds.
De politie had de audio van mijn telefoon gebruikt en de spullen uit kluisje 142 verzameld. Maar niemand had mij gevraagd naar de fysieke stick die ik uit het kluisje had gehaald — de stick met de datum van Thomas' overlijden.
Mijn nieuwsgierigheid won het van mijn vermoeidheid.
Ich klapte de laptop open die de politie me ter beschikking had gesteld om mijn verklaring mee te lezen, en stak de usb-stick in de poort.
Er stond slechts één beveiligd videobestand op.
Ich voerde de geboortedatum van Thomas in als wachtwoord — een gok.
Het bestand opende.
De video begon te spelen. Het was een bewakingsbeeld van een ondergrondse parkeergarage, gedateerd op de nacht van Thomas' ongeluk.
Op de beelden was te zien hoe een man aan de remmen van Thomas' auto zat te werken.
Toen de man zich omdraaide naar de camera, stokte mijn adem.
Het was niet Julian.
Het was Helga. Julians moeder.
En aan het einde van de video stapte er nog iemand in beeld om haar te helpen.
Iemand die ik nog nooit eerder had gezien, maar die een zeer bekende ring aan haar hand droeg.
Mijn telefoon op het nachtkastje begon te trillen. Een onbekend nummer.
Ich nam op met een trillende hand.
"Heb je de video bekeken, Claire?" klonk een onbekende, koele vrouwenstem. "Julian dacht dat hij zijn broer had vermoord. Maar hij heeft alleen de schuld op zich genomen van wat wij hebben gedaan."






