DEEL 4 — DE VADER DIE NOOIT WAS GESTORVEN
Thomas kon geen woord uitbrengen.
Zijn vader stond werkelijk voor hem.
Levend.
Zes jaar lang had Thomas gedacht dat hij zijn vader had begraven.
Zes jaar lang had hij bloemen op een graf gelegd.
Zes jaar lang had hij geloofd dat het laatste gesprek tussen hen had plaatsgevonden in een ziekenhuisbed, waar zijn vader met zwakke stem had gezegd:
“Zorg goed voor je gezin.”
Maar nu stond dezelfde man recht tegenover hem.
Sterker.
Ouder.
En angstaanjagend kalm.
Thomas deed een stap achteruit.
“Pap…”
Zijn vader keek hem aan.
“Je bent groot geworden.”
Thomas voelde tranen in zijn ogen.
“Waarom?”
Zijn vader antwoordde niet.
“Waarom heb je me laten geloven dat je dood was?”
“Om jou te beschermen.”
Thomas lachte bitter.
“Beschermen?”
Hij wees naar de kamer.
“Van wat? Van de waarheid?”
Zijn vader keek naar de documenten op tafel.
“Van mensen die bereid zijn te moorden om die waarheid geheim te houden.”
Thomas verstijfde.
“Wie?”
Zijn vader keek naar Isabelle.
Zij stond zwijgend achter hem.
Toen zei hij:
“Je hebt de verkeerde persoon altijd als vijand gezien.”
Thomas keek naar Isabelle.
“Zij?”
Isabelle glimlachte.
“Je bent nog steeds even langzaam als vroeger.”
Thomas voelde woede opkomen.
“Jij wist dat mijn vader leefde.”
“Ja.”
“En Daan?”
“Ook.”
Thomas kneep zijn vuisten samen.
“Dus iedereen wist het behalve ik?”
Isabelle antwoordde rustig:
“Niet iedereen.”
“Wie dan?”
“Jij.”
* * *
12.03 UUR
Thomas pakte het DNA-rapport van de tafel.
“Eén kind is van mij.”
Zijn vader knikte.
“Ja.”
“Eén is van Daan.”
Opnieuw een knik.
“En het derde is van iemand die zogenaamd dood is.”
Zijn vader keek hem strak aan.
“Dat is niet helemaal juist.”
Thomas fronste.
“Wat bedoel je?”
“De biologische vader van het derde kind is dood.”
Thomas slikte.
“Maar jij leeft.”
“Ik ben niet de vader.”
Thomas keek hem verbijsterd aan.
“Wie dan?”
Zijn vader liep naar het bureau.
Hij pakte een oude foto.
“Deze man.”
Thomas keek naar de foto.
Zijn adem stokte.
Het was een man die hij kende.
Een man die hij al jaren haatte.
Victor van Dijk.
Sophie’s vader.
Thomas fluisterde:
“Maar hij is overleden voordat Sophie en ik trouwden.”
“Precies.”
“Hoe kan hij de vader van mijn kind zijn?”
Zijn vader keek hem aan.
“Niet jouw kind.”
Thomas begreep het.
Hij keek naar de drie namen op het DNA-rapport.
Mila.
Noa.
Lucas.
“Welk kind?”
Zijn vader antwoordde niet.
Thomas pakte hem bij zijn jas.
“WELK KIND?”
Voor het eerst verdween de kalmte uit het gezicht van de oude man.
“Lucas.”
Thomas liet hem los.
“Lucas…”
Hij keek naar het document.
“Maar hoe?”
Zijn vader zei:
“Sophie heeft nooit drie kinderen gedragen op de manier waarop jij dacht.”
* * *
12.15 UUR — PRIVÉKLINIEK
Sophie zat aan het raam.
De drie baby's sliepen.
Maar haar handen trilden.
Daan stond tegenover haar.
“Hij weet het.”
Sophie knikte.
“Hoeveel?”
“Genoeg.”
Daan keek naar de kinderen.
“Thomas weet dat één kind van hem is.”
“Ja.”
“En hij weet dat één van mij is.”
Sophie sloot haar ogen.
“Dat mocht hij nooit ontdekken.”
“Hij weet ook dat je vader…”
Sophie keek scherp op.
“Mijn vader?”
Daan zweeg.
“Wat weet Thomas over mijn vader?”
“Hij weet dat Victor de biologische vader van Lucas is.”
Sophie werd doodstil.
“Wie heeft hem dat verteld?”
“Zijn vader.”
Sophie stond op.
“Dan zijn we te laat.”
Daan greep haar hand.
“Sophie, luister.”
Ze trok haar hand terug.
“Mijn vader is zes jaar geleden gestorven.”
“Dat weet ik.”
“Dus hoe kan hij—”
“Niet Victor.”
Daan keek naar haar.
“Zijn vader.”
Sophie begreep het plotseling.
“Hij heeft hem alles verteld.”
Daan knikte.
“En Isabelle was erbij.”
Sophie liep naar het raam.
“Isabelle weet het dus ook.”
“Ja.”
“Dan zijn de kinderen niet meer veilig.”
* * *
12.27 UUR
Een harde klop op de deur.
Sophie draaide zich om.
“Wie is daar?”
Geen antwoord.
Daan liep naar de deur.
Hij keek door het kijkgaatje.
Zijn gezicht veranderde.
“Sophie…”
“Wie?”
“Thomas.”
Sophie voelde haar hart bonzen.
“Laat hem binnen.”
Daan keek haar verbaasd aan.
“Zeker?”
“Ja.”
De deur ging open.
Thomas stond daar.
Zijn gezicht was bleek.
Zijn ogen waren rood.
Hij keek eerst naar Daan.
Daarna naar Sophie.
En uiteindelijk naar de drie baby's.
“Sophie…”
Ze zei niets.
Thomas liep langzaam naar binnen.
“Ik heb je gezocht.”
“Ik weet het.”
“Waarom heb je me verlaten?”
Sophie keek hem recht aan.
“Omdat jij mij vier dagen geleden al had verlaten.”
Thomas slikte.
“Dat was een fout.”
“Een fout?”
Hij knikte.
“Ik dacht dat ik controle had.”
Sophie lachte zacht.
“Dat dacht je altijd.”
Thomas keek naar de kinderen.
“Welke is van mij?”
Sophie zweeg.
“Alsjeblieft.”
Ze wees naar de wieg.
“Daar.”
Thomas liep ernaartoe.
Hij keek naar Mila.
Een klein meisje.
Hij voelde onmiddellijk iets in zijn borst breken.
“Zij?”
Sophie knikte.
“Ja.”
Thomas begon te huilen.
Hij raakte voorzichtig haar kleine handje aan.
“Mijn dochter…”
Sophie zei niets.
Toen keek Thomas naar Noa.
“En zij?”
“Van Daan.”
Thomas sloot zijn ogen.
Maar hij schreeuwde niet.
Hij liep alleen naar de derde wieg.
Lucas lag rustig te slapen.
Thomas keek naar hem.
“En hij?”
Sophie keek naar de vloer.
“Lucas is van mijn vader.”
Thomas werd bleek.
“Maar hij is dood.”
“Ja.”
“Dan kan dat niet.”
Sophie keek hem eindelijk aan.
“Je hebt nog steeds niet begrepen wat er werkelijk is gebeurd.”
Thomas zette een stap naar voren.
“Vertel het me.”
“Lucas is niet op natuurlijke wijze verwekt.”
Thomas verstijfde.
“Wat?”
Sophie begon te huilen.
“Mijn vader had vóór zijn dood genetisch materiaal laten bewaren.”
Thomas keek haar aan alsof hij haar niet meer herkende.
“Waarom?”
“Omdat hij wist dat hij zou sterven.”
“En waarom zou hij een kind willen?”
Sophie fluisterde:
“Omdat hij wist dat jouw familie achter zijn dood zat.”
Thomas schrok.
“Wat?”
Sophie keek naar Daan.
Daan knikte langzaam.
“Victor ontdekte zes jaar geleden dat Thomas’ vader betrokken was bij een illegaal medisch onderzoek.”
Thomas keek naar zijn broer.
“Wat voor onderzoek?”
Daan antwoordde:
“Vruchtbaarheid.”
Thomas voelde zijn maag samentrekken.
“Mijn vader gebruikte vrouwen…”
“Niet alleen vrouwen.”
Daan keek naar Lucas.
“Hij gebruikte embryo's.”
Thomas keek naar Sophie.
“En jij?”
Sophie begon te huilen.
“Ik was één van de vrouwen die hij gebruikte.”
Thomas deed een stap achteruit.
“Je wist dit toen je met mij trouwde?”
“Ja.”
“En toch zei je niets?”
“Omdat ik probeerde je te beschermen.”
Thomas lachte ongelovig.
“Jullie zeggen allemaal dat jullie mij wilden beschermen.”
Hij keek naar Daan.
“Nadat jullie mijn hele leven hebben verborgen gehouden.”
Toen ging plotseling Sophie’s telefoon.
Een bericht.
Ze keek naar het scherm.
Haar gezicht werd lijkbleek.
Thomas zag het.
“Wat staat er?”
Sophie gaf hem de telefoon.
Er stond maar één zin:
JE HEBT NOG STEEDS NIET VERTELD WIE DE ECHTE MOEDER VAN LUCAS IS.
Thomas keek naar Sophie.
“Wat betekent dit?”
Sophie begon te huilen.
Daan keek naar de deur.
Want buiten de kamer…
stond iemand.
Een vrouw.
Ze luisterde naar elk woord.
Toen opende ze langzaam de deur.
Isabelle verscheen.
Ze keek naar Thomas.
Daarna naar Lucas.
En zei:
“Jullie hebben allemaal één ding verkeerd begrepen.”
Thomas verstijfde.
Isabelle liep naar binnen.
“Lucas is niet Victor’s zoon.”
Sophie werd wit.
“Isabelle…”
Isabelle glimlachte.
“Lucas is míjn zoon.”
Thomas keek naar haar.
“Wat?”
Isabelle pakte haar telefoon.
Ze liet een DNA-rapport zien.
En op de eerste regel stond:
BIOLOGISCHE MOEDER: ISABELLE VERMEER.
Thomas kon niet ademen.
Maar Isabelle was nog niet klaar.
Ze keek Sophie recht aan.
“En jij…”
Haar glimlach verdween.
“…hebt mijn kind van mij gestolen.”
Wordt vervolgd…






