DEEL 6 — DE WAARHEID ACHTER DE DRIE KINDEREN
Thomas staarde naar Daan.
“Mijn vader?”
Daan zei niets.
Zijn gezicht was lijkbleek.
Sophie stond achter Thomas en huilde zacht.
“Zeg iets,” zei Thomas.
Daan keek eindelijk op.
“Je vader leeft.”
Thomas voelde zijn maag samentrekken.
“En jij wist het.”
“Ja.”
“Hoe lang?”
Daan antwoordde niet.
Thomas greep hem bij zijn jas.
“HOE LANG?”
“Zes jaar.”
Thomas duwde hem tegen de muur.
“Zes jaar lang wist je dat mijn vader leefde?”
“Ja.”
“En je liet me geloven dat hij dood was?”
“Het was niet mijn beslissing.”
“Van wie dan?”
Daan keek naar Sophie.
“Van haar.”
Thomas draaide zich langzaam om.
Sophie sloot haar ogen.
“Het spijt me.”
Thomas lachte bitter.
“Dat woord hoor ik de laatste dagen wel erg vaak.”
* * *
14.02 UUR — DE PRIVÉKLINIEK
Plotseling begon het alarm van de kliniek te loeien.
Een verpleegkundige rende de gang in.
“De beveiligingscamera's zijn uitgevallen!”
Thomas keek naar Daan.
“Hoe lang?”
“Ongeveer vijf minuten.”
Thomas begreep het meteen.
“Dat was gepland.”
Daan knikte.
“Ja.”
“Door wie?”
Voordat Daan kon antwoorden, klonk er een harde knal.
Iedereen schrok.
De lampen gingen uit.
De gang werd volledig donker.
Sophie greep Thomas’ arm.
“Thomas…”
“Blijf bij mij.”
Daan trok zijn telefoon tevoorschijn en zette de zaklamp aan.
“Waar is Lucas?”
De verpleegkundige begon te huilen.
“Hij was hier…”
“Waar is hij nu?”
“Ik weet het niet.”
Thomas liep naar de kamer.
De wieg stond leeg.
Het dekentje lag op de vloer.
Op het kussen lag één klein wit kaartje.
Thomas pakte het op.
Er stond:
JE HEBT TIEN MINUTEN.
Daaronder een adres.
Een oud magazijn in Amsterdam-Noord.
Thomas keek naar Daan.
“Ik ga.”
“Je gaat niet alleen.”
Thomas keek hem woedend aan.
“Mijn kind is ontvoerd.”
“Precies daarom ga je niet alleen.”
Sophie kwam naar voren.
“Ik ga mee.”
“Nee.”
“Lucas is mijn zoon.”
Thomas keek haar aan.
“Biologisch misschien niet.”
Sophie verstijfde.
“Maar ik ben zijn moeder.”
Thomas zweeg.
Die woorden raakten hem.
Na enkele seconden knikte hij.
“Goed.”
Daan keek naar hem.
“Ik kom ook.”
Thomas antwoordde:
“Jij blijft hier.”
“Thomas—”
“Als mijn vader je naam heeft genoemd, vertrouw ik je niet meer.”
Daan keek hem aan.
“Dan vertrouw je niemand.”
Thomas antwoordde:
“Dat klopt.”
* * *
14.21 UUR — AMSTERDAM-NOORD
De auto stopte voor een verlaten magazijn.
Thomas stapte uit.
Sophie volgde.
Daan bleef enkele meters achter hen.
De grote metalen deur stond op een kier.
Thomas keek naar binnen.
“Lucas?”
Geen antwoord.
Hij liep naar binnen.
De ruimte was donker.
Koud.
Leeg.
Tot plotseling een baby begon te huilen.
Sophie rende naar het geluid.
“Lucas!”
Ze vond hem in een houten wieg.
Hij was alleen.
Sophie pakte hem onmiddellijk op.
“Mijn kindje…”
Thomas keek om zich heen.
“Waar is hij?”
Daan kwam binnen.
“Wie?”
“Victor.”
Er kwam geen antwoord.
Toen klonk er een stem uit de duisternis.
“Je bent eindelijk gekomen.”
Thomas draaide zich om.
Een man stapte langzaam naar voren.
Grijs haar.
Een donkere jas.
Een gezicht dat Thomas kende van oude foto's.
Victor van Dijk.
Sophie verstijfde.
“Papa…”
Victor keek haar aan.
“Dag, Sophie.”
Ze begon te huilen.
“Je bent dood.”
Victor glimlachte.
“Dat was de bedoeling.”
Thomas keek hem woedend aan.
“Geef me een verklaring.”
Victor keek naar Lucas.
“Hij is de reden dat ik mijn dood moest faken.”
“Waarom?”
“Omdat jouw vader hem wilde.”
Thomas voelde zijn hart bonzen.
“Waarom?”
Victor antwoordde:
“Omdat Lucas het bewijs is dat het experiment werkte.”
Thomas keek naar Sophie.
“Welk experiment?”
Victor wees naar de drie namen die Thomas op zijn telefoon had staan.
“Mila.”
“Noa.”
“Lucas.”
“Drie kinderen.”
“Drie verschillende genetische lijnen.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Waar heb je het over?”
Victor keek hem recht aan.
“Jullie vaders probeerden jarenlang de perfecte erfgenaam te creëren.”
* * *
14.34 UUR
Sophie hield Lucas stevig tegen zich aan.
“Waarom heb je mij hiervoor gebruikt?”
Victor keek naar zijn dochter.
“Omdat jij de enige was die ik vertrouwde.”
“Je liet me denken dat je dood was.”
“Om jou in leven te houden.”
Sophie schudde haar hoofd.
“Je hebt mijn hele leven vernietigd.”
Victor antwoordde:
“Ik heb je leven gered.”
Thomas kwam tussenbeide.
“Genoeg.”
Hij wees naar Victor.
“Wat heeft mijn vader hiermee te maken?”
Victor keek hem aan.
“Alles.”
“Waarom liet hij mij geloven dat hij dood was?”
“Omdat hij bang was.”
“Voor wie?”
Victor glimlachte.
“Voor zijn eigen zoon.”
Thomas fronste.
“Voor mij?”
“Ja.”
“Waarom?”
Victor antwoordde:
“Omdat jij degene was die het programma kon beëindigen.”
Thomas begreep er niets van.
“Ik?”
Victor knikte.
“Jouw DNA.”
Thomas voelde een koude rilling.
“Wat is daarmee?”
“Jij was de eerste.”
“De eerste wat?”
Victor keek naar Daan.
Toen naar Sophie.
“De eerste proef.”
Thomas verstijfde.
“Wat?”
Daan keek weg.
Thomas draaide zich naar hem.
“Je wist dit.”
Daan zei zacht:
“Ja.”
“Mijn hele leven…”
Thomas kon nauwelijks spreken.
“Was een experiment?”
Victor antwoordde:
“Je vader wilde weten of bepaalde genetische combinaties konden worden doorgegeven aan de volgende generatie.”
Thomas keek naar Mila.
“En zij?”
“Jouw dochter is het bewijs dat het gelukt is.”
* * *
14.48 UUR
Plotseling klonk er een geluid achter hen.
Een deur sloeg dicht.
Thomas draaide zich om.
Isabelle stond in de ingang.
In haar hand hield ze een pistool.
Sophie schreeuwde.
“Isabelle!”
Isabelle keek naar Victor.
“Je had nooit moeten terugkomen.”
Victor bleef kalm.
“Jij bent net zo schuldig als ik.”
Isabelle richtte het wapen op hem.
“Je hebt mijn kind gestolen.”
“Lucas is niet jouw kind.”
Isabelle schudde haar hoofd.
“Je liegt.”
Victor keek naar Sophie.
“Vertel het haar.”
Sophie werd bleek.
“Wat?”
“Vertel haar wie de biologische moeder van Lucas werkelijk is.”
Iedereen keek naar Sophie.
Isabelle hield haar adem in.
Sophie keek naar Lucas.
Toen zei ze:
“Isabelle…”
“Zeg het.”
Sophie fluisterde:
“Je bent niet zijn moeder.”
Isabelle verstijfde.
“Wat?”
“Het DNA-rapport is vervalst.”
Isabelle keek naar Victor.
“Je hebt me bedrogen.”
Victor knikte.
“Om jou te beschermen.”
“Waartegen?”
Victor antwoordde:
“Tegen je eigen vader.”
Isabelle begon te huilen.
“Mijn vader is dood.”
Victor keek haar aan.
“Nee.”
Hij wees naar Thomas.
“Zijn vader leeft.”
Toen keek hij naar Daan.
“En jouw vader leeft ook.”
Daan verstijfde.
Thomas voelde zijn hart bonzen.
“Wacht.”
Hij keek naar Victor.
“Je zei dat mijn vader leefde.”
“Ja.”
“En Daan’s vader ook?”
Victor knikte.
Thomas keek naar Daan.
“Wie is jouw vader?”
Daan antwoordde niet.
Victor zei:
“Je kent hem.”
“Wie?”
Victor glimlachte.
“Hij stond vier dagen geleden naast je bed.”
Thomas werd bleek.
“Dat kan niet.”
Victor antwoordde:
“De man die je hielp de papieren voor Sophie’s keizersnede te regelen…”
Thomas’ ogen werden groot.
“Dr. Meijer.”
Victor knikte.
“Precies.”
Thomas voelde zijn hart stoppen.
“Dr. Eva Meijer is mijn vader?”
Victor schudde zijn hoofd.
“Nee.”
Hij keek naar Daan.
“Dr. Eva Meijer is de persoon die Daan’s vader heeft geholpen.”
Daan fluisterde:
“Wie dan?”
Victor keek naar de donkere ingang.
“Je vader.”
Een man stapte naar binnen.
Daan verstijfde.
Thomas kende hem.
Iedereen kende hem.
Dr. Lucas Meijer.
De arts die Sophie had geopereerd.
Hij keek naar de drie kinderen.
Toen naar Thomas.
En zei:
“Jullie hebben lang genoeg gezocht.”
Thomas keek hem aan.
“Wie ben jij?”
De arts glimlachte.
“De man die de waarheid over jullie geboorte al jaren kent.”
Toen keek hij naar Daan.
“En jouw vader.”
Daan deed een stap achteruit.
“Nee…”
Dr. Meijer antwoordde rustig:
“Jawel, zoon.”
Op dat moment begon Lucas in Sophie’s armen hard te huilen.
Dr. Meijer keek naar de baby.
Zijn gezicht veranderde.
“Geef hem aan mij.”
Sophie trok Lucas dichter tegen zich aan.
“Nooit.”
Dr. Meijer glimlachte.
“Dan moet je eindelijk begrijpen waarom jij drie kinderen kreeg.”
Thomas vroeg:
“Waarom?”
Dr. Meijer keek hem recht aan.
“Omdat geen van jullie drie vaders is.”
Thomas verstijfde.
“Wat?”
Dr. Meijer wees naar de baby's.
“Deze kinderen zijn niet het einde van het experiment.”
Hij keek naar Sophie.
“Ze zijn pas het begin.”
En toen ging achter hen de metalen deur langzaam dicht.
Klik.
Ze zaten opgesloten.
WORDT VERVOLGD…






