DE KINDEREN DIE WISTEN WAT HUN VADER HAD GEDAAN
News Story

DE KINDEREN DIE WISTEN WAT HUN VADER HAD GEDAAN

0 weergaven

DEEL 5 — HET DERDE KIND

De kamer werd volledig donker.

Thomas hield Emma stevig tegen zich aan.

“Blijf bij mij,” fluisterde hij.

Buiten klonken voetstappen.

Drie mannen.

Misschien vier.

Ze kwamen langzaam dichterbij.

Victor stond tegen de muur gedrukt.

Zijn gezicht was lijkbleek.

Mark fluisterde:

“Ze mogen Emma niet meenemen.”

Thomas keek hem aan.

“Waarom niet?”

Mark antwoordde niet.

“Waarom, Mark?”

“Omdat ze het bewijs is.”

“Waarvan?”

Mark keek naar Emma.

“Van alles.”

Een harde klap tegen de deur.

Emma begon te trillen.

“Ze zijn er.”

Thomas keek naar de metalen deur.

“Wie?”

Emma fluisterde:

“De mensen die papa geld gaven.”

Victor sloot zijn ogen.

Thomas keek naar hem.

“Hoeveel?”

Victor zei niets.

“Hoeveel mensen heb je vermoord?”

Victor keek hem eindelijk aan.

“Ik heb niemand vermoord.”

Emma schudde haar hoofd.

“Je liegt.”

Opnieuw een klap.

Het slot begon te buigen.

Thomas trok zijn wapen.

Mark deed hetzelfde.

“Als ze binnenkomen, schiet ik,” zei Thomas.

Mark keek hem aan.

“Niet meteen.”

“Waarom niet?”

“Omdat we niet weten wie er achter die deur staat.”

Thomas keek naar hem.

“Dat is precies het probleem.”

De deur barstte open.

Een man stormde naar binnen.

Thomas reageerde onmiddellijk.

Hij sloeg zijn arm weg en duwde hem tegen de muur.

Het wapen van de man viel op de grond.

Mark greep hem vast.

Maar voordat Thomas hem kon ondervragen, klonk er een tweede schot.

De kogel sloeg in de muur.

“Beneden!”

Thomas dook weg.

Emma gilde.

Victor rende naar een verborgen deur achter een kast.

Thomas zag het.

“Victor!”

Victor stopte.

“Waar ga je heen?”

“Naar een uitgang.”

“Wacht!”

Maar Victor verdween door de deur.

Thomas wilde achter hem aan, maar Emma greep zijn jas.

“Niet!”

“Waarom?”

“Hij wil dat je hem volgt.”

Thomas keek haar aan.

“Hoe weet je dat?”

“Dat doet hij altijd.”

Thomas keek naar Mark.

“Neem haar mee.”

“Waarheen?”

“Naar de veilige ruimte.”

Mark knikte.

Thomas rende achter Victor aan.

De verborgen gang liep diep onder het oude gebouw.

Aan de muren hingen oude foto's.

Kinderen.

Tientallen kinderen.

Thomas vertraagde.

Op elke foto stond een nummer.

Hij liep verder.

Bij nummer 017 stopte hij.

Daar stond Emma.

Maar onder haar foto stond een andere naam.

PROEF 17.

Thomas voelde zijn maag samentrekken.

“Proef?”

Achter hem klonk Victors stem.

“Je had die foto's niet moeten zien.”

Thomas draaide zich om.

Victor stond aan het einde van de gang.

“Wat heb je met deze kinderen gedaan?”

Victor keek naar de foto's.

“Wij probeerden ze te redden.”

“Van wat?”

“Van de wereld.”

Thomas schudde zijn hoofd.

“Je bent krankzinnig.”

Victor glimlachte.

“Nee.”

Hij wees naar de foto van Emma.

“Zij was ziek toen ze geboren werd.”

“En?”

“Een zeldzame genetische afwijking.”

Thomas keek hem aan.

“Dus?”

“Ze zou niet ouder worden dan zeven.”

Thomas verstijfde.

“Maar ze leeft.”

“Precies.”

Victor kwam langzaam dichterbij.

“Daarom betaalden ze voor haar.”

“Wie?”

“Een onderzoeksorganisatie.”

“Welke?”

Victor keek hem recht aan.

“Dat is de naam die je nooit had mogen ontdekken.”

Thomas hield zijn wapen gericht.

“Zeg het.”

Victor zweeg.

Toen klonk achter Thomas een stem.

“Het heet Helix.”

Thomas draaide zich om.

Mark stond daar.

Maar hij was niet alleen.

Sophie stond naast hem.

Ze was weer bij bewustzijn.

Thomas keek geschokt.

“Sophie?”

Ze knikte.

“Je moet luisteren.”

Thomas keek naar Victor.

“Helix?”

Sophie zei:

“Helix bestaat officieel niet.”

“Wat doet het?”

“Genetisch onderzoek.”

Thomas keek naar Emma.

“Met kinderen?”

Sophie knikte.

“Met kinderen die niemand zou missen.”

Thomas voelde woede door zich heen trekken.

“Maar jullie meisjes?”

Sophie keek naar Victor.

“Hij verkocht Emma.”

Victor schreeuwde:

“Ik heb haar gered!”

Sophie keek hem aan.

“Je hebt haar verkocht.”

Victor sloeg met zijn vuist tegen de muur.

“Ze zou sterven!”

“En Lina en Eva?”

Victor zweeg.

Thomas keek naar Sophie.

“Wat gebeurde er met hen?”

Sophie antwoordde:

“Ze waren nooit bedoeld om onderdeel van het experiment te worden.”

Thomas fronste.

“Waarom niet?”

“Omdat ze gezond waren.”

“Dus waarom werden ze bedreigd?”

Sophie keek naar haar dochters.

“Omdat ze getuigen waren.”

Een stilte.

Thomas begreep het.

“Ze hebben iets gezien.”

Sophie knikte.

“Ze zagen wat er met Emma gebeurde.”

Victor fluisterde:

“Ze waren te jong om het te begrijpen.”

Sophie antwoordde:

“Maar oud genoeg om het te onthouden.”

Plotseling klonk er boven hen een alarm.

Rood licht begon door de gang te knipperen.

Mark keek omhoog.

“Ze hebben het systeem geactiveerd.”

Thomas keek hem aan.

“Wat betekent dat?”

Mark antwoordde:

“Dat iedereen hier binnen zestig seconden moet vertrekken.”

“Waarom?”

“De kelder wordt afgesloten.”

Thomas keek naar Emma.

“En zij?”

Mark keek naar het meisje.

“Zij wordt niet meegenomen.”

Thomas begreep onmiddellijk wat hij bedoelde.

“Ze willen haar doden.”

Mark knikte.

Sophie pakte Emma's hand.

“Kom.”

Ze begonnen terug te lopen.

Maar Victor bleef staan.

Thomas keek achterom.

“Kom mee.”

Victor schudde zijn hoofd.

“Ik kan niet.”

“Waarom?”

Victor keek naar Sophie.

“Ik heb iets gedaan.”

“Dat weten we.”

“Nee.”

Hij haalde een kleine sleutel uit zijn zak.

“Dit is voor de kamer onder deze kamer.”

Thomas fronste.

“Er is nog een verdieping?”

Victor knikte.

“Daar ligt het echte dossier.”

Sophie werd bleek.

“Victor, nee.”

Thomas keek naar haar.

“Wat staat daarin?”

Sophie antwoordde:

“De namen.”

“Welke namen?”

“Alle kinderen.”

Thomas keek naar Victor.

“En de opdrachtgevers?”

Victor knikte.

“Ook die.”

“Waarom geef je mij de sleutel?”

Victor keek naar Emma.

“Omdat ik eindelijk begrijp dat ik haar niet kan redden door te blijven zwijgen.”

Thomas pakte de sleutel.

Maar op dat moment klonk een stem uit de luidsprekers.

Kalm.

Mannelijk.

“Victor de Graaf.”

Victor keek omhoog.

“Je hebt je keuze gemaakt.”

De stem ging verder:

“Dan sterft je familie vannacht.”

Thomas keek naar Sophie.

“Wie is dat?”

Sophie antwoordde niet.

Thomas keek naar Victor.

“Wie?”

Victor fluisterde:

“De directeur van Helix.”

“Naam?”

Victor keek hem recht aan.

“Dr. Adrian Vos.”

Thomas voelde zijn hartslag versnellen.

Want die naam kende hij.

Iedere agent in Rotterdam kende hem.

Adrian Vos was jarenlang hoofdadviseur geweest van de politie.

Een gerespecteerde arts.

Een filantroop.

En vooral…

de man die drie jaar geleden persoonlijk had geholpen bij de sluiting van de kliniek.

Thomas keek naar Mark.

“Je wist dit.”

Mark knikte langzaam.

“Ja.”

“Waarom heb je nooit iets gezegd?”

Mark keek naar Sophie.

“Omdat Adrian Vos mijn broer is.”

Thomas verstijfde.

Boven hen klonk een zware metalen deur die dichtviel.

En vanuit de luidsprekers kwam opnieuw de stem van Adrian Vos:

“Agent Vermeer…”

Een korte stilte.

“Als je wilt dat je eigen familie blijft leven…”

De stem werd zachter.

“Breng Emma naar mij.”

Emma kneep haar ogen dicht.

En fluisterde:

“Hij weet niet dat ik me alles herinner.”

Thomas keek haar aan.

“Wat herinner je je?”

Emma opende haar ogen.

“Wie mijn echte vader is.”