DE SCHADUW VAN BREDA
News Story

DE SCHADUW VAN BREDA

104 weergaven

De tijd leek stil te staan. De regen viel in trage, dikke druppels om ons heen. Het geluid van de kolkende turfvaart onder de brug klink als een dreigend gegrom uit de diepte. Het zwarte gat van Karels pistoolloop was het enige wat ik nog zag. Ik voelde geen angst meer. Alleen een verlammende, peilloze leegte. Mijn zoon lag roerloos op de koude stenen van de brug, een donkere vlek die zich langzaam uitbreidde op zijn blauwe trouwpak.

"Doe het maar," fluisterde ik. Mijn stem was leeg. "Schiet maar, Karel. Er valt niets meer te redden."

Karel grijnsde. Zijn vinger spande zich om de trekker. "Met genoegen, Verhoeven."

Maar voordat hij de trekker kon overhalen, klonk er een fel, snerpend geluid door het bos. Een autoclaxon. High-beam koplampen sneden plotseling door de duisternis van de bomenrij. Een zware terreinwagen kwam met loeiende motor en slippende banden het smalle zandpad op gereden, recht op de stenen brug af.

Karel werd verblind door de intense lichtbundels. Hij vloekte en hief zijn arm op om zijn ogen te beschermen.

De auto stopt niet. Met een woeste vaart ramde de wagen de roestige hekwerken langs het pad en stevende af op Karel.

Karel sprong op het laatste moment opzij om niet overreden te worden. hij kwam met een harde klap tegen de stenen balustrade terecht. het pistool glipte uit zijn doorweekte handschoen en viel met een doffe plons in het diepe, zwarte water van de turfvaart.

De terreinwagen kwam met piepende remmen tot stilstand, op luttele centimeters van de plek waar Lars lag. De bestuurdersdeur vloog open.

Het was Thomas. De kersverse echtgenoot van mijn dochter Lotte.

"Willem! Instappen! NU!" schreeuwde Thomas over het geluid van de draaiende motor heen.

Mijn hersenen begonnen weer te werken. Ik twijfelde geen seconde. Ik dook naar Lars toe, greep hem onder zijn armen en tilde hem met een kracht die ik niet meer voor mogelijk had gehouden op. De pijn in mijn neergeschoten schouder was onmenselijk, maar de adrenaline overschreeuwde alles.

Thomas sprong uit de wagen en hielp me om het roerloze lichaam van Lars op de achterbank te hijsen.

"Leeft hij nog?!" schreeuwde ik paniekerig.

Thomas voelde snel aan Lars' hals. "Hij heeft een hartslag! De kogel heeft zijn zij geraakt, hij is bewusteloos door bloedverlies en de klap!"

Karel krabbelde aan de andere kant van de brug overeind. Hij zocht wild op de grond naar zijn wapen, maar besefte snel dat het in de vaart lag. Met een brul van woede stormde hij op de terreinwagen af.

"WEG HIER!" schreeuwde ik.

Thomas dook achter het stuur, trapte het gaspedaal vol in en gooide de auto in zijn achteruit. De wagen schoot met spinnende wielen achteruit het zandpad op. Karel sprong naar de motorkap, maar gled uit over het natte metaal en viel hard op het wegdek. We zagen hem in de achteruitkijkspiegel overeind krabbelen, vloekend en gebarend, voordat hij opging in de duisternis van het bos.

Ik zat op de achterbank, het hoofd van mijn zoon op mijn schoot gedrukt. Ik klemde mijn handdoek op de wond in zijn zij.

"Volhouden, jongen," fluisterde ik, terwij de tranen nu onophoudelijk over mijn wangen stromen. "Alsjeblieft, Lars... volhouden. Pap is bij je."

"Waar is Ellen?!" vroeg Thomas, terwij hij de terreinwagen behendig door de kronkelige paadjes van het Mastbos manoeuvreerde richting de verharde weg.

"Ze... ze is ergens in het bos," zei ik met een hese stem. Ik keek achterom door de achterruit. Er was niets te zien behalve bomen en regen. "Laat haar maar. Ze heeft haar eigen keuzes gemaakt."

Thomas keek me via de binnenspiegel aan. Zijn gezicht stond strak, vol onbegrip en afschuw. "Lotte is bij mijn ouders, Willem. Ze is onroostbaar. De politie is ingelicht. Wat is hier in godsnaam aan de hand?! Wie was die man?!"

"Het is een lang verhaal, Thomas," zei ik moe. "Stuur naar het Amphia Ziekenhuis. Lars heeft snel medische hulp nodig."

Tien minuten later scheurden we het terrein van het Amphia Ziekenhuis in Breda op. De spoedeisende hulp lag er rustig bij op deze late uren. Binnen enkele seconden kwamen verpleegkundigen en een arts met een brancard naar buiten gesneld. Lars werd uit de auto getild en op de brancard gelegd.

"Hij heeft een schotwond in zijn abdomen!" riep de arts, terwijl ze hem snel onderzochten. "Bloeddruk is gevaarlijk laag! We moeten hem direct naar de OK brengen!"

Ze rolden de brancard met spoed door de automatische schuifdeuren. Ik wilde erachteraan rennen, maar een verpleegkundige hield me tegen.

"Meneer, u kunt niet mee! En u bent zelf ook gewond!" riep ze, wijzend naar mijn doorweekte, met bloed bevlekte schouder. "U heeft medische verzorging nodig!"

Ik voelde de krachten uit mijn benen wegsijpelen. De spanning van de afgelopen uren, het bloedverlies en de shock eisten hun tol. Mijn knieën begaven het en ik zakte in elkaar op de koude tegels van de ontvangsthal.

Thomas greep me op voordat ik met mijn hoofd de vloer raakte.

"Rustig aan, Willem," zei hij.

De verpleegkundigen tilden me op een rolstoel en reden me een behandelkamer binnen. Terwijl een dokter mijn jas openknipte en de schotwond in mijn schouder begon te verzorgen, voelde ik met mijn rechterhand in de binnenzak van mijn jas.

Het bandje was er nog.

Het kleine, zwarte cassettebandje dat het geheim van vijfentwintig jaar geleden bevatte. Het bandje waarvoor mijn broer was verdronken, waarvoor mijn zoon bijna was neergeschoten, en waarvoor mijn huwelijk verwoest was.

Ik klemde het stevig vast.

Na een uur van schoonmaken, hechten en een pijnlijk medisch onderzoek zat ik in een ziekenhuiskamer met mijn arm in een sling. Thomas zat op een stoel naast het bed. Hij had koffie gehaald, maar geen van ons had een slok genomen.

De deur van de behandelkamer ging open. Een rechercheur in burger kleding stapte binnen, vergezeld door een geüniformeerde agent. De rechercheur was een vrouw van rond de vijftig, met een strakke blik en een grijs pak.

"Meneer Verhoeven?" vroeg ze. "Ik ben Rechercheur De Jong van de politie Breda. We hebben een melding gekregen van een schietincident bij de Veilingkade en een ontvoering in het Mastbos. En uw schoonzoon heeft ons een heel opmerkelijk verhaal verteld over een opname op een bruiloft."

Ik keek haar aan. Ik wist dat het moment van de waarheid was aangebroken. Ik kon niet langer zwijgen.

"Rechercheur," zei ik met een schorre stem. Ik haalde de microcassette uit mijn zak en legde het op het nachtkastje. "Dit is het bewijsmateriaal. Hierop staat de bekentenis van de moord op mijn broer, Henk Verhoeven, vijftien jaar geleden."

Rechercheur De Jong keek naar het bandje en daarna naar mij. "En wie is de dader, meneer Verhoeven?"

Voordat ik kon antwoorden, ging de deur van de kamer opnieuw open. Een jongere agent stak zijn hoofd naar binnen.

"Rechercheur," zei de agent met een nerveuze stem. "We hebben zojuist een melding gekregen van een voorbijganger aan de Graaf Engelbertlaan. Er is een wagen uit het water getakeld bij de singel."

"En?" vroeg De Jong geïrriteerd.

"Er zat een vrouw in de wagen, rechercheur. Ze is overleden. We hebben haar rijbewijs gevonden. Het is Ellen Verhoeven."

Mijn adem stokte. Ellen. Mijn vrouw.

"Hoe is het gebeurd?" fluisterde ik, terwij de muur van de kamer om me heen leek in te storten.

"Het lijkt op een bewust ongeval, meneer," zei de agent zacht. "Ze is met hoge snelheid tegen de kade gereden en het diepe water in gegaan. Maar er is nog iets..."

"Wat?" vroeg Rechercheur De Jong.

"De remleidingen van haar auto waren doorgesneden."