DEEL 6 — DE NAAM DIE NOOIT BESTOND
Ik staarde naar het dossier.
THOMAS VERMEER.
De naam die mijn hele leven had bepaald.
De naam op de overlijdensakte.
De naam op de oude foto's.
De naam die mijn moeder had uitgesproken wanneer ik vroeg waarom papa nooit terugkwam.
“Wie was Thomas?” vroeg ik.
Elias antwoordde niet meteen.
Hij ging naar het raam en keek naar de donkere tuin.
“Thomas was de man die mijn identiteit heeft gestolen.”
Ik voelde mijn keel droog worden.
“Waarom?”
“Omdat hij wist dat mijn vader een enorm vermogen had opgebouwd. En omdat hij wist dat jij uiteindelijk de erfgename zou worden.”
Daan pakte het dossier.
“Dus Thomas deed alsof hij onze vader was?”
“Ja.”
“En mama?”
Elias sloot zijn ogen.
“Jullie moeder probeerde jullie te beschermen.”
Ik lachte bitter.
“Door twintig jaar tegen ons te liegen?”
“Door ervoor te zorgen dat jullie bleven leven.”
Die woorden maakten me stil.
Elias opende een tweede map.
Daarin zaten tientallen foto's.
Bankafschriften.
Paspoorten.
Contracten.
En uiteindelijk een foto van Thomas.
Ik keek ernaar.
Hij leek inderdaad op Elias.
Zo erg dat ik begreep waarom niemand ooit iets had vermoed.
Maar er was één verschil.
Thomas had een litteken op zijn linkerhand.
Ik herinnerde me dat.
Als kind had ik hem ooit gevraagd hoe hij eraan kwam.
Hij had gelachen en gezegd dat het een ongeluk was.
Mijn maag draaide zich om.
“Hij heeft mij dus opgevoed.”
“Ja.”
“En hij wist dat ik niet zijn dochter was?”
Elias keek me aan.
“Hij wist precies wie jij was.”
Daan sloeg met zijn hand op tafel.
“Waarom hebben jullie ons dit aangedaan?”
Elias keek hem verdrietig aan.
“Omdat Thomas niet alleen was.”
“Wie hielp hem?”
Elias aarzelde.
Toen zei hij:
“Bianca's vader.”
Ik verstijfde.
“Marcus?”
Elias knikte.
“Marcus werkte voor Thomas. Samen hebben ze geprobeerd het vermogen over te nemen.”
“Maar waarom Bianca?”
“Bianca weet niet alles.”
“Dat geloof ik niet.”
“Ze weet genoeg om gevaarlijk te zijn.”
Ik dacht aan haar gezicht tijdens de verlovingsavond.
De arrogantie.
De wijn.
De zekerheid dat ik niets kon doen.
Maar ineens vroeg ik me af of ze werkelijk wist wie ik was.
Mijn telefoon ging.
Een onbekend nummer.
Ik nam op.
“Lena?”
Bianca.
Haar stem was bijna onhoorbaar.
“Waar ben je?”
“Waarom?”
“Omdat ik je moet waarschuwen.”
Ik keek naar Elias.
“Waarvoor?”
“Je vader liegt tegen je.”
Elias kwam onmiddellijk overeind.
“Hang op.”
Ik deed het niet.
Bianca ging verder.
“Hij heeft je niet gered. Hij heeft je twintig jaar geleden opgeofferd.”
Mijn hart begon sneller te slaan.
“Wat bedoel je?”
“Ga naar de kelder van het landhuis.”
Elias werd lijkbleek.
“Niet doen.”
Bianca fluisterde:
“Daar ligt het bewijs.”
De verbinding werd verbroken.
Ik keek naar Elias.
“Wat ligt daar?”
Hij zei niets.
Daan keek hem aan.
“Pap?”
Elias antwoordde eindelijk.
“Een waarheid die ik jullie wilde besparen.”
Ik liep naar de deur.
“Dan is het tijd dat ik haar zelf ontdek.”
De kelder was donker.
Daan liep achter me aan met een zaklamp.
Onderaan de trap vonden we een metalen deur.
Hij zat op slot.
Ik keek naar Elias.
Hij stond bovenaan de trap.
“De sleutel.”
Hij bewoog niet.
“Elias.”
Hij haalde langzaam een sleutel uit zijn zak.
Maar voordat hij hem kon geven, klonk er buiten een harde klap.
Daarna glasgerinkel.
Elias draaide zich om.
“Ze hebben ons gevonden.”
“Wie?”
Hij keek me aan.
“De mensen die twintig jaar geleden begonnen zijn.”
En toen ging overal in het huis het licht uit.
In de duisternis hoorde ik een stem.
Niet van Elias.
Niet van Daan.
Een onbekende man fluisterde:
“Lena… eindelijk.”
Toen sloeg de kelderdeur achter ons dicht.
En ik hoorde het slot klikken.






