DEEL 13 — DE LAATSTE BOODSCHAP
Ik bleef naar het scherm kijken.
“Dit was nog maar het begin, Lena.”
Voor het eerst sinds de hele nachtmerrie begon, voelde ik iets anders dan angst.
Ik voelde woede.
Thomas had twintig jaar lang mijn leven bepaald.
Hij had mijn identiteit verborgen.
Mijn moeder laten verdwijnen.
Mijn familie uit elkaar gedreven.
En nu dacht hij dat hij opnieuw kon verdwijnen.
“Nee,” zei ik zacht.
Daan keek me aan.
“Wat?”
“Deze keer vlucht ik niet.”
Sophie pakte mijn hand.
“Dat is precies wat hij wil.”
“Dan geef ik hem wat hij niet verwacht.”
Ik draaide me naar de rechercheur.
“Hoe lang geleden is hij ontsnapt?”
“Ongeveer twintig minuten.”
“Waar was het transport?”
“Bij de oude snelweg.”
Ik keek naar Bianca.
Ze was opvallend stil.
“Jij weet waar hij heen gaat.”
Ze keek naar de grond.
“Ja.”
“Waar?”
“Het oude familiehuis.”
Mijn hart sloeg sneller.
“Waarom?”
Bianca slikte.
“Omdat daar het originele archief ligt.”
“Welk archief?”
“Alles.”
Ze keek me aan.
“Alle transacties. Alle namen. Alle afspraken. Zelfs de documenten over jouw geboorte.”
Sophie verstijfde.
“Hij gaat daarheen.”
“Waarom?”
“Omdat hij het archief wil vernietigen.”
Daan pakte zijn jas.
“Dan moeten we hem voor zijn.”
De rechercheur schudde zijn hoofd.
“Dat is te gevaarlijk.”
Ik keek hem aan.
“Dan ga ik alleen.”
“Nee,” zei Daan onmiddellijk.
Sophie pakte mijn arm.
“Je gaat nergens alleen heen.”
Bianca zuchtte.
“Ik ga mee.”
Ik keek haar verbaasd aan.
“Waarom?”
“Omdat ik weet waar de ingang is.”
Een uur later stonden we voor het oude familiehuis.
Het gebouw was donker.
De ramen waren gebroken.
De tuin was overwoekerd.
Maar één raam op de bovenverdieping brandde.
We gingen naar binnen.
Bianca leidde ons naar een verborgen deur achter een boekenkast.
Ze drukte drie keer op een houten paneel.
Een klik.
De kast schoof langzaam opzij.
Daarachter zat een smalle gang.
Daan keek me aan.
“Hoe wist jij hiervan?”
Bianca antwoordde:
“Thomas liet me deze plek zien.”
We liepen verder.
Aan het einde stond een metalen deur.
Op de deur stond mijn naam.
LENA VERMEER
Ik raakte de letters aan.
“Waarom staat mijn naam hier?”
Sophie antwoordde:
“Omdat dit voor jou is gebouwd.”
Ik keek haar aan.
“Door wie?”
“Door je grootvader.”
De deur ging open.
Binnen stonden tientallen dozen.
Documenten.
Foto's.
Video's.
En in het midden een oude tafel.
Daarop lag één brief.
Ik pakte hem op.
Mijn grootvader had hem geschreven.
“Als je dit leest, betekent het dat Thomas is teruggekeerd.”
Mijn handen trilden.
“Vertrouw hem niet. Maar vertrouw ook Elias niet volledig.”
Ik keek op.
Daan werd bleek.
“Waarom staat papa's naam daar?”
Ik las verder.
“De waarheid over Elias zal je pijn doen. Maar de waarheid over Sophie zal je nog meer pijn doen.”
Sophie begon te huilen.
“Mam…”
Ze schudde haar hoofd.
“Lees verder.”
Onderaan stond:
“De persoon die je zoekt, is niet degene die je denkt.”
Plotseling hoorden we achter ons een geluid.
Een deur sloeg dicht.
Bianca draaide zich om.
“Hij is hier.”
De lichten gingen uit.
Daan pakte mijn hand.
Toen klonk de stem van Thomas vanuit de duisternis.
“Je bent eindelijk gekomen.”
Een lamp sprong aan.
Thomas stond aan de andere kant van de kamer.
In zijn hand hield hij een klein metalen doosje.
“Wil je weten waarom je grootvader jou heeft gekozen?”
Ik keek hem aan.
“Vertel.”
Hij glimlachte.
“Omdat jij de enige bent die niet werkelijk tot deze familie behoort.”
Ik verstijfde.
“Wat bedoel je?”
Thomas wees naar Sophie.
“Vraag haar wie je biologische vader werkelijk is.”
Ik draaide me naar mijn moeder.
Ze huilde.
En toen zei ze drie woorden die mijn hele wereld opnieuw zouden veranderen:
“Het is niet Elias.”






