DE KINDEREN DIE WISTEN WAT HUN VADER HAD GEDAAN
News Story

DE KINDEREN DIE WISTEN WAT HUN VADER HAD GEDAAN

0 weergaven

DEEL 6 — DE WARE VADER

Thomas keek Emma aan.

“Wat zei je?”

Het meisje hield Sophie’s hand stevig vast.

“Ik weet wie mijn echte vader is.”

Victor werd lijkbleek.

“Emma…”

Ze keek hem aan.

“Jij bent het niet.”

Die woorden raakten hem zichtbaar.

Thomas keek naar Sophie.

“Wie is haar vader?”

Sophie antwoordde niet.

Victor wel.

“Dat doet er niet toe.”

“Voor mij wel.”

Thomas richtte zijn blik op hem.

“Wie is haar vader?”

Victor keek naar de grond.

Toen zei hij:

“Adrian Vos.”

De stilte die volgde was ondraaglijk.

Thomas keek naar Mark.

Mark schudde langzaam zijn hoofd.

“Dat kan niet.”

Sophie keek hem aan.

“Jij wist het.”

“Niet alles.”

“Je wist genoeg.”

Thomas begreep plotseling waarom Mark zo bang was.

“Adrian is jouw broer.”

Mark knikte.

“En Emma is zijn dochter.”

“Waarom heeft hij haar dan in die kliniek opgesloten?”

Sophie antwoordde:

“Omdat Emma niet alleen zijn dochter is.”

Thomas keek haar vragend aan.

“Wat dan?”

“Ze is het bewijs dat zijn onderzoek werkte.”

Thomas keek naar Emma.

“Welk onderzoek?”

Sophie haalde diep adem.

“Adrian probeerde een genetische afwijking te herstellen voordat kinderen symptomen kregen.”

Thomas keek naar Victor.

“En Emma was de eerste die succesvol behandeld werd?”

Sophie knikte.

“Maar Adrian wilde meer.”

“Meer wat?”

“Hij wilde dezelfde behandeling toepassen op andere kinderen.”

Thomas voelde een koude rilling.

“En daarvoor had hij geld nodig.”

“Veel geld.”

Victor keek weg.

“Daarom verkocht je haar.”

Sophie keek hem aan.

“Hij beloofde dat Emma daarna vrij zou zijn.”

Thomas draaide zich naar Victor.

“En je geloofde hem?”

Victor antwoordde:

“Ik had geen keuze.”

Sophie schudde haar hoofd.

“Je had altijd een keuze.”

Victor keek haar aan.

“Jij begrijpt niet wat er gebeurde.”

“Jawel.”

Sophie’s stem brak.

“Je hebt me acht maanden laten geloven dat onze dochter dood was.”

Victor zei niets.

Thomas keek naar Emma.

“Hoe weet jij dit allemaal?”

Emma antwoordde:

“Omdat mama me alles vertelde.”

Thomas keek naar Sophie.

“Wanneer?”

“Voor ik werd meegenomen.”

Emma knikte.

“Ze zei dat ik moest doen alsof ik niets wist.”

Thomas hurkte voor haar neer.

“Waarom?”

“Omdat Adrian mensen had die overal naar ons zochten.”

“Ook binnen de politie?”

Emma knikte.

“Ook daar.”

Thomas keek naar Mark.

“En jij?”

Mark keek naar de grond.

“Ik probeerde hen te beschermen.”

“Maar je werkte voor Adrian.”

“Ik werkte tegen hem.”

Thomas schudde zijn hoofd.

“Dat klinkt nogal ingewikkeld.”

Mark keek hem aan.

“Dat is het ook.”

Plotseling ging Thomas’ portofoon af.

Een stem klonk.

“Agent Vermeer, antwoord.”

Thomas herkende de stem.

De meldkamer.

“Wie spreekt?”

“Hoofdinspecteur Van Dalen.”

Thomas verstijfde.

Van Dalen was zijn directe leidinggevende.

“Wat wilt u?”

“Breng Victor de Graaf onmiddellijk naar buiten.”

Thomas keek naar Victor.

“Waarom?”

“Er is een arrestatiebevel.”

“Voor welke feiten?”

Een korte stilte.

“Voor de moord op Sophie de Graaf.”

Thomas keek naar Sophie.

Ze stond letterlijk naast hem.

Hij antwoordde:

“Sophie leeft.”

“Dat is onmogelijk.”

Thomas voelde zijn hart sneller kloppen.

“Waarom?”

“Het officiële lichaam is geïdentificeerd.”

Sophie fluisterde:

“Daar.”

Thomas keek naar haar.

“Wat?”

“Ze hebben mijn identiteit al vervangen.”

Van Dalen sprak opnieuw door de portofoon.

“Thomas, luister goed. Je bent niet veilig.”

Thomas keek naar Mark.

“Dat weet ik.”

“Je moet onmiddellijk naar buiten komen.”

“Met Victor?”

“Ja.”

Thomas voelde dat er iets niet klopte.

“En mijn getuigen?”

“Welke getuigen?”

Thomas keek naar Emma.

Toen naar Lina en Eva, die nog steeds in het politiebureau waren.

“De kinderen.”

Een lange stilte.

Toen zei Van Dalen:

“Welke kinderen?”

Thomas verstijfde.

Zijn hand klemde zich om de portofoon.

“Lina en Eva de Graaf.”

Van Dalen antwoordde:

“Die meisjes bestaan niet.”

Thomas voelde zijn bloed koud worden.

Sophie fluisterde:

“Nu weet je hoe diep dit gaat.”

Thomas keek naar Mark.

“Hoeveel mensen zijn erbij betrokken?”

Mark antwoordde:

“Meer dan je denkt.”

Plotseling klonk er boven hen een enorme explosie.

De vloer trilde.

Emma viel bijna.

Thomas greep haar vast.

“Wat was dat?”

Mark keek naar het plafond.

“Ze zijn binnen.”

“Wie?”

“Helix.”

Sophie pakte Emma’s hand.

“We moeten naar de andere uitgang.”

Thomas keek naar Victor.

“Kom.”

Victor bleef staan.

“Ga zonder mij.”

Thomas fronste.

“Waarom?”

Victor haalde een klein pistool uit zijn jas.

Sophie keek geschokt.

“Victor…”

Hij keek naar haar.

“Het spijt me.”

“Wat ga je doen?”

“Ik ga tijd kopen.”

Thomas pakte zijn arm.

“Je gaat nergens heen.”

Victor keek hem aan.

“Als ik met jullie meega, vinden ze ons binnen twee minuten.”

“En als je achterblijft?”

“Dan krijgen jullie misschien vijf.”

Thomas wilde protesteren.

Maar Victor keek naar Emma.

“Mijn hele leven heb ik geprobeerd haar te beschermen op de verkeerde manier.”

Hij knielde voor haar neer.

“Het spijt me.”

Emma keek hem aan.

“Waarom heb je gelogen?”

Victor slikte.

“Omdat ik bang was.”

“Voor Adrian?”

“Voor wat hij zou doen.”

Emma keek hem lang aan.

Toen fluisterde ze:

“Ik haat je niet.”

Victor begon te huilen.

“Dank je.”

Hij stond op.

“Ga.”

Thomas pakte Sophie en de kinderen mee.

Ze renden door de donkere gang.

Achter hen klonken schoten.

Eén.

Twee.

Drie.

Toen stilte.

Emma begon te huilen.

“Papa…”

Thomas keek haar aan.

“Je echte vader is Adrian?”

Emma schudde haar hoofd.

“Nee.”

Thomas stopte.

“Maar je zei net…”

“Ik zei dat ik wist wie mijn echte vader is.”

“En?”

Emma keek naar Sophie.

Sophie sloot haar ogen.

“Vertel het hem.”

Emma fluisterde:

“Adrian is mijn biologische vader.”

Thomas knikte langzaam.

“Maar hij is niet mijn echte vader.”

“Wie dan?”

Emma keek naar Mark.

Mark verstijfde.

“Niet doen.”

Emma zei:

“Mijn echte vader is de man die mij heeft gered.”

Thomas keek naar Mark.

“Jij?”

Mark zei niets.

Emma knikte.

“Hij heeft me tien jaar geleden uit de kliniek gehaald.”

Thomas keek verbijsterd.

“Maar dan…”

Mark keek hem aan.

“Emma is niet zeven.”

Thomas voelde zijn maag samentrekken.

“Hoe oud is ze?”

Mark antwoordde:

“Zeventien.”

Thomas keek naar het meisje.

Emma keek hem rustig aan.

“Ik heb me zeven jaar oud voorgedaan.”

“Waarom?”

“Omdat Adrian denkt dat zijn experiment bij een zevenjarig kind is mislukt.”

Thomas keek naar Sophie.

“Dus Emma heeft zich al tien jaar verborgen?”

Sophie knikte.

“En jij hebt haar geholpen?”

Mark antwoordde:

“Ja.”

Plotseling ging Marks telefoon.

Hij keek naar het scherm.

Een bericht.

WE WETEN DAT EMMA LEEFT.

Daaronder stond een foto.

Thomas keek ernaar.

Op de foto stonden Lina en Eva.

In hun eigen slaapkamer.

Vastgebonden.

Thomas voelde zijn hart stoppen.

De tweede regel verscheen:

JE HEBT TWAALF MINUTEN.

Daarna kwam een adres.

Thomas kende het meteen.

Het was het huis van Victor.

Sophie keek hem aan.

“Ze zijn bij de meisjes.”

Thomas pakte zijn wapen.

“Dan gaan we.”

Mark schudde zijn hoofd.

“Het is een val.”

Thomas keek hem aan.

“Dat weet ik.”

“Dan waarom ga je?”

Thomas keek naar Emma.

Toen naar Sophie.

En tenslotte naar de foto van Lina en Eva.

“Omdat deze keer…”

Hij laadde zijn wapen.

“…zij niet degene zijn die moeten vluchten.”

Boven hen klonk opnieuw een stem door de luidsprekers.

Adrian Vos.

“Agent Vermeer…”

Thomas keek omhoog.

“Als je mijn dochter wilt redden…”

Een korte stilte.

“…moet je eerst ontdekken wie haar moeder werkelijk heeft verraden.”

Thomas keek naar Sophie.

Haar gezicht werd lijkbleek.

Emma fluisterde:

“Dat was mama niet.”

Sophie antwoordde:

“Emma…”

Maar het meisje keek haar moeder recht aan.

“Zeg het hem.”

Thomas wachtte.

Sophie begon te huilen.

“Het was niet Victor.”

“Wie dan?”

Sophie keek naar Mark.

En zei:

“Mijn eigen zus.”