DEEL 3 — “HET HUIS WAAR JORIS NOOIT OVER SPRAK”
Sanne staarde naar haar telefoonscherm.
“Je hebt nog 47 minuten.”
Daaronder stond haar eigen adres.
“Als je niet thuiskomt, sterft iemand die je liefhebt.”
Ze voelde haar vingers koud worden.
“Wie is dat?” fluisterde ze.
Marieke stond naast haar en keek naar het scherm.
“Niet antwoorden.”
“Waarom niet?”
“Omdat ze willen weten of je bang bent.”
Sanne keek haar aan.
“Ze hebben net op een generaal geschoten. Denk je werkelijk dat ik niet bang ben?”
Marieke zweeg.
Op het plein heerste chaos.
Soldaten renden door elkaar.
Gewonde generaal Hendrik werd door twee militairen naar binnen gebracht.
De officier die op hem had geschoten was verdwenen.
En ergens in het gebouw zat iemand die wist wat er op Sannes telefoon stond.
“Waar is het huis van Joris?” vroeg Sanne.
Marieke keek haar strak aan.
“Dat weet ik.”
“Breng me erheen.”
“Nee.”
“Waarom niet?”
“Omdat als zij willen dat je naar dat huis gaat, er waarschijnlijk een reden is.”
“Precies.”
Sanne stopte de USB-stick in haar jaszak.
“Daarom ga ik.”
Marieke pakte haar arm.
“Je begrijpt het niet. Joris vertrouwde dat huis niet.”
“Maar de generaal zei dat ik daarheen moest.”
“De generaal heeft misschien gelijk.”
“Misschien?”
Marieke keek naar de plek waar Hendrik was verdwenen.
“Of hij heeft je daarheen gestuurd omdat hij wist dat iemand op ons wacht.”
Sanne trok haar arm los.
“Dan heb ik geen andere keuze.”
Marieke keek haar een paar seconden aan.
Toen knikte ze.
“Goed.”
“Je gaat mee?”
“Ja.”
“Waarom?”
Marieke keek naar de USB-stick.
“Omdat Joris mij ooit zei dat als hij zou sterven, jij op een dag naar dat huis zou gaan.”
Sanne verstijfde.
“Hij heeft jou dat verteld?”
“Ja.”
“Wanneer?”
“Drie weken voordat hij stierf.”
“En waarom heb je dat nooit gezegd?”
“Omdat hij me liet beloven dat ik niets zou zeggen zolang jij veilig was.”
Sanne lachte bitter.
“Veilig?”
Ze keek naar de kogelgaten in de auto.
“Dat woord betekent vandaag niets meer.”
* * *
Tien minuten later verlieten Sanne en Marieke de kazerne via een kleine zijpoort.
Een chauffeur bracht hen naar een donkere dienstauto.
Sanne keek voortdurend achterom.
“Worden we gevolgd?”
Marieke keek in de zijspiegel.
“Waarschijnlijk.”
“Waarschijnlijk?”
“Je moet ervan uitgaan dat we gevolgd worden.”
De auto reed Den Haag uit.
De straten werden rustiger.
Sanne keek naar de USB-stick in haar hand.
“Wat kan hier zo belangrijk aan zijn?”
Marieke antwoordde niet.
“Marieke.”
“Ja?”
“Wat deed Joris precies voor de speciale eenheid?”
Marieke bleef een tijdje stil.
“Hij verzamelde informatie.”
“Spionage?”
“Niet precies.”
“Wat dan?”
“Hij ontdekte wie binnen de overheid informatie doorspeelde.”
Sanne keek haar aan.
“Dus hij onderzocht zijn eigen mensen?”
“Ja.”
“En daarom werd hij vermoord?”
“Dat is wat hij dacht.”
“Wat bedoel je?”
Marieke keek naar buiten.
“Joris ontdekte iets dat veel groter was.”
Sanne voelde opnieuw een koude rilling.
“Wat?”
“Hij ontdekte dat sommige geheime militaire documenten niet alleen aan buitenlandse organisaties werden verkocht.”
“Maar aan wie dan?”
Marieke keek haar aan.
“Aan mensen binnen Nederland.”
Sanne zweeg.
“Politici?”
“Misschien.”
“Militairen?”
“Zeker.”
“Bedrijven?”
“Ook.”
Sanne kneep haar ogen samen.
“Dus iedereen kan erbij betrokken zijn.”
“Niet iedereen.”
“Wie dan?”
Marieke antwoordde zacht:
“De mensen die genoeg geld hebben om een land van binnenuit te kopen.”
De auto reed verder.
Na ongeveer twintig minuten stopte de chauffeur.
“Hier.”
Sanne keek uit het raam.
Er stond een oud vrijstaand huis aan het einde van een smalle weg.
Geen straatverlichting.
Geen buren.
Geen auto's.
Het huis zag eruit alsof niemand er jarenlang had gewoond.
“Dit is het?”
Marieke knikte.
“Ja.”
Sanne stapte uit.
Ze keek naar de voordeur.
“Waarom heb ik hier nooit van gehoord?”
“Omdat Joris er nooit over sprak.”
“Van wie was het?”
Marieke antwoordde:
“Van zijn vader.”
Sanne keek haar verbaasd aan.
“Zijn vader is toch overleden toen Joris twintig was?”
“Dat dacht ik ook.”
“Wat bedoel je?”
Marieke keek naar het huis.
“Joris vertelde me ooit dat zijn vader niet overleden was.”
Sanne voelde haar hart sneller kloppen.
“Maar hij zei tegen mij dat zijn vader gestorven was.”
“Dan heeft hij tegen jou gelogen.”
“Waarom?”
Marieke keek haar aan.
“Omdat zijn vader degene was die hem leerde hoe hij moest verdwijnen.”
Sanne liep langzaam naar de voordeur.
De deur stond op een kier.
Ze stopte.
“Hij is open.”
Marieke trok haar wapen.
Sanne keek verbaasd.
“Je hebt een wapen?”
“Ik ben de vrouw van een generaal.”
“Dat is geen antwoord.”
“Het is het enige antwoord dat je nu nodig hebt.”
Samen gingen ze naar binnen.
De hal was donker.
Er hing een vreemde geur.
Sanne keek rond.
Op de muur hingen oude foto's.
Ze liep dichterbij.
Op een van de foto's stond een jonge Joris.
Hij was misschien negentien.
Naast hem stond een man.
Sanne herkende hem onmiddellijk.
Ze draaide zich om.
“Marieke…”
“Wat?”
“Die man.”
Marieke keek naar de foto.
Haar gezicht veranderde.
“Dat kan niet.”
“Wie is hij?”
Marieke kwam dichterbij.
“Victor.”
Sanne voelde haar maag samenknijpen.
“Dus Victor kende Joris al voordat ik hem ontmoette.”
“Ja.”
“Wie was hij?”
Marieke antwoordde niet.
Sanne wees naar de foto.
“Wie is hij?”
“Joris' beste vriend.”
Sanne keek haar aan.
“Beste vriend?”
“Ze waren samen in dezelfde opleiding.”
“En later?”
“Later werden ze rivalen.”
“Waarom?”
Marieke keek naar de grond.
“Omdat Victor vond dat Joris hem had verraden.”
“Waarover?”
“Een operatie.”
Sanne voelde dat er iets niet klopte.
“Welke operatie?”
Marieke schudde haar hoofd.
“Ik weet het niet.”
“Je liegt.”
“Nee.”
“Je weet meer.”
Marieke keek haar aan.
“Ik weet alleen dat er vijftien jaar geleden een operatie misging.”
“En?”
“Zeventien mensen stierven.”
Sanne hield haar adem in.
“En Joris?”
“Hij was een van de drie overlevenden.”
Plotseling hoorden ze boven een geluid.
Een voetstap.
Sanne en Marieke keken naar elkaar.
Nog een voetstap.
Daarna stilte.
Marieke fluisterde:
“Blijf achter mij.”
Ze liepen langzaam naar de trap.
Boven stond een deur open.
Een zacht licht scheen uit de kamer.
Sanne fluisterde:
“Er is iemand.”
Marieke knikte.
Ze liep naar voren.
Maar voordat ze de kamer binnen konden gaan, ging het licht uit.
“Wie is daar?” riep Marieke.
Geen antwoord.
Sanne zag iets op de vloer.
Een foto.
Ze bukte zich.
Op de foto stonden drie jonge mannen.
Joris.
Victor.
En…
Sanne verstijfde.
De derde man was generaal Hendrik van der Meer.
Maar dat was onmogelijk.
Op de achterkant van de foto stond een datum.
17 juni 2011.
Sanne keek naar Marieke.
“Waarom stond jouw man vijftien jaar geleden naast Joris?”
Marieke antwoordde:
“Omdat Hendrik niet alleen Joris' commandant was.”
“Wat was hij dan?”
Marieke slikte.
“Hij was degene die Joris heeft gerekruteerd.”
Sanne keek opnieuw naar de foto.
Toen zag ze iets op de achtergrond.
Een vierde persoon.
Het gezicht was half verborgen.
Maar ze kende dat gezicht.
Ze had het honderden keren gezien.
Aan de muur.
Op foto's.
In haar eigen huis.
Sanne liet de foto bijna vallen.
“Nee…”
Marieke keek haar aan.
“Wat?”
Sanne wees naar de achtergrond.
“Dat is mijn vader.”
Marieke verstijfde.
“Je vader?”
Sanne knikte langzaam.
“Mijn vader.”
“Maar je zei dat hij…”
“Dood was.”
De kamer werd doodstil.
Sanne voelde tranen in haar ogen.
“Mijn vader stierf toen ik twaalf was.”
Marieke keek naar de foto.
“Dan is dit onmogelijk.”
Achter hen klonk plotseling een stem.
“Niet onmogelijk.”
Sanne draaide zich om.
Een man stond onderaan de trap.
Oud.
Grijs haar.
Een donkere jas.
En een gezicht dat Sanne jarenlang alleen uit haar herinneringen kende.
Ze liet de foto uit haar handen vallen.
“Papa?”
De man keek haar aan.
“Hallo, Sanne.”
Marieke hief onmiddellijk haar wapen.
De man glimlachte.
“Laat dat zakken.”
“Wie ben jij?” vroeg Marieke.
Hij keek alleen naar Sanne.
“Je hebt dezelfde ogen als je moeder.”
Sanne kon nauwelijks ademen.
“Mijn moeder zei dat je dood was.”
“Dat was de bedoeling.”
“Waarom?”
De man keek naar de USB-stick.
“Omdat ik degene ben die ervoor heeft gezorgd dat Joris je nooit de waarheid kon vertellen.”
Sanne voelde haar wereld instorten.
“Jij…”
Hij deed een stap naar voren.
“Joris heeft geprobeerd mij te stoppen.”
“Heb jij hem vermoord?”
De man zweeg.
Sanne schreeuwde:
“HEB JIJ MIJN MAN VERMOORD?”
De man keek haar recht aan.
“Nee.”
Hij wees naar de USB-stick.
“Maar ik weet wie het heeft gedaan.”
Sanne hield haar adem in.
“Wie?”
Haar vader keek naar de deur achter haar.
“De persoon die jou vanavond naar dit huis heeft gestuurd.”
Op dat moment sloeg de voordeur beneden dicht.
Een geluid van meerdere voetstappen klonk door het huis.
Marieke keek naar de trap.
“Hoeveel mensen?”
Sannes vader antwoordde kalm:
“Genoeg.”
Daarna keek hij naar zijn dochter.
“En Sanne…”
“Wat?”
“Als je wilt weten waarom Joris moest sterven…”
Hij wees naar de kelderdeur.
“…dan moet je eerst ontdekken wat hij daar vijftien jaar geleden heeft begraven.”
Sanne keek naar de kelder.
Toen klonk er van beneden een harde klap.
De deur begon langzaam open te gaan.
En iemand fluisterde vanuit het donker:
“Joris had gelijk.”
“Je had nooit hierheen mogen komen.”






