DE KINDEREN DIE WISTEN WAT HUN VADER HAD GEDAAN
News Story

DE KINDEREN DIE WISTEN WAT HUN VADER HAD GEDAAN

0 weergaven

DEEL 8 — HET KIND DAT NOOIT HAD MOGEN BESTAAN

De stilte na het gesprek met Isabel voelde zwaarder dan alles wat Thomas die nacht al had meegemaakt.

Emma stond midden in de donkere gang.

Sophie keek haar aan met tranen in haar ogen.

Mark leek voor het eerst in jaren werkelijk bang.

Thomas verbrak de stilte.

“Wat bedoelde Isabel met ‘twee moeders’?”

Niemand antwoordde.

Thomas keek naar Sophie.

“Geen geheimen meer.”

Sophie sloot haar ogen.

“Emma is mijn dochter.”

“Dat weet ik.”

“Maar ze is niet op een normale manier geboren.”

Thomas keek naar Emma.

“Wat betekent dat?”

Sophie fluisterde:

“Ze is ontstaan uit een experiment.”

Thomas voelde zijn maag samentrekken.

“Een genetisch experiment?”

Sophie knikte.

“Adrian gebruikte mijn cellen.”

Thomas keek naar Emma.

“En Isabel?”

“Ook haar cellen.”

Thomas begreep het langzaam.

“Dus Emma…”

“Draagt genetisch materiaal van ons allebei.”

Mark keek naar de grond.

“Adrian wilde bewijzen dat twee genetische profielen konden worden gecombineerd zonder dat het kind dezelfde erfelijke ziekte zou krijgen.”

Thomas staarde hem aan.

“En Emma was het resultaat.”

Sophie begon te huilen.

“Ze was nooit bedoeld als wapen.”

Emma keek haar moeder aan.

“Maar hij maakte mij wel tot een wapen.”

Thomas liep naar haar toe.

“Hoe?”

Emma antwoordde:

“Mijn lichaam herstelt sneller dan normaal.”

Thomas fronste.

“Dat is alles?”

“Nee.”

Ze trok haar mouw omhoog.

Op haar onderarm stond een klein litteken.

“Dit hadden ze me gegeven toen ik zes was.”

Thomas keek ernaar.

“Wat is dat?”

“Een merkteken.”

Mark antwoordde:

“Een identificatiecode.”

Thomas keek hem aan.

“Je wist ervan.”

“Ja.”

“Hoeveel kinderen hadden zo’n merkteken?”

Mark zweeg.

Sophie antwoordde:

“Zeventien.”

Thomas dacht aan de foto's in kamer 17.

“Proef 17.”

Emma knikte.

“Maar er waren er meer.”

“Hoeveel?”

“Drieënveertig.”

Thomas voelde een koude rilling.

“Waar zijn ze?”

Emma keek naar Mark.

“Dood.”

Mark sloot zijn ogen.

“Niet allemaal.”

Thomas draaide zich naar hem.

“Wat bedoel je?”

“Zes zijn verdwenen.”

“Waarheen?”

“Dat weet niemand.”

Emma fluisterde:

“Ze zijn niet verdwenen.”

Thomas keek haar aan.

“Waar zijn ze?”

“Bij Isabel.”

Sophie schudde haar hoofd.

“Dat kan niet.”

“Waarom niet?”

“Omdat Isabel zelf…”

Sophie stopte.

Thomas keek haar aan.

“Wat?”

Sophie fluisterde:

“Isabel was één van de proefpersonen.”

Thomas verstijfde.

“Wat?”

Mark keek op.

“Ze heeft gelogen.”

“Over wat?”

“Ze was nooit alleen de onderzoeker.”

Thomas keek naar Sophie.

“Wie was ze dan?”

Sophie antwoordde:

“Proefpersoon nummer nul.”

De woorden bleven in de lucht hangen.

Thomas keek naar Emma.

“Dus Isabel was het eerste experiment.”

Emma knikte.

“En zij was de enige die overleefde.”

“Wat veranderde er?”

Emma antwoordde:

“Ze werd sterker.”

Thomas fronste.

“Sterker?”

“Ze werd niet meer ziek.”

Sophie keek weg.

“Maar er was een prijs.”

“Welke?”

Sophie fluisterde:

“Ze kon geen kinderen krijgen.”

Thomas keek naar Emma.

“Dus jij…”

“Was haar oplossing.”

De betekenis drong langzaam tot hem door.

Isabel had Emma niet alleen gezocht omdat ze haar nodig had.

Ze had Emma nodig om haar eigen onderzoek voort te zetten.

Thomas pakte zijn telefoon.

“We gaan naar de oude haven.”

Mark schudde zijn hoofd.

“Dat is precies wat ze wil.”

“En Lina en Eva zitten daar.”

“Het kan een val zijn.”

“Dat is het.”

Thomas keek hem aan.

“Maar we gaan toch.”

Sophie pakte Emma’s hand.

“Ik ga mee.”

“Nee.”

“Ze willen mij ook.”

Thomas keek haar aan.

“Waarom?”

“Omdat ik de enige ben die weet hoe het experiment eindigde.”

“Hoe?”

Sophie keek naar Emma.

“Met drie kinderen.”

Thomas verstijfde.

“Drie?”

Emma keek naar haar moeder.

“Lina, Eva en ik.”

Thomas keek geschokt.

“Maar Lina en Eva zijn een tweeling.”

“Dat denken ze.”

Thomas begreep het niet.

Sophie fluisterde:

“Lina en Eva werden samen geboren.”

“En Emma?”

“Emma werd eerder geboren.”

Thomas keek naar Emma.

“Hoeveel eerder?”

“Tien jaar.”

Thomas staarde haar aan.

“Maar je zei dat je zeventien bent.”

Emma knikte.

“Ik ben zeventien.”

“En Lina en Eva zijn zeven.”

“Ja.”

Thomas keek naar Sophie.

“Hoe kunnen jullie dan drie zussen zijn?”

Sophie antwoordde:

“Omdat Emma hun genetische moeder is.”

Thomas verstijfde.

“Wat?”

Emma keek hem rustig aan.

“Mijn cellen werden gebruikt om Lina en Eva te maken.”

Thomas voelde zich duizelig.

“Dus…”

“Zij zijn mijn dochters.”

Sophie barstte in tranen uit.

“En mijn kinderen.”

Thomas keek naar Emma.

“Maar waarom wist niemand hiervan?”

“Adrian wist het.”

Mark voegde eraan toe:

“En Isabel.”

Thomas keek naar de klok.

Nog negen minuten.

“Dan gaan we.”

Ze verlieten de kliniek via een ondergrondse uitgang.

Buiten regende het nog steeds.

Thomas stapte in de politieauto.

Sophie zat naast Emma.

Mark achterin.

“Waarheen?” vroeg de bestuurder.

Thomas antwoordde:

“De oude haven.”

De auto reed weg.

Maar niemand zag de zwarte bestelwagen die hen op afstand volgde.

Binnen zat een vrouw.

Isabel.

Ze keek naar het scherm voor haar.

Daarop verscheen de locatie van Thomas’ auto.

Ze glimlachte.

“Ze komen.”

Naast haar zat een man.

Hij keek haar aan.

“En als Emma weigert?”

Isabel antwoordde:

“Dan gebruiken we de meisjes.”

“En als Thomas zich ermee bemoeit?”

“Dan gebruiken we zijn zwakke plek.”

De man keek naar haar.

“Zijn vader?”

Isabel knikte.

“Precies.”

Ze pakte een oude foto.

Op de foto stond Thomas als twaalfjarige jongen naast zijn vader.

Achter hen stond een jonge Adrian Vos.

Maar op de achterkant van de foto stond een naam die Thomas nog nooit had gezien.

PROJECT EVA.

Isabel glimlachte.

“Hij heeft nog steeds geen idee waarom zijn vader werkelijk is vermoord.”

De zwarte bestelwagen reed sneller.

Ondertussen keek Thomas naar de regen op de voorruit.

Zijn telefoon ging.

Een onbekend nummer.

Hij nam op.

Geen stem.

Alleen een opname.

De stem van zijn vader.

“Thomas…”

Hij verstijfde.

“Als je dit hoort, betekent het dat ik gefaald heb.”

Thomas keek naar Mark.

Mark werd bleek.

De opname ging verder.

“Vertrouw niemand die zegt dat Emma het eerste kind was.”

Thomas voelde zijn hartslag versnellen.

“Er was een kind vóór haar.”

Een korte stilte.

Toen kwam de zin die alles veranderde:

“Zijn naam was Thomas.”

De opname stopte.

Thomas keek langzaam naar Mark.

Sophie bedekte haar mond.

Emma keek hem aan.

En Mark fluisterde:

“Nu weet je waarom je vader je altijd verbood om naar het verleden te vragen.”

Thomas staarde voor zich uit.

“Wat ben ik?”

Niemand antwoordde.

Toen verscheen de oude haven in de verte.

En op datzelfde moment gingen alle straatverlichting langs de weg uit.

Eén voor één.

De politieauto reed de duisternis in.

Emma pakte Thomas’ hand.

“Je bent niet hun experiment.”

Thomas keek haar aan.

“Wat ben ik dan?”

Emma antwoordde:

“De reden waarom het experiment nooit is gestopt.”

Voor hen verscheen een enorme verlaten loods.

De deuren stonden wagenwijd open.

Binnen brandde één enkel licht.

En onder dat licht stonden Lina en Eva.

Naast hen stond Isabel.

Maar achter Isabel stond nog iemand.

Een man die Thomas onmiddellijk herkende.

Zijn overleden vader.