DEEL 8 — “DAG, DOCHTER”
Sanne bleef naar haar telefoon staren.
De verbinding was verbroken.
Maar de stem van haar vader bleef in haar hoofd rondspoken.
“Dag, dochter.”
Vijftien jaar lang had ze gedacht dat hij dood was.
Haar moeder was dood.
Haar vader was dood.
Joris was dood.
Dat was haar werkelijkheid geweest.
En nu bleek bijna alles een leugen.
“Waar is hij?” vroeg Sanne.
Niemand antwoordde.
Ze keek naar Hendrik.
“U zei dat mijn vader onder het gebouw zit.”
Hendrik knikte.
“Ja.”
“En u wist dit al die jaren?”
“Ik wist dat hij leefde.”
“Waarom hebt u het mij nooit verteld?”
“Omdat ik je vader een belofte heb gedaan.”
Sanne lachte bitter.
“Een belofte?”
“Hij zei dat je veiliger zou zijn als je niets wist.”
“Veiliger?”
Ze wees naar de chaos om hen heen.
“Mijn man werd vermoord. Mijn moeder werd vijftien jaar lang verborgen gehouden. Ik word beschoten door onbekende mensen en iedereen om mij heen liegt.”
Hendrik keek naar haar.
“Daarom moest je beschermd worden.”
“Door wie?”
Hendrik zweeg.
“Door mijn vader?”
“Onder andere.”
Sanne keek naar Elise.
“En jij?”
Elise veegde haar tranen weg.
“Ik probeerde je te beschermen.”
“Door mij te laten geloven dat je dood was?”
“Ja.”
“Door mij te laten geloven dat papa dood was?”
“Ja.”
“Door mij te laten geloven dat Joris een gewone man was?”
Elise antwoordde niet.
Sanne schudde haar hoofd.
“Ik weet niet meer wat echt is.”
Marieke legde een hand op haar schouder.
“Dan zoeken we het uit.”
Sanne keek haar aan.
“Hoe?”
Marieke wees naar het gebouw.
“Door naar beneden te gaan.”
Hendrik keek haar onmiddellijk aan.
“Dat is geen goed idee.”
“Waarom niet?”
“Omdat als Sannes vader daar is, hij verwacht dat we komen.”
Sanne antwoordde:
“Dan gaan we precies daarom.”
* * *
Tien minuten later stonden ze voor de ingang van het oude overheidsgebouw.
De deuren waren gesloten.
Marieke haalde een sleutelkaart tevoorschijn.
Sanne keek haar verbaasd aan.
“Waar heb je die vandaan?”
“Van Hendrik.”
Hendrik knikte.
“Er is een oude ondergrondse verdieping.”
“Hoeveel mensen weten daarvan?”
“Zeven.”
“En hoeveel van die zeven zijn nog in leven?”
Hendrik keek haar aan.
“Dat weet ik niet.”
Sanne slikte.
“Dan hebben we een probleem.”
Ze gingen naar binnen.
De lift werkte niet.
Marieke opende een verborgen deur achter de receptiebalie.
Daarachter zat een trap.
Ze daalden af.
Eén verdieping.
Twee.
Drie.
Vier.
De lucht werd steeds kouder.
Sanne voelde haar hartslag versnellen.
“Hoe diep gaat dit?”
Hendrik antwoordde:
“Zes verdiepingen.”
“Onder de grond?”
“Ja.”
“Wat zat hier vroeger?”
“Een geheime commandopost.”
Sanne keek naar hem.
“En waarom bestaat die nog?”
“Omdat niemand hem ooit officieel heeft gesloten.”
“Waarom?”
Hendrik antwoordde niet.
Beneden kwamen ze bij een metalen deur.
Op de deur stond hetzelfde symbool als op het kastje in Joris' oude huis.
De cirkel.
Drie lijnen.
Sanne haalde de USB-stick uit haar zak.
Het lampje erop begon plotseling te knipperen.
Marieke keek ernaar.
“Dat deed hij eerder niet.”
Sanne hield hem dichter bij de deur.
Het lampje bleef knipperen.
Hendrik zei:
“Stop.”
Sanne keek hem aan.
“Waarom?”
“Die deur is elektronisch beveiligd.”
“En?”
“Als de USB wordt herkend, kan het systeem een alarm activeren.”
Sanne keek naar de USB.
“Misschien wil Joris juist dat ik hem gebruik.”
Hendrik zuchtte.
“Misschien.”
Sanne stak de USB in een kleine aansluiting naast de deur.
Een piep.
Daarna een mechanische klik.
De deur ging open.
Aan de andere kant stond een donkere controlekamer.
Schermen.
Computers.
Archiefkasten.
En aan het einde van de ruimte…
een man.
Hij zat met zijn rug naar hen toe.
Sanne herkende zijn silhouet.
Ze kon nauwelijks ademen.
“Papa?”
De man draaide zich langzaam om.
Het was inderdaad haar vader.
Thomas de Vries.
Grijs haar.
Een litteken boven zijn wenkbrauw.
Maar zijn gezicht was nog precies hetzelfde als in haar herinneringen.
Sanne zette een stap naar voren.
“Papa…”
Hij keek haar aan.
Zijn ogen vulden zich met tranen.
“Je bent groot geworden.”
Sanne barstte in tranen uit.
“Jij bent dood!”
“Ik weet het.”
“Waarom?”
“Omdat ik moest verdwijnen.”
“Waarom?”
“Om jou te beschermen.”
Sanne schudde haar hoofd.
“Dat zeggen jullie allemaal.”
Thomas keek naar Elise.
“Ze heeft het verteld.”
Elise knikte.
“Niet alles.”
Thomas zuchtte.
“Dat moest ze ook niet.”
Sanne liep naar hem toe.
“Joris.”
Thomas keek haar aan.
“Wat met hem?”
“Hij zei dat hij niet dood is.”
Thomas zweeg.
Sanne voelde hoop opkomen.
“Is hij hier?”
Thomas keek naar een van de schermen.
“Hij is in leven.”
Sanne begon te huilen.
“Waar?”
Thomas wees naar een monitor.
Daarop verscheen een livebeeld.
Een donkere kamer.
Een stoel.
En Joris.
Hij zat vastgebonden.
Sanne sloeg haar hand voor haar mond.
“Joris!”
Op het scherm keek Joris recht in de camera.
Hij zag er vermoeid uit.
Maar hij leefde.
“Joris!”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Hij kan je niet horen.”
“Waar is hij?”
“Dat weten we niet.”
“Wat bedoel je?”
“Het beeld komt van een verborgen server.”
Sanne keek naar het scherm.
“Wie houdt hem vast?”
Thomas antwoordde:
“Dat is de vraag.”
Plotseling verscheen er een tweede beeld.
Een vrouw.
Ze stond achter Joris.
Sanne herkende haar.
“Marieke…”
Marieke verstijfde.
“Dat ben ik niet.”
Sanne keek naar het scherm.
De vrouw leek inderdaad op Marieke.
Maar er was iets anders.
Haar gezicht.
Haar haar.
Haar stem.
Ze zei:
“Jullie hebben nog tien minuten.”
Marieke keek naar Hendrik.
“Wie is zij?”
Hendrik werd bleek.
“Ik weet het.”
“Wie?”
Hij antwoordde:
“Mijn dochter.”
Sanne keek verbaasd.
“U hebt een dochter?”
“Niet meer.”
“Wat bedoelt u?”
Hendrik keek naar het scherm.
“Ze is vijftien jaar geleden gestorven.”
Sanne keek opnieuw.
“Maar ze staat daar.”
Hendrik zei niets.
De vrouw op het scherm glimlachte.
“Hallo, vader.”
Hendrik zette een stap achteruit.
“Dat kan niet.”
De vrouw keek recht in de camera.
“Je hebt me begraven.”
Hendrik fluisterde:
“Anna…”
Sanne keek naar hem.
“Wie is Anna?”
“Mijn dochter.”
“Hoe is ze gestorven?”
“Tijdens Nachtval.”
Sanne voelde haar maag samenknijpen.
“Dus er waren niet zeventien slachtoffers.”
Thomas keek haar aan.
“Wat bedoel je?”
“Er waren achttien.”
Iedereen zweeg.
Thomas liep naar een archiefkast.
Hij haalde een oud dossier tevoorschijn.
Op de voorkant stond:
NACHTVAL — 18 SLACHTOFFERS.
Sanne keek naar de map.
“Waarom stond Anna niet op de lijst?”
Thomas antwoordde:
“Omdat ze nooit is gestorven.”
Hendrik keek hem woedend aan.
“Dat is onmogelijk.”
Thomas keek naar hem.
“Je hebt haar zelf geholpen verdwijnen.”
Hendrik schudde zijn hoofd.
“Nee.”
Thomas zei:
“Jawel.”
Marieke keek naar Sanne.
“Dan is zij degene die achter alles zit.”
Thomas knikte.
“Waarschijnlijk.”
Sanne keek naar het scherm.
“Waarom houdt ze Joris vast?”
Thomas antwoordde:
“Omdat Joris haar identiteit ontdekte.”
“En waarom wil ze mij?”
“Niet jou.”
Thomas wees naar de USB.
“Dat.”
Sanne keek naar de USB-stick.
“Waarom?”
“Omdat daarop de oorspronkelijke gegevens van Nachtval staan.”
Sanne keek naar hem.
“Wat staat daarin?”
Thomas keek haar aan.
“De echte lijst.”
“Van de slachtoffers?”
“Van de mensen die de operatie hebben bevolen.”
Sanne begreep het.
“En als die lijst openbaar wordt…”
“Dan vallen mensen die al vijftien jaar macht hebben.”
Op het scherm verscheen Anna opnieuw.
“Jullie tijd is bijna voorbij.”
Hendrik stapte naar voren.
“Wat wil je?”
Anna glimlachte.
“Alexander.”
Sanne keek naar Thomas.
“Ze wil Alexander.”
Thomas knikte.
“Ja.”
“Waarom?”
“Omdat Alexander de enige persoon is die weet waar haar broer is.”
Sanne fronste.
“Haar broer?”
Thomas keek haar aan.
“Ja.”
“Wie?”
Hij antwoordde:
“Joris.”
Sanne verstijfde.
“Wat?”
Thomas wees naar het scherm.
“Joris is haar broer.”
De kamer werd stil.
Sanne keek naar het scherm.
Naar Joris.
Naar Anna.
Toen naar Elise.
“Mijn moeder wist dit.”
Elise sloot haar ogen.
“Ja.”
Sanne voelde haar woede oplaaien.
“Joris is dus niet alleen mijn man.”
Thomas keek haar aan.
“Hij is de zoon van Elise.”
Sanne keek naar haar moeder.
“En mijn broer?”
Elise schudde onmiddellijk haar hoofd.
“Nee.”
“Wat?”
“Joris is niet jouw broer.”
Sanne keek verward.
“Maar je zei dat hij jouw zoon was.”
Elise antwoordde:
“Joris is mijn zoon.”
Ze keek naar Thomas.
“Maar hij is niet jouw broer.”
Sanne begreep het niet.
“Waarom?”
Elise fluisterde:
“Omdat Joris jouw biologische broer niet is.”
Sanne voelde haar hoofd tollen.
“Wat ben ik dan?”
Elise keek haar recht aan.
“Je bent mijn dochter.”
“Dat weet ik.”
“En Joris…”
Ze aarzelde.
“Joris is de zoon van mijn zus.”
Sanne staarde haar aan.
“Dus hij is…”
Elise knikte.
“Je neef.”
Sanne kon nauwelijks ademhalen.
“Maar waarom heeft iedereen altijd gezegd dat…”
Een alarm begon te loeien.
Rood licht vulde de kamer.
Thomas keek naar de schermen.
“Ze hebben ons gevonden.”
Op alle monitoren verscheen hetzelfde gezicht.
Anna.
Ze glimlachte.
“Jullie hebben de waarheid gevonden.”
Daarna veranderde het beeld.
Een timer verscheen.
00:59
00:58
00:57
Sanne keek naar haar vader.
“Wat gebeurt er als de timer nul bereikt?”
Thomas keek haar aan.
“Dan wordt de volledige lijst automatisch naar de media gestuurd.”
Sanne voelde hoop.
“Dat is toch goed?”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Nee.”
“Waarom niet?”
“Omdat de lijst vervalst is.”
Sanne verstijfde.
“Wat?”
“Als die lijst wordt gepubliceerd, zullen tientallen onschuldige mensen worden beschuldigd.”
“Wie heeft hem vervalst?”
Thomas keek naar Anna op het scherm.
“Zij.”
Sanne keek naar de timer.
00:41
Toen verscheen er een laatste bericht op het scherm.
“Sanne, jij kunt de timer stoppen.”
Daaronder:
“Maar alleen als je de USB in de hoofdserver steekt.”
Marieke keek naar Thomas.
“Dat is een val.”
Thomas knikte.
“Ja.”
Sanne keek naar de USB in haar hand.
Toen naar Joris op het scherm.
Hij keek rechtstreeks naar haar.
En hoewel hij haar niet kon horen, leek hij één woord te zeggen.
“Niet.”
Sanne begreep het.
Joris probeerde haar te waarschuwen.
Ze mocht de USB niet aansluiten.
Maar de timer stond inmiddels op:
00:27
En toen verscheen er een tweede bericht.
“Als je weigert, sterft Joris.”






