Deel 4
Mijn hart schoot in mijn keel. Zonder een seconde te twijfelen schoof ik de papieren en foto's terug in de leren map, riste hem dicht en drukte hem stevig tegen mijn borst. Ik keerde de man mijn rug toe en mengde me gehaast in de stroom van reizigers die richting de sporen liepen.
Ik durfde niet achterom te kijken, maar ik voelde zijn aanwezigheid. Het ritmische geluid van zware zolen op de tegelvloer leek mijn stappen te volgen. Ik versnelde mijn pas, nam de roltrap naar spoor 4 en dook direct een net binnengekomen trein in. Pas toen de deuren met een sissend geluid sloten en de trein zich langzaam in beweging zette, durfde ik door het raam naar buiten te kijken.
De man stond op het perron. Hij droeg een zwarte pet en had een litteken over zijn linkerwenkbrauw. Hij staarde me strak aan terwijl de trein langs hem gleed. Hij pakte zijn telefoon en zette hem aan zijn oor.
Hij was mij niet toevallig tegengekomen. Iemand hield mij in de gaten.
Ik zocht een rustige plek achterin de coupé en ging zitten. Mijn handen trilden zo erg dat ik moeite had om de map op mijn schoot te houden. Mijn hoofd tolde van de ontdekkingen.
Eén: Julian had een geheime Zwitserse bankrekening met een vermogen. Twee: Hij had mijn handtekening vervalst onder een prenuptiaal contract. Drie: Hij was medisch gezien onvruchtbaar. Vier: Er was nog een andere vrouw in zijn leven, los van Sophie.
Maar de grootste raadselachtige knoop was het kind. Als Julian onvruchtbaar was volgens een officieel medisch dossier uit Keulen, waarom beweerde hij dan gisteravond vol trots tegen zijn familie dat Sophie zwanger van hem was? En waarom wilde zijn familie koste wat het kost dat ik het kind zou opvoeden?
Er klopte iets fundamenteels niet. Of Julian wist zelf niet dat hij onvruchtbaar was — wat vreemd zou zijn, aangezien de uitslag in zijn geheime kluis lag — óf hij liep samen met zijn familie een heel ander, veel duisterder plan uit te voeren.
Ik moest antwoorden hebben. En er was maar één persoon die me die kon geven: de vrouw van het telefoontje.
Ik pakte mijn telefoon en zocht het onbekende nummer dat me die ochtend had gebeld. Ik drukte op bellen. De telefoon ging drie keer over voordat er werd opgelopen.
"Je hebt kluisje 142 gevonden, nietwaar?" zei de stem meteen. Geen hallo, geen introductie.
"Wie ben jij?" eiste ik, terwijl ik mijn stem zo laag mogelijk hield. "En waarom lag het medisch dossier van Julian in die map?"
"Omdat Julian een bedrieger is, Claire. Op elk mogelijk vlak," antwoordde ze bitter. "Mijn naam is Lisa. Ik was drie jaar geleden zijn assistent. En... ik was ook een van zijn slachtoffers."
Mijn adem stokte. "Slachtoffer?"
"Julian gebruikt vrouwen," zei Lisa, en er klonk een snijdende koude in haar stem. "Hij zoekt vrouwen die kwetsbaar zijn, of vrouwen die hij kan gebruiken voor zijn eigen gewin. Toen ik erachter kwam dat hij bedrijfsfraude pleegde bij het kantoor van zijn vader, dreigde hij mijn carrière te verwoesten als ik mijn mond niet hield. Ik heb die map destijds samengesteld als een soort verzekering. Ik wilde hem chanteren om me met rust te laten."
"Hoe kom je aan zijn kluissleutel?" vroeg ik.
"Die sleutel is niet van hem, Claire. Die sleutel was van mij. Ik heb hem weken geleden in zijn tas gestopt omdat ik wist dat de druk op hem toenam. Ik wilde dat hij wist dat iemand zijn geheimen kende. Maar toen ik hoorde wat hij en zijn familie nu met jou van plan zijn... kon ik niet meer toezien."
"Leg het me uit," zei ik smekend. "Als Julian onvruchtbaar is, van wie is die baby van Sophie dan? En waarom doet zijn familie alsof het van hem is?"
Lisa was even stil. "Sophie is niet zomaar een ex van Julian. Sophie is de dochter van Bernhard Weber."
De naam sloeg in als een bom. Bernhard Weber was de grootste investeerder in de vastgoedsector van Duitsland — en de belangrijkste zakenpartner van Julians vader, Klaus.
"Bernhard Weber is een ouderwetse, machtige man," vervolgde Lisa. "Als zijn dochter ongehuwd zwanger raakt van een onbekende man, is dat een schandaal in hun kringen. Maar als de vader de zoon is van zijn beste zakelijke partner — Julian dus — wordt het een strategisch huwelijk of een familiebepaling die miljoenen aan investeringen veiligstelt. Julian heeft Klaus wijsgevraagd dat het zijn kind is om de vastgoeddeal van het decennium te redden. Klaus weet niet dat zijn zoon onvruchtbaar is."
De puzzelstukjes vielen met een angstaanjagende klap op hun plek.
Julian had zijn eigen vader voorgelogen over het vaderschap om een miljardendeal veilig te stellen. En Helga en Klaus wilden de baby naar hun familie halen om de band met de machtige familie Weber voor altijd te bezegelen. Maar omdat Sophie het kind niet wilde houden en Julian al met mij getrouwd was, hadden ze het 'perfecte' plan bedacht: ze zouden mij de baby laten opvoeden als onze adoptiezoon of -dochter. Julian zou de held zijn die het kind opnam, Klaus zou de vastgoeddeal binnenhalen, en ik zou de gaten opvullen zonder ooit te weten dat ik het wisselgeld was in een zakelijk spel.
"Mijn god..." fluisterde ik. "Het is allemaal geld. Alles."
"Ja," zei Lisa. "En het ergste is: zolang dat vervalste prenuptiaal contract bestaat, kan Julian van je scheiden zodra de baby legaal aan jullie is toegewezen. Hij pakt de miljardendeal, dumpt jou zonder een cent, en neemt het kind mee."
Mijn bloed kookte. Het was geen huwelijk geweest. Het was een tien jaar durende valstrik.
"Waar ben je nu?" vroeg ik aan Lisa.
"Ik ben vlakbij het oude kantoorpand van de Vissers in het centrum," zei ze. "Er liggen originele documenten in de kluis van Klaus die bewijzen dat Julian jouw handtekening heeft vervalst. Als we die hebben, kun je ze helemaal kapotmaken. Ontmoet me daar over een half uur."
"Oké," zei ik beslist. "Ik kom eraan."
Ik stapte uit bij het volgende station en nam een taxi terug naar het centrum. Mijn angst was verdwenen; er was alleen nog maar een scherpe, snijdende focus over. Ze dachten dat ik een weerloze, naïeve vrouw was die zich liet gebruiken. Ze wisten niet dat ik tot alles bereid was om mijn leven terug te eisen.
Het kantoorpand van de familie Visser was een statig, oud pand aan de gracht. De lichten op de eerste verdieping brandden. Lisa had gezegd dat het pand 's middags uitgestorven was, maar toen ik de hoek om liep, zag ik een bekende auto voor de deur staan.
De zwarte Mercedes van Julian.
Hij zou toch een zakendiner hebben?
Ik dook weg achter een geparkeerde bestelbus. De voordeur van het kantoorpand ging open. Julian kwam naar buiten. Maar hij ছিল niet alleen.
Naast hem stond een jonge, zwangere vrouw met blond haar. Sophie.
Julian hield haar middel vast en boog zich naar haar toe. Hij kuste haar vol op de mond.
Toen keek hij op, alsof hij voelde dat er iemand keek. Zijn blik doorkruiste de straat en bleef strak staan op de bestelbus waar ik achter stond. En tot mijn grote schrik zag ik dat de man met het litteken — de man van het station — achter Julian het pand uit stapte en direct naar mij wees.
Julian’s gezicht veranderde van een ontspannen glimlach in een ijzig, kwaadaardig masker.
"Claire!" schreeuwde hij over de straat. "Blijf staan!"






