DEEL 17 — DE LAATSTE ERFGENAAM
Daan staarde naar Sophie alsof hij haar niet meer herkende.
“Elias is mijn vader?”
Sophie knikte.
“Ja.”
Daan keek naar mij.
“Maar jij zei dat Elias jouw biologische vader was.”
“Dat dacht ik ook.”
Elias stond zwijgend bij het raam.
Ik liep naar hem toe.
“Is het waar?”
Hij keek eerst naar Daan.
Daarna naar mij.
“Ja.”
Daan lachte bitter.
“Dus twintig jaar lang heeft iedereen tegen ons gelogen.”
Elias antwoordde zacht:
“Ik wilde jullie beschermen.”
“Stop daarmee!”
Daan sloeg met zijn hand op tafel.
“Dat excuus hebben we nu vaak genoeg gehoord.”
De rechercheur keek naar ons.
“Als dit klopt, verandert het de hele erfeniskwestie.”
“Waarom?” vroeg ik.
Hij wees naar het testament.
“Omdat uw grootvader het vermogen niet alleen aan Lena heeft nagelaten.”
Hij draaide een pagina om.
“Er staat een tweede clausule.”
Ik pakte het document.
Onder mijn naam stond:
“Indien een tweede biologische erfgenaam van mijn zoon Elias wordt gevonden, krijgt deze eveneens aanspraak op het vermogen.”
Daan keek me aan.
“Dus…”
“Dus jullie zijn allebei erfgenamen,” zei de rechercheur.
Ik voelde een vreemde rust.
Na alles wat er was gebeurd, voelde geld bijna onbelangrijk.
Maar toen ging mijn telefoon opnieuw.
Een bericht van Clara.
“Kom alleen naar het station. Ik heb bewijs dat niemand anders bezit.”
Daan keek mee.
“Je gaat niet alleen.”
“Ik moet.”
“Nee.”
“Daan, als ze echt bewijs heeft, moeten we weten wat het is.”
Daniel schudde zijn hoofd.
“Het kan een val zijn.”
“Dan gaan we voorbereid.”
Een uur later stonden Daan en ik op het oude station.
Clara zat op een bankje.
Ze zag er uitgeput uit.
Toen ze ons zag, stond ze op.
“Jullie lijken op hem.”
“Op wie?” vroeg Daan.
“Op Elias.”
Ze haalde een dikke envelop tevoorschijn.
“Hierin staat de volledige waarheid.”
Ik pakte hem aan.
“Waarom heb je dit bewaard?”
“Omdat ik wist dat Thomas ooit zou terugkomen.”
“En Marcus?”
Clara keek om zich heen.
“Marcus was slechts een uitvoerder.”
“Wie gaf hem opdrachten?”
Clara keek me recht aan.
“Je grootvader.”
Ik verstijfde.
“Wat?”
“Hij heeft alles begonnen.”
Daan schudde zijn hoofd.
“Dat kan niet.”
“Hij wilde dat zijn kinderen elkaar zouden bestrijden.”
Ze opende de envelop.
“Hij creëerde bewust meerdere erfgenamen. Hij wilde zien wie sterk genoeg was om het familiebedrijf te leiden.”
Ik voelde een koude rilling.
“Dus alles was een test?”
“Niet alleen een test.”
Clara keek naar Daan.
“Hij wist dat één van zijn kinderen hem zou verraden.”
“Wie?”
Clara keek naar mij.
“Jouw tante.”
Mijn adem stokte.
“Mijn tante?”
Ze knikte.
“Zij was degene die Thomas twintig jaar geleden hielp verdwijnen.”
Ik wilde het niet geloven.
Maar toen zag ik een document.
Een handtekening.
Mijn tante.
Daan keek naar mij.
“Lena…”
Ik schudde mijn hoofd.
“Nee.”
Clara pakte nog een document.
“Er is meer.”
Ze wees naar een datum.
“De dag waarop jouw moeder zogenaamd stierf.”
Sophie.
“Die dag heeft ze haar dood in scène gezet.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Waarom?”
“Omdat iemand haar wilde vermoorden.”
“Wie?”
Clara keek achter ons.
Haar gezicht werd plotseling bleek.
“Hij.”
Ik draaide me om.
Aan het einde van het perron stond Thomas.
Hij was niet alleen.
Naast hem stond mijn tante.
Ik voelde mijn bloed koud worden.
“Tante?”
Ze keek me aan met tranen in haar ogen.
“Het spijt me.”
Thomas glimlachte.
“Je hebt eindelijk begrepen dat niemand in jouw familie onschuldig is.”
Daan stapte voor me.
“Wat wil je?”
Thomas keek naar ons.
“Niet jullie geld.”
“Wat dan?”
Hij wees naar de envelop in mijn hand.
“Dat.”
Ik hield hem stevig vast.
“Je krijgt hem niet.”
Thomas glimlachte.
“Dan zal ik je iets vertellen wat je nog niet weet.”
Hij keek naar Daan.
“Jij bent niet de tweede erfgenaam.”
Daan verstijfde.
Thomas keek vervolgens naar mij.
“En jij bent niet eens de eerste.”
Mijn hart stopte.
“Wat bedoel je?”
Hij zei slechts:
“Er is nog een kind.”
Toen verdween hij in de duisternis.
Ik keek naar Clara.
“Welk kind?”
Clara fluisterde:
“Jullie hebben nog een zus.”
En op datzelfde moment ging mijn telefoon over.
Op het scherm verscheen een onbekende naam:
ELLA.






