Het nieuws over Ellens dood daalde als een loodzware deken over me neer. Remleidingen doorgesneden. Het was geen zelfmoord uit schuldgevoel, zoals de politie aanvankelijk dacht. Het was een liquidatie. Karel — of zijn opdrachtgevers uit Antwerpen — hadden niet alleen jacht gemaakt op het bandje, maar hadden er ook voor gezorgd dat het lek definitief werd gedicht. Ellen wist te veel. Ze was een los eilandje geworden in hun criminele netwerk.
Rechercheur De Jong keek me met een mengeling van medelijden en scherpe argwaan aan. "Meneer Verhoeven, uw vrouw is dood. Uw zoon ligt op de intensive care te vechten voor zijn leven. En u zit hier met een kogelwond en een cassettebandje uit 1999. Het is tijd dat u mij het héle verhaal vertelt. Vanaf het begin."
Ik keek naar het zwarte plastic bandje op het nachtkastje. De pijn in mijn schouder was niets vergeleken met de verwoestende pijnen in mijn ziel.
"Het begon allemaal bij de rechtbank van Breda," zei ik traag. "Mijn vrouw werkte daar als hoofd van de administratie. Ze had toegang tot alle financiële dossiers, faillissementen en in beslag genomen goederen. Wat ik nooit geweten heb... is dat ze die positie gebruikte om geld wit te wassen voor de Antwerpse onderwereld."
Thomas, die stil in de hoek van de kamer zat, slaakte een diepe zucht. Rechercheur De Jong pakte een opschrijfboekje en begon snel te noteren.
"Mijn broer Henk ontdekte het," vervolgde ik. "Henk had gokschulden. Hij zocht wanhopig naar geld en kwam achter Ellens praktijken. Hij eiste een deel van de opbrengst. Toen ze weigerde, dreigde hij mij alles te vertellen. Wat er die nacht van 14 november 1999 exact is gebeurd... staat op dit bandje."
Ik duwde het cassettebandje naar haar toe. "Lars dacht al die jaren dat hij Henk had vermoord. Hij was pas vijftien. Henk viel hem aan, Lars sloeg hem neer met een kandelaar. Ellen maakte gebruik van die trauma om Lars te chanteren en stil te houden. Maar op dit bandje... bewijst Lars dat Henk nog leefde toen hij in de auto werd geladen. Ellen en een man genaamd Karel hebben hem levend verdronken in het Wilhelminakanaal."
De Jong pakte de microcassette voorzichtig op en stopte hem in een transparant zakje voor bewijsmateriaal. "Wie is Karel, meneer Verhoeven?"
"Karel is de man die mij vannacht heeft neergeschoten," zei ik. "De man die achter Lars aan zat in het Mastbos. hij werkt voor het Syndicaat in Antwerpen. En als ik me niet vergist... is hij ook de man die de remleidingen van Ellens auto heeft doorgesneden."
De Jong stond op. Haar gezicht stond ernstig. "Ik ga dit bandje direct naar het forensisch lab sturen voor analyse. Er staat een bewakingsteam voor de deur van uw zoon op de intensive care. Niemand komt die kamer binnen zonder mijn toestemming."
"Hoe is het met Lars?!" vroeg ik wanhopig.
"De operatie is geslaagd," zei ze zacht. "De kogel heeft geen vitale organen geraakt, maar hij heeft veel bloed verloren. Hij is in een kunstmatige coma gehouden. De komende vierentwintig uur zijn cruciaal."
Toen de rechercheur de kamer verliet, bleef ik achter met Thomas. De stilte tussen ons was zwaar.
"Willem..." zei Thomas aarzelend. "Lotte wil je zien. Ze is beneden in de wachtruimte. Ze weet nog niet dat haar moeder dood is."
Ik sloot mijn ogen. Hoe vertel je je dochter dat haar trouwdag is geëindigd in de dood van haar moeder, de zwaargewonde toestand van haar broer, en de onthulling dat haar familie een crimineel imperium was?
"Breng haar naar boven," zei ik dof. "Ze heeft het recht om het van mij te horen."
Vijf minuten later stapte Lotte de kamer binnen. Haar ogen waren roodgeweest van het huilen. Ze droeg een geleende trui van Thomas, veel te groot voor haar frêle gestalte. Ze zag er niet meer uit als de stralende bruid van twaalf uur geleden. Ze zag eruit als een gebroken kind.
Ze rende naar mijn bed en sloeg haar armen om mijn nek. Ik klemde haar vast met mijn ene gezonde arm, terwijl mijn tranen op haar haren vielen.
"Pap... wat is er gebeurd?" snikte ze. "Waar is mama? De politie wil me niets vertellen!"
Ik hield haar gezicht tussen mijn handen en keek haar recht in de ogen. "Lotte... luister naar me. Er zijn verschrikkelijke dingen gebeurd. Dingen uit het verleden die mama voor ons verborgen heeft gehouden."
Ik vertelde haar alles. Over de chantage van Henk, over het ongeluk, over de man in het bos, en uiteindelijk... over het auto-ongeluk bij de singel.
Toen het woord 'overleden' mijn lippen verliet, slaakte Lotte een gil die door merg en been ging. Ze stortte in elkaar op de rand van het ziekenhuisbed, haar gezicht begraven in de lakens. Ik kon niets anders doen dan haar vasthouden, terwij de storm buiten het ziekenhuisraam langzaam begon te liggen.
De ochtend brak aan over Breda. Het fletse grijze licht van de dageraad scheen door het raam. Lotte was uiteindelijk van uitputting in slaap gevallen op een stoel naast mijn bed. Thomas hield haar hand vast.
Rond zeven uur 's ochtends ging de deur van mijn kamer open. Het was niet Rechercheur De Jong, maar een arts in een groene operatiejas.
"Meneer Verhoeven?" zei de arts. "Uw zoon Lars is ontwaakt uit zijn coma. Hij roept om u. hij zegt dat er iets is wat u moet weten voordat de politie het bandje beluistert."
Ik keek de arts verbaasd aan. "Voordat de politie het beluistert? Maar ik heb het bandje al aan Rechercheur De Jong gegeven!"
De arts fronsde. "Rechercheur De Jong? Meneer Verhoeven... er is vannacht geen rechercheur genaamd De Jong op deze afdeling geweest. De leidinggevende van het onderzoeksteam is Inspecteur De Wit. Hij staat nu buiten op de gang."
Mijn bloed stolde in mijn aderen. De vrouw in het grijze pak... de vrouw aan wie ik het enige originele bewijsmateriaal had meegegeven... was geen rechercheur.
Het was een handlanger van Karel. En ik had haar de sleutel tot hun ontmaskering zomaar in handen gedrukt.






