DEEL 10 — DE LAATSTE WAARHEID
“Hoofdcommissaris Van Dalen.”
De naam bleef door de loods echoën.
Thomas keek naar Mark.
Mark keek naar de grond.
“Je wist het,” zei Thomas.
Mark antwoordde niet.
“Je wist dat Van Dalen bij Helix hoorde.”
“Ja.”
“En je wist dat mijn vader leefde.”
“Ja.”
Thomas voelde zijn handen trillen.
“Waarom heb je me nooit verteld wie ik werkelijk ben?”
Mark keek hem eindelijk aan.
“Omdat je vader mij smeekte om je te beschermen.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Door tegen me te liegen?”
“Door je in leven te houden.”
Buiten klonken voetstappen.
Veel voetstappen.
Van Dalen sprak opnieuw door de luidsprekers.
“Breng Emma naar buiten en niemand hoeft te sterven.”
Emma keek naar Thomas.
“Hij liegt.”
Thomas knikte.
“Ik weet het.”
Isabel keek naar de uitgang.
“Er is nog maar één manier.”
Thomas keek haar aan.
“Welke?”
“De waarheid openbaar maken.”
Daniel pakte een kleine harde schijf uit zijn jas.
“Hier staat alles op.”
Thomas keek naar het apparaat.
“De namen?”
“Alle namen.”
“Ook Van Dalen?”
“Vooral Van Dalen.”
Thomas pakte de harde schijf.
“Dan sturen we hem.”
Mark schudde zijn hoofd.
“Het gebouw heeft geen verbinding.”
Emma glimlachte zwak.
“Dat hoeft ook niet.”
Ze wees naar een oude computer in de hoek.
“Die is nog verbonden met het interne netwerk.”
Thomas liep ernaartoe.
Hij startte het apparaat.
Het scherm flikkerde.
Een map verscheen.
PROJECT GENESIS — ARCHIEF.
Thomas opende hem.
Honderden bestanden.
Video's.
Medische dossiers.
Banktransacties.
Namen.
En één bestand met de titel:
THOMAS VERMEER — SUBJECT 001.
Thomas verstijfde.
“Subject 001…”
Sophie liep naar hem toe.
“Dat was je vader.”
Thomas keek haar aan.
“Niet ik?”
Sophie schudde haar hoofd.
“Jij was geen proefpersoon.”
Emma zei zacht:
“Jij was het bewijs.”
Thomas opende het bestand.
Op het scherm verscheen een oude opname.
Zijn vader stond in een laboratorium.
Veel jonger.
Naast hem stond Adrian Vos.
Zijn vader keek recht in de camera.
“Als mijn zoon dit ooit ziet, moet hij weten dat ik hem nooit heb verlaten.”
Thomas voelde tranen in zijn ogen.
De opname ging verder.
“Helix beweert dat herinneringen kunnen worden overgedragen.”
Adrian verscheen naast hem.
“Maar daarvoor is een geschikt geheugen nodig.”
Thomas luisterde.
Zijn vader zei:
“Mijn herinneringen zijn niet geschikt.”
Adrian keek hem aan.
“Maar je zoon wel.”
Thomas verstijfde.
Zijn vader schudde onmiddellijk zijn hoofd.
“Nee.”
Adrian glimlachte.
“Dan gebruiken we een andere manier.”
De opname stopte.
Thomas keek naar Emma.
“Wat bedoelde hij?”
Emma antwoordde:
“Ze wilden jouw herinneringen gebruiken.”
“Maar ik was een kind.”
“Precies.”
Thomas begreep het.
“Mijn vader heeft me beschermd.”
Mark knikte.
“Hij gaf zichzelf aan hen over.”
Thomas keek naar het scherm.
Een nieuw bestand verscheen automatisch.
OVERDRACHT GESTOPT.
Daaronder stond:
PROEF MISLUKT.
Thomas keek naar Sophie.
“Dus ik ben nooit behandeld.”
“Nee.”
“Waarom kan ik me dan niets herinneren?”
Sophie antwoordde:
“Omdat ze een deel van je herinneringen hebben verwijderd.”
Thomas sloot zijn ogen.
Plotseling hoorde hij een stem.
Niet uit de computer.
In zijn hoofd.
Zijn vaders stem.
“Vertrouw Mark.”
Thomas opende zijn ogen.
Mark stond voor hem.
“Wat?”
Thomas keek hem aan.
“Mijn vader zei dat ik jou moest vertrouwen.”
Mark knikte.
“Daarom ben ik hier.”
Buiten klonk een explosie.
De deur van de loods werd opengeramd.
Van Dalen kwam binnen.
Achter hem stonden gewapende mannen.
“Genoeg!”
Iedereen verstijfde.
Van Dalen keek naar Emma.
“Breng haar hier.”
Thomas stapte voor haar.
“Nee.”
Van Dalen glimlachte.
“Agent Vermeer, je begrijpt niet hoeveel mensen vanavond zullen sterven.”
Thomas antwoordde:
“Dat weet ik wel.”
Hij hield de harde schijf omhoog.
“Want als je één stap dichterbij komt, gaat dit naar alle media.”
Van Dalen verstijfde.
“Je bluft.”
Thomas wees naar de computer.
“Over dertig seconden wordt alles automatisch verzonden.”
Van Dalen keek naar Mark.
“Schakel hem uit.”
Mark schoot onmiddellijk op de computer.
Maar Thomas had dit verwacht.
De bestanden waren al geüpload.
Op tientallen servers.
Overal.
Van Dalen keek woedend.
“Wat heb je gedaan?”
Thomas zei:
“De waarheid openbaar gemaakt.”
Op dat moment begonnen buiten sirenes te klinken.
Niet één.
Tientallen.
Van Dalen keek naar de ingang.
Zijn mannen begonnen hun wapens te laten zakken.
Thomas keek naar de deur.
Een speciale eenheid stormde naar binnen.
Maar de eerste agent die binnenkwam, liep rechtstreeks naar Van Dalen.
“Hoofdcommissaris Van Dalen, u bent aangehouden.”
Van Dalen keek hem aan.
“Door wie?”
De agent antwoordde:
“Door de mensen die uw dossiers hebben gelezen.”
Van Dalen werd geboeid.
Isabel keek naar Thomas.
“Je hebt gewonnen.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Nee.”
Hij keek naar Emma.
“Zij heeft gewonnen.”
Isabel glimlachte.
“Dan begrijp je eindelijk waarom ze zo belangrijk is.”
Thomas keek naar haar.
“Je gaat mee.”
Isabel stak haar handen uit.
“Dat was altijd al mijn plan.”
Later die ochtend werd de oude kliniek volledig afgezet.
Helix viel uiteen.
Tientallen mensen werden gearresteerd.
Artsen.
Politieagenten.
Bestuurders.
Mensen die jarenlang dachten dat niemand hen ooit zou vinden.
Maar de grootste verrassing kwam enkele uren later.
Thomas stond in het ziekenhuis naast Lina en Eva.
Ze waren veilig.
Sophie zat naast hun bed.
Emma stond bij het raam.
Thomas liep naar haar toe.
“Hoe voel je je?”
“Vrij.”
Thomas glimlachte.
“En je vader?”
Emma keek hem aan.
“Welke?”
Thomas lachte zacht.
“Dat is ingewikkeld.”
Emma knikte.
“Maar ik denk dat ik eindelijk weet wie ik ben.”
Thomas keek naar haar.
“En wie ben je?”
Emma antwoordde:
“Iemand die nooit een experiment had mogen zijn.”
Sophie kwam naar hen toe.
Ze hield een klein doosje vast.
“Thomas.”
Hij keek haar aan.
“Dit vond ik in de oude kliniek.”
Ze gaf hem het doosje.
Binnenin lag een oude foto.
Thomas pakte hem.
Op de foto stonden zijn vader, Sophie, Mark en een jonge vrouw.
Isabel.
Maar er stond nog iemand op.
Een baby.
Thomas keek naar de achterkant.
Daar stond slechts één zin:
“Dit was het echte begin.”
Thomas keek naar Sophie.
“Wat betekent dit?”
Sophie antwoordde:
“Ik weet het niet.”
Emma keek naar de foto.
Toen veranderde haar gezicht.
“Wacht.”
Thomas keek naar haar.
“Wat?”
Emma wees naar de baby.
“Dat ben ik niet.”
Thomas fronste.
“Wie is het dan?”
Emma keek naar Lina en Eva.
Daarna naar de foto.
“Dat kind…”
Ze slikte.
“…is ouder dan ik.”
Thomas voelde opnieuw die bekende koude rilling.
“Maar dat is onmogelijk.”
Emma schudde haar hoofd.
“Nee.”
Ze draaide de foto om.
Op de achterkant stond een datum.
Zeventien jaar vóór Emma’s geboorte.
En daaronder een naam.
PROJECT GENESIS — SUBJECT 000.
Thomas keek naar Mark.
Mark werd bleek.
“Subject nul…”
Thomas vroeg:
“Wie was dat?”
Mark antwoordde niet.
Sophie fluisterde:
“Dat weten we niet.”
Op dat moment ging de deur van de ziekenhuiskamer open.
Een verpleegkundige kwam binnen.
“Sorry dat ik stoor.”
Thomas keek haar aan.
“Ja?”
Ze hield een envelop vast.
“Dit werd zojuist bij de receptie afgegeven.”
“Voor wie?”
Ze keek naar Emma.
“Voor haar.”
Emma nam de envelop aan.
Er stond geen afzender op.
Ze opende hem langzaam.
Binnenin zat slechts één briefje.
Emma las het.
Haar gezicht verloor alle kleur.
Thomas pakte het briefje.
Er stond:
“Jullie hebben Helix vernietigd.”
“Maar Helix was nooit het echte project.”
“Zoek Subject 000.”
Daaronder stond één laatste zin:
“Hij leeft.”
Thomas keek naar Emma.
Buiten scheen voor het eerst die ochtend de zon boven Rotterdam.
Maar niemand in de kamer voelde opluchting.
Want iedereen begreep hetzelfde.
De waarheid over Victor was gevonden.
De waarheid over Sophie was gevonden.
De waarheid over Helix was onthuld.
Maar de grootste waarheid…
was nog altijd verborgen.
EINDE.






