DEEL 9 — DE MAN DIE DOOD WAS
Thomas voelde zijn lichaam verstijven.
Zijn vader.
Onmogelijk.
Hij had hem twintig jaar geleden begraven.
Hij had de kist gezien.
Hij had de begrafenis meegemaakt.
Hij had jaren geprobeerd de herinnering aan die dag te verdringen.
Maar de man die daar onder het felle licht stond…
had hetzelfde gezicht.
Dezelfde grijze ogen.
Dezelfde kleine litteken boven zijn wenkbrauw.
Thomas fluisterde:
“Papa…”
De man keek hem aan.
Geen glimlach.
Geen emotie.
Alleen een lange, pijnlijke stilte.
Toen zei hij:
“Thomas.”
Thomas deed een stap naar voren.
Mark greep hem bij zijn arm.
“Niet.”
Thomas rukte zich los.
“Laat me gaan.”
“Je weet niet of hij echt is.”
Thomas keek hem woedend aan.
“Dat is mijn vader!”
Mark antwoordde:
“Precies daarom moet je voorzichtig zijn.”
Aan de andere kant van de loods stond Isabel.
Naast haar zaten Lina en Eva.
Ze waren nog steeds vastgebonden.
Maar ze leken ongedeerd.
Thomas keek naar hen.
“Laat mijn dochters gaan.”
Isabel glimlachte.
“Je bent nog steeds zo voorspelbaar.”
“Laat ze gaan.”
“Eerst moet je de waarheid horen.”
Thomas keek naar de man achter haar.
“Is hij echt mijn vader?”
Isabel antwoordde:
“Ja.”
Thomas voelde zijn hart breken.
“Waarom leeft hij?”
Isabel keek naar Adrian.
“Dat is de vraag die je vader al twintig jaar probeert te beantwoorden.”
Adrian stapte naar voren.
“Thomas, luister naar me.”
Thomas voelde tranen in zijn ogen.
“Je bent dood.”
“Ik moest dood zijn.”
“Waarom?”
“Omdat ze anders jou zouden hebben meegenomen.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Wie?”
Adrian keek naar Isabel.
“Helix.”
Isabel lachte.
“Je vader heeft altijd een manier gehad om zichzelf als slachtoffer neer te zetten.”
Adrian keek haar aan.
“Jij hebt mijn zoon zijn hele leven gevolgd.”
“En jij hebt hem verborgen.”
“Om hem te beschermen.”
Thomas schreeuwde:
“Stop!”
Iedereen zweeg.
Thomas keek naar zijn vader.
“Je hebt twintig jaar lang niets gezegd.”
“Ik kon niet.”
“Je kon niet?”
Adrian kwam dichterbij.
“Als ik contact met je had opgenomen, hadden ze je gevonden.”
“Wie?”
“De mensen achter Helix.”
Thomas keek naar Mark.
“Mijn vader werkte voor Helix?”
Mark antwoordde:
“Ja.”
Thomas voelde een steek door zijn borst.
“Dus alles wat ik dacht te weten…”
“Was een leugen,” zei Adrian.
Thomas keek naar zijn vader.
“Waarom werd je rechercheur?”
Adrian antwoordde:
“Omdat ik Helix wilde stoppen.”
Isabel onderbrak hem.
“Leugenaar.”
Adrian keek haar aan.
“Jij hebt de eerste kinderen naar ons gebracht.”
“Om ze te redden.”
“Je verkocht ze.”
“Om onderzoek te financieren.”
Thomas keek naar hen.
“Jullie praten alsof kinderen cijfers zijn.”
Isabel glimlachte.
“Dat waren ze.”
Thomas voelde woede.
“Wat is er met mijn vader gebeurd?”
Adrian antwoordde:
“Ik werd gevangen.”
“Door wie?”
“Door Adrian.”
Thomas verstijfde.
Hij keek naar de andere man.
“Maar jij bent Adrian.”
De man achter Isabel schudde zijn hoofd.
“Dat is mijn naam niet.”
Thomas begreep het niet.
Isabel lachte.
“Je vader heeft je opnieuw voorgelogen.”
Ze wees naar de man.
“Dit is niet je vader.”
Thomas keek hem aan.
“Wie ben je?”
De man zei:
“Mijn naam is Daniel Vos.”
Thomas voelde zijn hartslag versnellen.
“Vos?”
“De tweelingbroer van Adrian.”
Thomas keek naar Sophie.
Ze was doodstil.
Daniel ging verder:
“Adrian stierf twaalf jaar geleden.”
Thomas keek naar Isabel.
“Dus wie is hij?”
Isabel antwoordde:
“Een kopie.”
Thomas voelde zijn maag omdraaien.
“Een kopie?”
Daniel knikte.
“Helix heeft zijn geheugen en genetische profiel gebruikt om een vervangende identiteit te creëren.”
Thomas keek naar Mark.
“En jij wist hiervan?”
Mark antwoordde:
“Ik wist dat er een kopie bestond.”
Thomas keek naar Daniel.
“Maar waarom lijkt hij op mijn vader?”
Daniel antwoordde:
“Omdat jouw vader ook onderdeel was van het project.”
Thomas voelde zijn hoofd duizelen.
“Wat voor project?”
Daniel keek naar Emma.
“Project Genesis.”
Emma werd bleek.
Thomas vroeg:
“Wat is dat?”
Daniel zei:
“Een poging om menselijke herinneringen genetisch overdraagbaar te maken.”
Thomas lachte ongelovig.
“Dat is onmogelijk.”
Emma antwoordde:
“Niet meer.”
Thomas keek naar haar.
Ze wees naar zichzelf.
“Daarom ben ik belangrijk.”
Isabel knikte.
“Emma kan herinneringen activeren die niet van haarzelf zijn.”
Thomas keek haar aan.
“Wat?”
Emma zei:
“Toen ik klein was, droomde ik steeds over plaatsen waar ik nooit geweest was.”
Sophie fluisterde:
“Dat waren mijn herinneringen.”
Emma knikte.
“En later kwamen de herinneringen van andere mensen.”
Thomas keek naar haar.
“Welke mensen?”
Emma keek naar hem.
“Jouw vader.”
Thomas voelde zijn hart stoppen.
“Wat?”
Emma zei:
“Ik weet waarom hij moest verdwijnen.”
Thomas keek naar Daniel.
“Waarom?”
Emma sloot haar ogen.
“Ik zag het.”
Thomas wachtte.
“Wat zag je?”
Emma fluisterde:
“Een kamer.”
“Welke kamer?”
“Een kamer met een groot raam.”
Thomas keek naar Mark.
“Waar?”
Mark antwoordde:
“Het oude Helix-laboratorium.”
Emma ging verder:
“Mijn vader stond daar.”
Thomas fronste.
“Welke vader?”
Emma keek naar Daniel.
“Jouw vader.”
Thomas voelde tranen opkomen.
“Wat gebeurde er?”
“Hij gaf een harde schijf aan een vrouw.”
“Welke vrouw?”
Emma keek naar Isabel.
“Jouw zus.”
Sophie keek geschokt.
“Isabel?”
Emma knikte.
“Hij vertrouwde haar.”
Isabel schudde haar hoofd.
“Dat is onmogelijk.”
“Maar het gebeurde.”
“Je was niet eens geboren.”
Emma keek haar aan.
“Ik herinner me het toch.”
Isabel werd bleek.
Thomas keek naar zijn vader.
“Wat stond op die harde schijf?”
Daniel antwoordde:
“De namen van alle mensen die Helix financierden.”
Thomas begreep het.
“Politici.”
“Ja.”
“Artsen.”
“Ja.”
“Politie.”
Daniel knikte.
“En bedrijven.”
Thomas keek naar Isabel.
“Waarom wil je Emma?”
Isabel antwoordde:
“Omdat haar geheugen de sleutel is.”
“Waarvoor?”
“Om het hele netwerk terug te vinden.”
Thomas keek naar Lina en Eva.
“En mijn dochters?”
Isabel glimlachte.
“Zij zijn de tweede fase.”
Thomas verstijfde.
“Wat betekent dat?”
Isabel antwoordde:
“Emma kan herinneringen bewaren.”
Ze keek naar Lina.
“Lina kan ze doorgeven.”
Toen keek ze naar Eva.
“En Eva kan ze wissen.”
Thomas keek geschokt naar de meisjes.
“Dat is onmogelijk.”
Sophie fluisterde:
“Daarom heeft Adrian hen nooit mogen scheiden.”
Plotseling maakte Lina haar ogen groot.
Ze keek naar Emma.
“Het begint.”
Thomas draaide zich naar haar.
“Wat begint?”
Lina begon te trillen.
“De herinnering.”
Eva sloot haar ogen.
“Niet hier.”
Isabel keek geschrokken.
“Wat bedoel je?”
Lina begon te huilen.
“Ik herinner me waar mama begraven is.”
Thomas keek naar Sophie.
Sophie werd lijkbleek.
“Dat kan niet.”
Lina fluisterde:
“Onder het oude politiebureau.”
Thomas verstijfde.
“Wat?”
Lina keek hem aan.
“Er ligt daar nog iemand.”
“Wie?”
Ze antwoordde:
“Niet mama.”
Een stilte.
Toen zei Eva:
“Onze echte vader.”
Thomas voelde zijn hartslag versnellen.
“Wie is jullie echte vader?”
Lina keek naar Mark.
Mark liet zijn wapen zakken.
Zijn gezicht brak.
“Niet doen…”
Maar Lina wees naar hem.
“Hij.”
Thomas keek naar Mark.
Mark sloot zijn ogen.
En toen fluisterde hij:
“Dat is onmogelijk.”
Eva antwoordde:
“Maar jij weet dat het waar is.”
Op dat moment begon de loods te trillen.
Een alarm ging af.
Isabel keek naar haar telefoon.
Haar gezicht veranderde.
“Ze hebben ons gevonden.”
Thomas vroeg:
“Wie?”
Isabel keek naar de ingang.
“De mensen die zelfs ik vrees.”
Buiten verschenen tientallen koplampen.
En een stem klonk door de luidsprekers:
“Agent Vermeer…”
Thomas keek omhoog.
“U heeft precies drie minuten.”
De stem vervolgde:
“Daarna wordt de waarheid vernietigd.”
En toen hoorde Thomas de naam van de man die de leiding had.
Een naam die niemand in de loods had verwacht.
“Hoofdcommissaris Van Dalen.”






