Mijn moeder liet me na haar dood een sleutel achter…
News Story

Mijn moeder liet me na haar dood een sleutel achter…

1 weergaven

Wanneer ik mijn ogen opende, werd ik verwelkomd door het felle, verblindende licht van een operatiekamer. De geur van antiseptische middelen en chloor was zo sterk dat mijn neus ervan brandde. Mijn hoofd voelde zwaar, alsof het gevuld was met lood, en mijn ledematen reageerden nauwelijks op mijn opdrachten.

Ik was vastgeketend. Heavy lederen riemen klemden mijn polsen en enkels vast aan de randen van een roestvrijstalen operatietafel.

Boven mij hing een gigantische operatielamp. Aan mijn linkerzijde piepte een hartmonitor op een regelmatig, monotoon ritme.

"Ze is wakker," hoorde ik een stem zeggen.

Het was een van de dokters. Hij droeg een chirurgisch masker en een blauwe schort. Hij controleerde de vloeistofzak die aan het statief naast mijn bed hing.

"Verdoof haar niet te veel," zei de stem van Marcus van der Meer via een intercom aan de muur. "Het celmateriaal moet actief blijven tijdens de extractie. Een te hoge dosis narcose kan de stamcelkwaliteit aantasten."

Ik probeerde te spreken, maar mijn tong voelde dik en droog aan. "Waar... waar zijn Daniel en Elisabeth?" bracht ik er met moeite uit.

De dokter keek niet eens naar mij. Hij bereidde een reeks lange, holle naalden voor op een metalen blad. "Uw zorgen betreffen u niet meer, mevrouw Vermeer. Concentreert u zich op de ingreep."

Ik keek naar het plafond en probeerde de paniek die als een waanzinnige golf door mijn lichaam spoelde te onderdrukken. Ik moest helder denken. De verdoving maakte me suf, maar de adrenaline begon het chemische middel langzaam te verdrijven.

Ik voelde met mijn vingers aan de lederen riem om mijn rechterpols. De gesp was strak aangetrokken, maar de onderkant van de roestvrijstalen tafel had een scherpe, onafgewerkte rand waar het leder langs liep.

Terwijl de dokter zijn rug naar mij toe keerde om een grote injectiespuit te vullen, begon ik mijn pols met kleine, voorzichtige bewegingen op en neer te bewegen. Het scherpe metaal sneed langzaam in de zijkant van de lederen riem.

Piep... piep... piep...

De hartmonitor begon sneller te piepen.

"Rustig blijven," zei de dokter zonder om te kijken. "Uw hartslag stijgt. Dat is niet goed voor de bloeddruk."

In de hoek van de kamer ging de automatische schuifdeur open. Verschueren stapte binnen, gekleed in een medische overjas. Ze keek naar de monitor.

"Hoe lang duurt de eerste fase?" vroeg ze.

"Anderhalf uur voor de ruggenmergpunctie," antwoordde de arts. "Daarna beginnen we met de orgaanoogst."

"Zorg dat het snel gebeurt," zei Verschueren. "De politie op het hoofdbureau begint vragen te stellen over mijn afwezigheid. Ik kan dit niet eeuwig afdekken."

"Geen zorgen," zei de arts. hij pakte de eerste lange naald op. "We beginnen nu."

Hij liep naar de zijkant van mijn bed en boog zich over mij heen. Op dat exacte moment gaf de ingesneden lederen riem om mijn rechterpols mee. Het leer scheurde met een zacht geluid door.

Mijn rechterhand was vrij.

Zonder een seconde te twijfelen, greep ik met mijn vrije hand de zware glazen infuusfles van het statief naast me en sloeg deze met volle kracht tegen de zijkant van het hoofd van de dokter.

Het glas verbrijzelde met een luide knal. De arts kreet het uit van de pijn en stortte in elkaar op de vloer.

"Wat doe je?!" schreeuwde Verschueren.

Ze greep naar de intercom om alarm te slaan, maar ik reikte uit, greep de scherpe holle naald die van het metalen blad was gevallen, en sprong overeind terwijl ik met mijn linkerhand de overige riemen losrukte.

Ik zette de punt van de holle naald recht tegen de keel van Verschueren.

"Geen geluid maken," fluisterde ik razend. Mijn stem trilde, maar mijn hand was rotsvast. "Eén kik en ik druk deze naald door je halsslagader."

Verschueren verstijfde. De kleur trok volledig uit haar gezicht. "Laura... doe geen domme dingen..."

"Waar zijn Daniel en Elisabeth?" snauwde ik.

"In de kelder..." stamelde ze. "Verdieping -2... de beveiligingsruimte..."

"Je gaat me er nu naartoe brengen," zei ik. Ik trok het medische laken van het bed en wikkelde het om haar arm, terwijl ik de naald verborgen in haar zij duwde. "En als je iemand aanspreekt, is het voor jou voorbij."

We liepen de operatiekamer uit. De gangen van de ondergrondse laboratoriumafdeling waren stil en klinisch. Verschueren liep voorop, met mij vlak achter haar, de naald strak tegen haar ribben gedrukt.

We namen de goederenlift naar verdieping -2. De deuren openden zich in een donkere, vochtige kelder die sterk leek op de kelder onder het oude huis van mijn moeder.

Aan het einde van de gang was een zware metalen deur met een klein spionnetje.

Ik duwde Verschueren voor me uit. "Maak open."

Ze haalde een sleutelkaart uit haar zak en haalde deze door de lezer. De deur klikte open.

In de ruimte zaten Daniel en Elisabeth vastgebonden op twee stoelen. Daniel had een bloedende wond aan zijn voorhoofd, maar hij leefde. Elisabeth keek op, haar ogen wijd open van verbaasde hoop.

"Laura?!" riep Daniel uit.

"Snel, we moeten weg!" zei ik.

Maar voordat ik de touwen van Daniel kon lossnijden, klonk er een zwaar mechanisch geluid achter ons.

De zware metalen deur van de keldercel sloeg met een harde klap dicht.

En via de luidspreker aan het plafond klonk de lachende stem van Marcus van der Meer.

"Dacht je echt dat ik geen camera's in de lift had, Laura? Welkom in de isolatiecel. Het herbergt dezelfde luchtcirculatie als het laboratorium..."

Het geluid van een sissend gas vulde de kleine kelderruimte.