DEEL 3 — DE MAN ACHTER BIANCA
De volgende ochtend werd ik om 06:17 uur wakker.
Niet omdat ik slecht had geslapen.
Maar omdat mijn telefoon onafgebroken trilde.
Vijftien gemiste oproepen.
Elf berichten van mijn broer.
Zeven van Bianca.
En één bericht van een onbekend nummer.
“Je hebt vannacht een fout gemaakt. Je had moeten zwijgen.”
Ik las het twee keer.
Daarna maakte ik een screenshot.
Niet omdat ik bang was.
Maar omdat ik inmiddels had geleerd dat elk detail belangrijk kon zijn.
Om acht uur zat ik in mijn kleine appartement met een kop koffie voor me toen er werd aangebeld.
Ik verwachtte mijn advocaat.
Maar toen ik de deur opendeed, stond Daan daar.
Hij zag er totaal anders uit dan de avond ervoor.
Zijn dure pak was gekreukt.
Zijn ogen waren rood.
“Lena, laat me binnen.”
“Waarom?”
“Omdat je moet weten wat er vannacht is gebeurd.”
Ik bleef in de deuropening staan.
“Vertel.”
Hij slikte.
“De bank heeft onze kredietlijn bevroren.”
Ik zei niets.
“Onze belangrijkste investeerder heeft zich teruggetrokken. En de raad van bestuur wil vandaag stemmen over mijn positie.”
“Dat klinkt ernstig.”
“Dat ís ernstig.”
Hij keek me smekend aan.
“Jij kunt dit stoppen.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Nee. Jij hebt het zelf veroorzaakt.”
“Bianca heeft dingen gedaan waarvan ik niets wist.”
Die zin maakte me stil.
“Wat bedoel je?”
Daan keek naar de straat.
“Ze had toegang tot rekeningen waar ik nooit naar keek. Ze zei altijd dat alles geregeld was.”
Ik voelde een koude rilling.
“En je geloofde haar?”
Hij knikte langzaam.
“Tot gisteravond.”
Ik wilde de deur sluiten.
Toen zei hij:
“Er is nog iets.”
Ik wachtte.
“Die documenten die jij gisteren liet zien…”
“Ja?”
“Ze zijn niet compleet.”
Mijn hand bleef op de deurknop rusten.
“Wat ontbreekt er?”
“Een laatste contract.”
“Welk contract?”
Daan keek me recht aan.
“Het contract waardoor Bianca überhaupt controle over onze investeerders kon krijgen.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Wie heeft dat contract opgesteld?”
Hij antwoordde niet.
“Daan.”
“Een bedrijf dat ik niet ken.”
“Naam?”
Hij aarzelde.
“Northbridge Holdings.”
Mijn hart sloeg een slag over.
Die naam kende ik.
Ik had hem drie jaar eerder gezien.
Op een rekening die ik destijds had betaald.
Maar toen had ik er niets achter gezocht.
Ik liep naar mijn bureau en pakte mijn oude documentenmap.
Ik bladerde erdoor.
Daar.
Een kopie van een factuur.
Northbridge Holdings.
Datum: vier jaar geleden.
Bedrag: €480.000.
Betaler: het bedrijf van Daan.
Ontvanger: een buitenlandse rekening.
Ik keek naar Daan.
“Waarom heb je dit nooit verteld?”
“Omdat ik die betaling niet heb goedgekeurd.”
“Wie wel?”
Hij keek naar beneden.
“Bianca.”
Ik voelde mijn vingers koud worden.
“Dan weten we genoeg.”
“Nee,” zei hij.
Zijn stem klonk plotseling anders.
“Dat is precies het probleem.”
Hij haalde zijn telefoon tevoorschijn en liet me een foto zien.
Een vrouw stond naast Bianca tijdens een zakelijk evenement.
Ik kende haar.
Mijn adem stokte.
“Dat kan niet.”
“Je kent haar?”
Ik keek opnieuw.
“Ja.”
Het was mijn moeder.
Maar mijn moeder was drie jaar geleden overleden.
Daan fluisterde:
“Deze foto is vorige maand genomen.”
Ik voelde mijn hele wereld even verdwijnen.
“Dat is onmogelijk.”
“Dat dacht ik ook.”
Hij zoomde in.
Achter mijn moeder stond een man.
Een man die ik niet kende.
Maar toen ik zijn gezicht zag, herkende ik iets.
Een oude familiefoto.
Mijn vader.
Dezelfde ogen.
Dezelfde glimlach.
Alleen…
mijn vader was twintig jaar geleden gestorven.
Ik keek naar Daan.
“Waar heb je deze foto vandaan?”
Hij antwoordde zacht:
“Uit Bianca's privékluis.”
Op dat moment ging mijn telefoon.
Hetzelfde onbekende nummer.
Deze keer was het geen bericht.
Het was een oproep.
Ik nam op.
Aan de andere kant hoorde ik een mannenstem.
Rustig.
Ouder.
Bijna vriendelijk.
“Je bent eindelijk wakker, Lena.”
Mijn hart stond stil.
“Wie bent u?”
Een korte stilte.
Toen zei hij:
“Vraag je broer wie Elias Vermeer is.”
Ik keek naar Daan.
Zijn gezicht werd lijkbleek.
“Daan?”
Hij zei niets.
De man aan de telefoon lachte zacht.
“Hij weet het.”
Daarna werd de verbinding verbroken.
Ik keek mijn broer aan.
“Wie is Elias Vermeer?”
Daan deed zijn ogen dicht.
En toen hij ze weer opendeed, wist ik dat de waarheid die ik jarenlang had gezocht veel groter was dan Bianca.
“Lena…”
Hij slikte.
“Elias was onze vader.”
Ik voelde mijn adem verdwijnen.
“Maar onze vader heette Thomas.”
Daan keek me aan.
“Dat is wat we altijd moesten geloven.”
En toen begreep ik het.
De verlovingsavond was nooit het echte begin geweest.
Het was slechts de eerste deur die openviel.
En achter die deur stond iemand die al twintig jaar op mij had gewacht.






