DEEL 10 — DE LAATSTE WAARHEID
Thomas keek naar Daan.
“Zeg dat het niet waar is.”
Daan antwoordde niet.
De politieagent wachtte geduldig.
Thomas deed een stap naar voren.
“Wie ligt er naast mijn vader?”
Daan sloot zijn ogen.
“Onze moeder.”
De woorden vielen als een steen in de stilte.
Thomas voelde zijn keel dichtknijpen.
“Maar… mijn moeder leeft.”
Daan keek hem aan.
“Niet meer.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Ze stond vandaag nog voor me.”
“Dat was niet onze moeder.”
“Wat?”
Daan haalde diep adem.
“De vrouw die je vandaag hebt gezien, was haar tweelingzus.”
Thomas staarde hem aan.
“Mijn moeder had een tweelingzus?”
“Ja.”
“Waarom wist ik dat niet?”
“Omdat niemand wilde dat je het wist.”
De politieagent onderbrak hen.
“U moet met ons meekomen. We hebben het lichaam van uw vader gevonden in een oude opslagruimte.”
Thomas keek naar Sophie.
“En jij?”
Sophie begreep wat hij bedoelde.
“Ik ga mee.”
* * *
18.52 UUR — AMSTERDAM-NOORD
De opslagruimte was afgezet met politielint.
Thomas stapte naar binnen.
Hij zag zijn vader liggen.
Dit keer was er geen twijfel.
Geen geheim.
Geen truc.
Hij was werkelijk dood.
Thomas bleef op afstand staan.
Zes jaar lang had hij rouw gevoeld om een man die al die tijd ergens verborgen had geleefd.
En nu…
nu was hij echt dood.
Daan stond naast hem.
“Hij heeft dit zelf veroorzaakt.”
Thomas keek hem aan.
“Wat bedoel je?”
“Hij wist dat ze hem zouden vinden.”
“Wie?”
“De mensen achter Project Vita.”
Thomas keek naar het lichaam.
“Waarom heeft hij me nooit verteld dat hij leefde?”
Daan antwoordde:
“Omdat hij wist dat jij hem zou zoeken.”
Thomas keek hem aan.
“En daarom moest ik mijn hele leven geloven dat mijn vader dood was?”
“Ja.”
“Dat is geen bescherming.”
“Nee.”
Daan keek naar de grond.
“Het was angst.”
* * *
19.07 UUR
Een rechercheur kwam naar Thomas toe.
“Er is iets wat u moet zien.”
Hij gaf Thomas een klein plastic zakje.
Daarin zat een sleutel.
Thomas herkende hem onmiddellijk.
Dezelfde sleutel die hij in kamer zeven had gevonden.
“Waar komt deze vandaan?”
“Uit de jas van uw vader.”
Thomas keek naar Daan.
“Waar past hij op?”
Daan antwoordde:
“Geen idee.”
De rechercheur wees naar een deur achter in de opslagruimte.
“Daar.”
Thomas liep ernaartoe.
De sleutel paste.
Klik.
De deur ging open.
Binnen stond slechts één stoel.
En een oude televisie.
Thomas drukte op de knop.
Het scherm sprong aan.
Zijn vader verscheen.
Een opname.
“Als je dit ziet, ben ik dood.”
Thomas voelde zijn hart samentrekken.
Zijn vader keek rechtstreeks in de camera.
“Thomas, ik heb je jarenlang voorgelogen.”
Hij zweeg even.
“Niet omdat ik je haatte.”
“Maar omdat ik wist dat de waarheid je zou vernietigen.”
Thomas balde zijn vuisten.
Zijn vader vervolgde:
“Je bent niet mijn biologische zoon.”
Thomas verstijfde.
Sophie sloeg haar hand voor haar mond.
Daan keek weg.
“Je echte vader is Adrian van Rijn.”
Thomas sloot zijn ogen.
“Maar dat is nog niet het ergste.”
De opname ging verder.
“Adrian was niet degene die Project Vita begon.”
“Dat was je moeder.”
Thomas keek naar Sophie.
Zijn vader zei:
“Zij wilde een kind creëren dat immuun zou zijn voor de erfelijke ziekte.”
“Daarom werd jij geboren.”
Thomas voelde tranen in zijn ogen.
“Je was geen experiment.”
“Je was haar hoop.”
De opname stopte.
* * *
19.19 UUR
Thomas draaide zich langzaam om.
“Waarom heeft mijn vader dit nooit eerder verteld?”
Daan antwoordde:
“Omdat hij je moeder wilde beschermen.”
“Ze is dood.”
“Ja.”
Thomas keek naar hem.
“En jij wist dat zij mijn moeder niet was.”
Daan knikte.
“Ja.”
“Wie ben jij eigenlijk?”
Daan keek hem lang aan.
“Ik ben je broer.”
“Niet biologisch.”
“Nee.”
Thomas verstijfde.
“Wat?”
Daan haalde een oud document uit zijn jas.
“Onze vaders hebben ons samen opgevoed.”
Thomas las het document.
Zijn handen begonnen te trillen.
DAAN DE VRIES — BIOLOGISCHE VADER: ADRIAN VAN RIJN.
Thomas keek op.
“Dus…”
“Wij zijn halfbroers.”
Thomas kon nauwelijks spreken.
“En Sophie?”
Daan antwoordde:
“Zij wist het.”
Thomas keek naar Sophie.
“Vanaf het begin?”
Sophie knikte.
“Ja.”
* * *
19.32 UUR
Thomas liep naar Sophie.
“Waarom ben je met mij getrouwd?”
Sophie huilde.
“Omdat ik van je hield.”
“Maar je kende mijn geheim.”
“Ja.”
“En toch bleef je?”
“Ja.”
“Waarom?”
Sophie keek naar Mila.
“Omdat jij mij iets gaf wat niemand anders ooit heeft gegeven.”
“Wat?”
“Een normaal leven.”
Thomas zweeg.
Sophie vervolgde:
“Tot ik ontdekte dat onze kinderen hetzelfde gevaar liepen als jij.”
Thomas keek naar de drie baby's.
“Daarom heb je mij verlaten.”
“Ja.”
“Waarom zonder uitleg?”
“Omdat iemand je in de gaten hield.”
“Wie?”
Sophie keek naar Isabelle.
“Zij.”
Isabelle werd bleek.
“Dat is niet waar.”
Sophie pakte haar telefoon.
“Dan moet je dit bekijken.”
Ze speelde een geluidsopname af.
Isabelle’s stem klonk door de ruimte.
“Als Sophie Thomas vertelt wat er werkelijk met de kinderen is gebeurd, zorg ik ervoor dat hij ze nooit meer ziet.”
Thomas keek haar aan.
Isabelle begon te huilen.
“Ik wilde ze niet pijn doen.”
“Maar je bedreigde Sophie.”
“Ik was bang.”
“Waarvoor?”
Isabelle antwoordde:
“Omdat mijn vader mij vertelde dat als Lucas bij jullie bleef, hij ons allemaal zou laten verdwijnen.”
Thomas fronste.
“Je vader?”
“Victor.”
Thomas keek naar het lichaam.
“Maar Victor leeft.”
Isabelle schudde haar hoofd.
“Niet meer.”
Iedereen zweeg.
“Hij stierf vandaag.”
Thomas keek haar aan.
“Wanneer?”
“Een paar uur geleden.”
* * *
19.48 UUR
De rechercheur kwam terug.
“Meneer De Vries.”
Thomas keek op.
“Er is nog iets.”
“Wat?”
“We hebben camerabeelden gevonden.”
“Waarvan?”
“Van het moment waarop uw vader werd vermoord.”
Thomas verstijfde.
“Wie heeft hem vermoord?”
De rechercheur aarzelde.
“Een vrouw.”
Thomas voelde zijn hart bonzen.
“Wie?”
De rechercheur gaf hem een foto.
Thomas keek.
Zijn adem stokte.
Op de foto stond…
Sophie.
Thomas keek haar aan.
“Nee.”
Sophie werd lijkbleek.
“Ik heb hem niet vermoord.”
De rechercheur zei:
“De beelden laten zien dat u om 17.03 uur het gebouw binnenging.”
Sophie schudde haar hoofd.
“Ik was hier.”
Thomas keek naar de tijd.
17.03 uur.
Hij wist waar hij toen was.
In de ondergrondse kliniek.
Samen met Sophie.
De camera kon niet liegen.
Of toch wel?
Daan keek plotseling naar de foto.
“Wacht.”
Hij zoomde in.
“Dit is Sophie niet.”
Thomas keek goed.
De vrouw had hetzelfde haar.
Dezelfde jas.
Maar…
een ander litteken.
Daan fluisterde:
“De tweelingzus.”
Thomas voelde een koude rilling.
“Mijn moeders zus?”
Daan knikte.
“Ze heeft Sophie’s identiteit gebruikt.”
* * *
20.02 UUR
Op dat moment begon Thomas’ telefoon te trillen.
Een onbekend nummer.
Hij nam op.
“Hallo?”
Een vrouwenstem.
“Thomas.”
Hij herkende haar.
De vrouw van de foto.
“Wie ben je?”
Ze lachte zacht.
“Je kent me al je hele leven.”
“Waar ben je?”
“Op de plek waar alles begon.”
“Waar?”
“Het ziekenhuis.”
Thomas keek naar Sophie.
“Wat wil je?”
“Je kinderen.”
“Nee.”
“Dan krijg je je antwoord nooit.”
“Welk antwoord?”
De vrouw zweeg.
Toen zei ze:
“Wie je werkelijk bent.”
Thomas voelde zijn hart bonzen.
“Wat bedoel je?”
“Je denkt dat Adrian je vader is.”
Thomas verstijfde.
“Is hij dat niet?”
“Biologisch wel.”
“Dan?”
“Maar hij heeft je niet verwekt.”
Thomas werd stil.
“Wie dan?”
De vrouw fluisterde:
“Je bent geboren uit vier genetische lijnen.”
Thomas keek naar de drie baby's.
“Vier?”
“Ja.”
“Welke vierde?”
De vrouw antwoordde:
“De vierde is van een vrouw die jij nooit hebt ontmoet.”
“Wie?”
Een lange stilte.
Toen:
“Isabelle’s moeder.”
Thomas voelde zijn adem stoppen.
“Maar ze is dood.”
“Dat dacht je.”
De verbinding werd verbroken.
* * *
20.15 UUR
Sophie keek naar Thomas.
“Wat zei ze?”
Thomas antwoordde niet.
Hij keek naar Daan.
“Waar is Isabelle’s moeder?”
Daan werd bleek.
“Ik weet het niet.”
“Je liegt.”
“Nee.”
Thomas pakte het DNA-rapport.
“Dan zoeken we haar.”
De rechercheur keek hem aan.
“Waarom?”
Thomas keek naar de baby's.
“Omdat ik nu eindelijk wil weten waarom wij allemaal zijn geboren.”
Op dat moment kwam er een agent de ruimte binnenrennen.
“Meneer De Vries!”
“Wat?”
“Er is een melding uit het ziekenhuis.”
“Welke?”
“Een baby is verdwenen.”
Thomas verstijfde.
“Welke baby?”
De agent keek op zijn tablet.
“Lucas.”
Sophie schreeuwde:
“Nee!”
Maar de agent was nog niet klaar.
“En er is nog iets.”
“Wat?”
Hij keek naar Thomas.
“Een tweede baby is ook verdwenen.”
Thomas werd lijkbleek.
“Wie?”
De agent slikte.
“Mila.”
Thomas keek naar Sophie.
Sophie keek naar Daan.
Daan keek naar de deur.
En ergens ver weg…
begon een baby te huilen.
Niet één.
Maar twee.
Toen verscheen op Thomas’ telefoon een laatste bericht:
JE HEBT NU NOG ÉÉN KIND OVER.
KIES WIE JE WILT REDDEN.
Thomas keek naar Noa.
Zijn enige kind dat nog bij hen was.
Daaronder stond een adres.
En een naam.
SOPHIE VAN DIJK.
Thomas’ hart stopte bijna.
Het adres was niet van een ziekenhuis.
Niet van een kliniek.
Het was…
het huis waar Sophie twaalf jaar geleden had gewoond.
Thomas keek haar aan.
“Sophie…”
Ze wist meteen wat het betekende.
“Hij heeft me gevonden.”
“Wie?”
Sophie keek naar Thomas.
En fluisterde:
“De man die ik al twaalf jaar probeer te vergeten.”
“Wie?”
Ze antwoordde:
“De biologische vader van Noa.”
Daan verstijfde.
Thomas keek naar hem.
Maar Daan zei slechts:
“Dat kan niet.”
Sophie begon te huilen.
“Jawel.”
“Wie is het?”
Sophie keek naar Thomas.
En sprak de laatste waarheid uit:
“Jij kent hem.”
Thomas voelde zijn hart bonzen.
“Wie?”
Sophie fluisterde:
“Je eigen vader.”
Thomas werd doodstil.
Want zijn vader lag dood in een opslagruimte.
Maar op datzelfde moment…
ging achter hen de deur open.
Een man stapte naar binnen.
Hij keek naar Thomas.
Naar Sophie.
Naar Noa.
En glimlachte.
“Jullie hebben me gemist.”
Thomas herkende hem onmiddellijk.
Zijn vader.
Levend.
EINDE.






