DE KINDEREN DIE WISTEN WAT HUN VADER HAD GEDAAN
News Story

DE KINDEREN DIE WISTEN WAT HUN VADER HAD GEDAAN

0 weergaven

DEEL 4 — KAMER 17

De deur die volgens de plattegrond niet bestond, stond langzaam open.

Thomas keek ernaar.

Niemand sprak.

Mark hield zijn telefoon nog steeds in zijn hand.

Op het scherm stond het bericht van Sophie:

HIJ WEET DAT JE HEBT GEPRAAT.

Thomas keek naar Mark.

“Wie is hij?”

Mark antwoordde niet.

“Mark.”

“Ik weet het niet.”

Thomas keek hem strak aan.

“Je liegt.”

Mark slikte.

Victor begon zacht te lachen.

Thomas draaide zich naar hem om.

“Wat weet jij?”

Victor keek naar de donkere deuropening.

“Meer dan je aankunt.”

Thomas trok zijn wapen.

“Vooruit.”

Victor keek hem aan.

“Waarheen?”

“Naar die deur.”

Victor schudde zijn hoofd.

“Daar wil je niet naar binnen.”

Thomas duwde hem vooruit.

“Dat bepaal ik zelf.”

Ze liepen langzaam naar de opening.

Mark bleef achter.

Thomas keek over zijn schouder.

“Jij komt ook.”

Mark bewoog niet.

“Waarom?”

“Omdat ik je niet meer vertrouw.”

Mark keek hem enkele seconden aan.

Toen liep hij toch mee.

Achter de deur bevond zich een smalle gang.

De muren waren oud.

De verf bladderde.

Thomas scheen met zijn zaklamp naar voren.

Op de muur stonden nummers.

Thomas stopte.

Aan het einde stond:

17

Lina had gelijk.

Thomas keek naar Victor.

“Hoe wist je dochter hiervan?”

Victor antwoordde:

“Ze is nieuwsgieriger dan goed voor haar is.”

Thomas pakte de deurklink.

Op slot.

Mark zei zacht:

“Thomas, niet doen.”

Thomas keek hem aan.

“Waarom?”

“Deze ruimte bestaat niet officieel.”

“Dat weet ik.”

“Er staat geen kamer 17 op de bouwtekeningen.”

“Dat weet ik ook.”

Thomas draaide zich naar Victor.

“Open de deur.”

Victor glimlachte.

“Waarom zou ik?”

Thomas pakte zijn handboeien.

“Omdat ik je nu kan arresteren voor samenzwering, vervalsing en poging tot vergiftiging van je dochter.”

Victor keek naar de handboeien.

Toen zuchtte hij.

“Je begrijpt nog steeds niet wie je tegenover je hebt.”

“Open.”

Victor haalde een sleutel uit zijn jas.

Thomas verstijfde.

“Waar heb je die vandaan?”

Victor antwoordde niet.

De sleutel paste.

De deur ging open.

Een ijzige lucht stroomde naar buiten.

Thomas scheen naar binnen.

Er stond een ziekenhuisbed.

Leeg.

Naast het bed stond een kleine tafel.

Daarop lagen tientallen foto's.

Thomas liep naar voren.

Hij pakte de eerste foto.

Een meisje.

Ongeveer zeven jaar oud.

Blond haar.

Blauwe ogen.

Een klein litteken boven haar rechterwenkbrauw.

Thomas keek naar de tweede foto.

Hetzelfde meisje.

Derde foto.

Hetzelfde.

Vierde.

Hetzelfde.

Maar toen zag hij de datum.

Drie dagen geleden.

Thomas voelde zijn adem stokken.

“Dit meisje leeft.”

Victor zei niets.

Thomas pakte een andere foto.

Daarop stonden Lina en Eva.

Maar ze waren jonger.

Veel jonger.

Naast hen stond een derde meisje.

Thomas keek naar Victor.

“Wie is dit?”

Victor fluisterde:

“Emma.”

“Jullie derde dochter?”

Victor knikte.

“Waar is ze?”

“Dood.”

Thomas keek opnieuw naar de foto's.

“Dat is onmogelijk.”

Mark kwam dichterbij.

Hij keek naar de foto's.

Zijn gezicht werd wit.

“Thomas…”

“Wat?”

“Leg die foto neer.”

Thomas keek hem aan.

“Waarom?”

Mark wees naar de achtergrond.

Op de foto stond een man.

Een man die achter de drie meisjes stond.

Thomas zoomde in.

Hij herkende hem.

Zijn maag draaide om.

“Dat ben jij.”

Mark antwoordde niet.

Thomas keek naar de datum.

Tien jaar geleden.

“Je kende deze familie al.”

Mark fluisterde:

“Niet zoals je denkt.”

Thomas greep hem bij zijn jas.

“Hoe lang?”

“Tien jaar.”

Victor keek weg.

Thomas voelde woede opkomen.

“Je hebt mij negen jaar voorgelogen.”

Mark zei niets.

“Waarom?”

“Om de kinderen te beschermen.”

Thomas lachte bitter.

“Door hun vader te helpen?”

Mark schudde zijn hoofd.

“Ik hielp hun moeder.”

Thomas stopte.

“Wat?”

Mark keek naar Victor.

“Je moet begrijpen wat hier gebeurde.”

Victor zei plotseling:

“Geen woord meer.”

Mark keek hem aan.

“Het is voorbij, Victor.”

Victor glimlachte.

“Nee.”

Hij keek naar Thomas.

“Het begint pas.”

Plotseling klonk er een geluid achter hen.

Een deur sloeg dicht.

Thomas draaide zich om.

“Wie was dat?”

Mark keek naar de gang.

“Nog iemand.”

Thomas liep snel naar buiten.

De gang was leeg.

Maar op de vloer lag iets.

Een klein roze kinderschoentje.

Thomas raapte het op.

Aan de binnenkant stond een naam.

EMMA.

Hij keek naar Victor.

“Je zei dat ze dood was.”

Victor antwoordde:

“Dat was ze.”

Thomas keek naar het schoentje.

“Dan waarom is dit schoentje hier?”

Victor zweeg.

Thomas draaide zich naar Mark.

“Waar is Emma?”

Mark keek naar de grond.

“Ze is nooit gestorven.”

Thomas voelde een koude rilling over zijn rug.

“Wat?”

Mark fluisterde:

“Ze werd meegenomen.”

“Door wie?”

Mark keek naar Victor.

“Door hem.”

Victor schudde zijn hoofd.

“Ze was ziek.”

“Ze was een kind!”

“Ze zou sterven!”

“Dus je hebt haar verkocht?”

Victor reageerde niet.

Thomas voelde zijn maag omdraaien.

“Waar is ze nu?”

Mark antwoordde:

“Dat is het probleem.”

“Wat?”

“Niemand weet waar ze is.”

Thomas keek opnieuw naar de foto's.

“Maar iemand heeft haar drie dagen geleden gefotografeerd.”

Mark knikte.

“Precies.”

Thomas keek naar Victor.

“Wie heeft die foto gemaakt?”

Victor bleef stil.

Toen klonk er plotseling een stem uit de kamer.

Een kinderstem.

Zacht.

Bijna onhoorbaar.

“Papa?”

Iedereen verstijfde.

Thomas draaide zich langzaam om.

Victor werd lijkbleek.

“Emma…”

De stem klonk opnieuw.

“Papa, waarom heb je mama opgesloten?”

Thomas keek naar Victor.

Victor zette een stap achteruit.

“Dat is onmogelijk.”

Thomas liep naar de achterkant van de kamer.

Er stond een kleine metalen deur.

Hij trok eraan.

Op slot.

Van binnen klonk een zacht gehuil.

Thomas sloeg met zijn schouder tegen de deur.

Een keer.

Twee keer.

Bij de derde klap sprong het slot open.

De deur zwaaide open.

Achter de deur zat een meisje.

Blond haar.

Blote voeten.

Een oude ziekenhuisjurk.

Ze keek naar Thomas.

Toen naar Victor.

En fluisterde:

“Jij bent niet papa.”

Thomas knielde.

“Wie ben je?”

Het meisje keek naar Mark.

“Hij kent mij.”

Thomas draaide zich om.

Mark stond roerloos.

“Mark?”

Het meisje wees naar hem.

“Hij heeft me hier gebracht.”

Thomas keek geschokt.

Mark zei:

“Dat is niet waar.”

Het meisje begon te huilen.

“Je zei dat mama terug zou komen.”

Thomas voelde zijn hartslag versnellen.

“Waar is je moeder?”

Het meisje keek naar Victor.

“Hij heeft haar niet vermoord.”

Thomas wachtte.

“Wat heeft hij dan gedaan?”

Het meisje antwoordde:

“Hij heeft haar begraven.”

“Waar?”

Emma wees naar de vloer.

“Onder ons.”

Op dat moment klonk er een zware dreun.

De vloer onder Thomas begon te trillen.

Victor keek omhoog.

En voor het eerst zag Thomas echte paniek in zijn ogen.

Victor fluisterde:

“Ze hebben de kelder gevonden.”

Thomas keek naar Mark.

“Wie?”

Mark antwoordde:

“De mensen die deze kamer gebouwd hebben.”

Boven hen klonk het geluid van meerdere voetstappen.

Ze kwamen dichterbij.

Thomas pakte Emma op.

Victor keek naar de deur.

“Te laat.”

De deur van kamer 17 sloeg plotseling dicht.

En aan de andere kant klonk een mannenstem:

“Victor… je hebt ons beloofd dat het derde kind nooit gevonden zou worden.”

Thomas keek naar Emma.

Het meisje fluisterde:

“Ze komen voor mij.”

Toen ging het licht uit.