DEEL 2 — DE MAN DIE ALLES WIST
Thomas staarde naar zijn broer alsof hij een geest voor zich zag.
Zijn broer, Daan, stond midden in de gang van het ziekenhuis.
In zijn armen lag een kleine baby.
Een meisje.
Ze sliep rustig, alsof de wereld om haar heen niet zojuist was ingestort.
Thomas slikte.
“Daan…”
Zijn stem was nauwelijks hoorbaar.
“Wat doe jij hier?”
Daan antwoordde niet meteen.
Hij keek eerst naar de envelop die op de grond lag.
Daarna naar het DNA-rapport.
En tenslotte naar Thomas.
“We moeten ergens praten.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Nee.”
Hij deed een stap naar voren.
“Je gaat me nu vertellen wat dit betekent.”
Daan keek hem strak aan.
“Niet hier.”
“Waar dan?”
“Buiten.”
Thomas wilde hem volgen, maar bleef plotseling staan.
Hij wees naar de baby.
“Wie is dat?”
Daan keek naar het meisje in zijn armen.
“Dat is Mila.”
Thomas verstijfde.
“Mila?”
Dat was een van de namen die Sophie vier dagen eerder aan hun kinderen had gegeven.
“Waar zijn Noa en Lucas?”
Daan zweeg.
Thomas greep hem bij zijn arm.
“Waar zijn mijn kinderen?”
Daan trok zijn arm los.
“Je kinderen?”
Die twee woorden kwamen hard aan.
Thomas keek hem woedend aan.
“Wat bedoel je daarmee?”
Daan ademde diep in.
“Precies wat je denkt.”
* * *
09.47 UUR — PARKEERGARAGE
Vijf minuten later stonden de twee broers alleen in de ondergrondse parkeergarage.
Thomas liep heen en weer.
“Dit is een vergissing.”
Daan zei niets.
“Dat DNA-rapport kan niet kloppen.”
Nog steeds stilte.
“Mijn vrouw was zwanger van mijn kinderen.”
Daan keek hem aan.
“Dat weet je niet.”
Thomas stopte.
“Wat?”
“Je hebt nooit gevraagd.”
“Waarvoor?”
“Voor de waarheid.”
Thomas lachte bitter.
“Jij bent gek geworden.”
Daan zette Mila voorzichtig in het autostoeltje.
Toen draaide hij zich om.
“Thomas, waar was je vier dagen geleden?”
Thomas keek weg.
“Dat weet je.”
“Zeg het.”
“Bij Isabelle.”
Daan knikte langzaam.
“Terwijl Sophie op de operatietafel lag.”
Thomas reageerde niet.
“Terwijl drie baby's voor hun leven vochten.”
“Hou op.”
“Terwijl je vrouw je tientallen keren probeerde te bellen.”
“Hou op!”
Daan kwam dichterbij.
“En terwijl jij een taart aansneed voor de vrouw die je vrouw jarenlang heeft vernederd zonder het zelf te weten.”
Thomas balde zijn vuisten.
“Je weet niet waar je over praat.”
“Ik weet meer dan jij denkt.”
Thomas keek hem scherp aan.
“Wat weet je?”
Daan haalde een telefoon uit zijn jas.
“Dit.”
Hij liet een video zien.
Thomas keek naar het scherm.
Het was de avond waarop Sophie in het ziekenhuis was opgenomen.
De camera stond gericht op de ingang.
Sophie werd in een rolstoel naar binnen gereden.
Ze huilde.
Een verpleegkundige liep naast haar.
En in haar hand hield Sophie haar telefoon.
Ze probeerde opnieuw iemand te bellen.
Thomas.
De oproep werd niet opgenomen.
Thomas voelde zijn keel dichtknijpen.
“Waar heb je dit vandaan?”
“Van het ziekenhuis.”
“Waarom heb jij dit?”
“Omdat Sophie mij heeft gebeld.”
Thomas keek hem aan.
“Wanneer?”
“Vier dagen geleden.”
“Waarom?”
Daan keek naar Mila.
“Omdat ze wist dat jij niet zou komen.”
* * *
10.02 UUR
Thomas voelde zijn benen zwaar worden.
“Wat heeft ze tegen je gezegd?”
Daan antwoordde:
“Ze vroeg me om haar kinderen te beschermen.”
Thomas schudde onmiddellijk zijn hoofd.
“Nee.”
“Ze wist dat er iets mis was.”
“Wat?”
“Ze zei dat ze je niet meer vertrouwde.”
Thomas lachte zenuwachtig.
“Sophie zou dat nooit zeggen.”
“Ze heeft het gezegd.”
Daan pakte een tweede envelop.
“En ze liet dit voor jou achter.”
Thomas nam hem aan.
Op de voorkant stond slechts één woord:
ISABELLE.
Zijn vingers werden koud.
“Wat heeft Isabelle hiermee te maken?”
Daan keek hem recht aan.
“Alles.”
Thomas maakte de envelop open.
Binnenin zat een foto.
Een oude foto.
Thomas herkende zichzelf.
Hij herkende Isabelle.
Maar er stond nog iemand op.
Een man die hij jarenlang had geprobeerd te vergeten.
Zijn vader.
Thomas’ adem stokte.
Op de achterkant stond een datum.
Zeventien jaar geleden.
Daaronder stond:
“Vraag je broer wie de waarheid als eerste ontdekte.”
Thomas keek langzaam op.
“Daan…”
Zijn broer zei niets.
“Wat gebeurde er zeventien jaar geleden?”
Daan keek naar de grond.
“Onze vader had een geheim.”
“Welk geheim?”
“Hij had een tweede gezin.”
Thomas voelde zijn maag samentrekken.
“Dat weet ik.”
“Nee.”
Daan schudde zijn hoofd.
“Dat weet je niet.”
Hij pakte de foto terug.
“Je vader had niet alleen een tweede gezin.”
Thomas keek hem aan.
“Wat dan?”
Daan fluisterde:
“Hij had een dochter.”
Thomas voelde een rilling over zijn rug gaan.
“Wie?”
Daan keek hem aan.
“Isabelle.”
* * *
10.15 UUR
Thomas deed een stap achteruit.
“Nee.”
“Jawel.”
“Isabelle is niet…”
“Ze is onze halfzus.”
Thomas staarde hem aan.
“Maar dat betekent…”
“Ja.”
“Mijn hele relatie met haar…”
Daan knikte.
“Was gebaseerd op een geheim dat iedereen om jullie heen kende.”
Thomas werd misselijk.
“Waarom wist ik dit niet?”
“Omdat je vader het verbood.”
“En jij?”
“Ik ontdekte het drie jaar geleden.”
Thomas keek hem woedend aan.
“En je hebt mij niets verteld?”
“Omdat Sophie mij smeekte om het niet te doen.”
Thomas verstijfde.
“Sophie?”
“Zij ontdekte het vlak voordat jullie trouwden.”
“Waarom heeft ze het mij nooit verteld?”
“Omdat ze bang was.”
“Voor mij?”
“Voor wat jij zou doen als je wist dat Isabelle je halfzus was.”
Thomas zakte langzaam op een betonnen pilaar.
Zijn hele verleden leek in stukken te vallen.
Maar toen keek hij opnieuw naar Daan.
“Wacht.”
Hij wees naar Mila.
“Als Isabelle mijn halfzus is…”
Daan zei niets.
Thomas’ ogen werden groot.
“Dan kan zij onmogelijk…”
“Isabelle is niet de biologische moeder van Mila.”
Thomas keek hem verward aan.
“Maar jij zei dat ik niet de vader ben.”
Daan knikte.
“Dat klopt.”
“Wie dan?”
Daan keek hem lang aan.
Toen zei hij:
“Je hebt de verkeerde vraag gesteld.”
Thomas fronste.
“Wat bedoel je?”
“Je moet niet vragen wie de vader is.”
Hij wees naar het DNA-rapport.
“Je moet vragen waarom Sophie heeft laten onderzoeken wie de vader is.”
Thomas keek naar het document.
Plotseling viel er een naam op.
Een naam die hij niet kende.
Een naam die drie keer was gemarkeerd.
Dr. Lucas Meijer.
Thomas’ gezicht werd wit.
“Wie is dat?”
Daan keek hem aan.
“De arts die Sophie heeft geopereerd.”
Thomas stond abrupt op.
“Wat?”
“En hij is niet zomaar een arts.”
“Wat bedoel je?”
Daan haalde diep adem.
“Hij kende Sophie al voordat jij haar ontmoette.”
Thomas voelde zijn hart bonzen.
“Hoe lang?”
“Veel langer dan jij denkt.”
* * *
10.28 UUR
Op dat moment ging Daan’s telefoon.
Hij keek naar het scherm.
Zijn gezicht veranderde.
“Wie is het?” vroeg Thomas.
Daan antwoordde niet.
Hij nam op.
“Hallo?”
Een vrouwenstem klonk aan de andere kant.
Daan werd doodstil.
Toen keek hij naar Thomas.
“Ze is wakker.”
Thomas’ hart sloeg over.
“Wie?”
Daan drukte de luidspreker aan.
Een zachte stem vulde de parkeergarage.
“Sophie.”
Thomas verstijfde.
Zijn vrouw.
De vrouw van wie hij dacht dat hij haar verloren had.
Hij greep de telefoon.
“Sophie?”
Er viel een lange stilte.
Toen zei ze:
“Thomas…”
Zijn ogen vulden zich met tranen.
“Waar ben je?”
“Dat doet er niet toe.”
“Alsjeblieft. Ik wil je zien.”
“Dat kan niet.”
“Waarom niet?”
Sophie ademde diep in.
“Omdat ik je iets moet vertellen.”
Thomas kneep zijn ogen dicht.
“Wat?”
Haar stem werd zachter.
“De drie baby's zijn veilig.”
Thomas huilde bijna van opluchting.
Maar toen vervolgde ze:
“Alleen…”
Ze zweeg.
“Wat?”
“Ze zijn niet alle drie van dezelfde vader.”
Thomas keek naar Daan.
Daan sloot zijn ogen.
Sophie ging verder:
“En Thomas…”
“Ja?”
“Jij bent niet de vader van één van hen.”
Thomas voelde zijn lichaam verstijven.
“Van welke?”
Een lange stilte.
Toen zei Sophie:
“Dat is precies wat jij over een paar minuten zelf zult ontdekken.”
De verbinding werd verbroken.
Thomas keek naar het donkere scherm.
Daan zei niets.
En toen kwam er een bericht binnen.
Van Sophie.
Slechts één foto.
Thomas opende hem.
Zijn gezicht veranderde onmiddellijk.
Op de foto stond een ziekenhuisbed.
Daarop lag een van de drie baby's.
Naast het bed stond een man.
Thomas herkende hem meteen.
Zijn eigen vader.
Maar dat was onmogelijk.
Zijn vader was al zes jaar dood.
Onder de foto stond slechts één zin:
“Thomas, je vader is niet dood.”
Wordt vervolgd…






