DE SCHADUW VAN BREDA
News Story

DE SCHADUW VAN BREDA

104 weergaven

Zes maanden later. Lente in Breda.

Het Mastbos stond in vol ornaat. De jonge groene bladeren aan de oude eiken vingen het warme zonlicht op, en de geur van dennennadelen en verse aarde vulde de lucht.

Aan de rand van het bos, vlak bij de oude turfvaart waar ooit het bloedige drama zich had afgespeeld, stond een klein, nieuw gebouwd houten atelier. Op het bordje naast de rustieke houten deur stond met strakke, ingebrande letters geschreven: Verhoeven & Zoon – Ambachtelijk Houtwerk.

Geen groot importbedrijf meer. Geen miljoenen omzetten. Geen buitenlandse rekeningen. Gewoon een kleine werkplaats waar tafels, stoelen en houten kunstwerken met de hand werden gemaakt van duurzaam Nederlands hout.

Ik stond achter de zware werkbank, de geur van zaagsel en lijnolie in ademend. In mijn hand hield ik een schaaf, waarmee ik het oppervlak van een grote eikenhouten eettafel glad streek.

De deur van de werkplaats ging open. Lars stapte binnen. hij droeg een werkbroek bedekt met zaagsel en een rasteroverhemd. hij zag er gezond uit. De bleke, kille blik die hij op de bruiloft had, was verdwenen. his ogen hadden hun warme, blauwe glans teruggevonden.

"De tafel voor de klant uit Ginneken is klaar, pap," zei hij met een glimlach. hij legde zijn hand op de rand van de werkbank. His herstel was wonderbaarlijk verlopen. De kogelwond was veranderd in een lelijk litteken, maar zijn ziel was genezen.

"Mooi zo, Lars," zei ik, terwij ik de schaaf neerlegde en mijn handen afveegde aan mijn schort. "We leveren hem vanmiddag af."

Lotte en Thomas kwamen even later ook binnen. Lotte droeg een dienblad met vier mokken dampende koffie. Ze was inmiddels vier maanden zwanger. Haar buikje was al subtiel zichtbaar onder haar trui.

"Koffiepauze!" riep ze vrolijk, terwij ze het dienblad op de pas geschuurde tafel zette.

We gingen met z'n vieren op de houten banken bij het raam zitten, kijkend naar de groene bomen van het Mastbos.

Het afgelopen halfjaar was een wervelstorm geweest. Zoals we beloofd hadden, hadden we alle bezittingen van de familie Verhoeven overgedragen aan de curator en de staat. Het huis in de Wilhelminastraat was verkocht, het geld van de rechtbank was hersteld en het oude kantoorpand aan de Veilingkade was door de gemeente gesloopt.

Ik woonde nu in een klein, gehuurd appartement boven de werkplaats. Het was eenvoudig, bijna sober, maar ik had nog nooit zo rustig geslapen in mijn hele leven. Geen nachtmerries meer. Geen schrikken als de telefoon 's nachts overging.

"Hoe is het bij de politie afgelopen, Thomas?" vroeg Lars, terwij hij een slok van zijn koffie nam.

Thomas, die als advocaat de juridische afwikkeling voor onze familie had begeleid, keek op. "Het dossier-Von der Heyde is officieel gesloten. Von der Heyde is door de rechtbank in Antwerpen veroordeeld tot twaalf jaar cel voor georganiseerde misdaad, witwassen en medeplichtigheid aan moord. De vrouwelijke nep-rechercheur is twee weken geleden opgepakt in Spanje."

"En de nagedachtenis van oom Henk?" vroeg Lotte zacht.

"His naam is gezuiverd," zei ik. "het staat nu officieel in het politiedossier dat hij het slachtoffer was van een misdrijf, en niet de dader. We hebben vorige week een kleine herdenkingssteen geplaatst bij de turfvaart."

We zwegen allemaal even. De herinnering aan Henk, aan Ellen, aan alles wat verloren was gegaan, zou altijd een litteken blijven. Maar het was een schoon litteken. Geen open wond meer.

"Ik heb gisteren de zolder opgeruimd van mijn oude kamer," zei Lars plotseling.

Ik keek hem vragend aan. "En?"

Lars reikte in zijn zak en haalde er een klein, grijs plastic hoesje uit. Geen cassettebandje dit keer, maar een glazen potje gevuld met fijn zaagsel van de werkplaats.

"Ik heb de oude cassette-afspeler en de rest van de dozen bij het grofvuil gezet," zei hij met een glimlach. "Het verleden is opgeruimd, pap. We hebben geen bandjes meer nodig."

Ik keek mijn zoon aan en voelde een diepe, golvende warmte door mijn borstkas stromen. hij had gelijk. De tape was afgelopen. Het verhaal van de schaduw van Breda was ten einde.

"Op de toekomst," zei ik, mijn koffiemok omhoog heffend.

"Op de toekomst," herhaalden Lars, Lotte en Thomas in koor.

We proostten. Het geluid van de stenen mokken klonk heler en zuiver door de houten werkplaats.

Buiten scheen de lentezon fel over het Mastbos. De vogels zongen in de hoge dennenbomen, en de wind voerde de geur van vers hout mee over het landschap. Breda was niet langer de stad van de schaduwen; het was weer de stad van ons thuis.