DEEL 2 — “VERTROUW JE DE DOOD OF DE LEVENDEN?”
Sanne staarde naar generaal Hendrik van der Meer.
“Dan moet je nu beslissen: vertrouw je mij… of vertrouw je de man die niet meer leeft?”
Zijn woorden bleven tussen hen in hangen.
Sanne voelde haar hart bonzen.
Ze keek naar de USB-stick in haar hand.
Daarna naar de generaal.
En uiteindelijk naar de vrouw in de witte jurk.
De vrouw die volgens Joris de enige persoon was die ze wél mocht vertrouwen.
Maar hoe kon Sanne iemand vertrouwen die ze nauwelijks kende?
“Mijn man is dood,” zei ze zacht.
De generaal knikte.
“Dat weet ik.”
“Dus als u wilt dat ik u vertrouw, moet u mij eerst vertellen waarom hij stierf.”
De generaal keek om zich heen.
De militairen stonden nog steeds verspreid over het plein.
Niemand bewoog.
“Niet hier.”
“Waarom niet?”
“Omdat we niet weten wie er luistert.”
Sanne lachte bitter.
“U hebt honderden militairen om u heen.”
“En toch weet ik niet hoeveel van hen bij dit complot betrokken zijn.”
De vrouw in het wit greep Sanne opnieuw bij haar arm.
“Kom mee.”
De generaal keek haar scherp aan.
“Marieke, blijf bij mij.”
De vrouw schudde haar hoofd.
“Niet deze keer, Hendrik.”
Sanne keek tussen hen heen en weer.
“Jullie kennen elkaar.”
Marieke antwoordde:
“Ik ben zijn vrouw.”
“Dat bedoel ik niet.”
Er viel een korte stilte.
Marieke keek naar haar echtgenoot.
“Ik weet al zes maanden dat Joris werd gevolgd.”
Sanne verstijfde.
“Zes maanden?”
“Ja.”
“Waarom heb je mij nooit gewaarschuwd?”
“Omdat ik dacht dat ik daarmee jouw leven zou vernietigen.”
Sanne voelde woede opkomen.
“Mijn man werd vermoord en jij wist dat hij gevaar liep?”
Marieke sloeg haar ogen neer.
“Hij heeft me gesmeekt om niets te zeggen.”
“Waarom?”
“Omdat hij wist dat iemand binnen de kazerne mijn telefoon controleerde.”
Op dat moment kwam een jonge officier naar hen toe.
“Generaal, we moeten mevrouw De Vries onmiddellijk naar een veilige ruimte brengen.”
De generaal keek hem aan.
“Wie heeft dat bevolen?”
“Uzelf.”
“Ik heb dat niet bevolen.”
De officier werd bleek.
Sanne keek naar Marieke.
Marieke fluisterde:
“Daarom kun je niemand vertrouwen.”
De officier deed plotseling een stap naar voren.
Zijn hand ging richting zijn jas.
Maar voordat hij iets kon doen, trok de generaal zijn wapen.
“Handen omhoog!”
Iedereen bevroor.
De officier hief langzaam zijn handen.
“Ik wilde alleen mijn telefoon pakken.”
“Laat hem vallen.”
De telefoon viel op de grond.
Een seconde later begon hij te trillen.
Een bericht verscheen op het scherm.
De generaal keek ernaar.
Zijn gezicht veranderde.
Sanne zag het.
“Wat staat erop?”
De generaal antwoordde niet.
Marieke bukte zich en pakte de telefoon.
Ze las het bericht.
Daarna keek ze Sanne aan.
“Ze weten dat je hier bent.”
“Wie?”
Marieke slikte.
“De mensen die Joris hebben vermoord.”
Sanne voelde een koude rilling over haar rug.
“Hoe weten ze dat?”
“De USB.”
Sanne keek naar het apparaat in haar hand.
“Ik heb hem niet eens geopend.”
Marieke keek haar ernstig aan.
“Dat hoeft ook niet.”
“Wat bedoel je?”
“Joris heeft hem zo gemaakt dat hij een signaal verstuurt zodra hij wordt aangesloten op een computer.”
Sanne keek naar de USB.
“Maar ik heb hem helemaal niet aangesloten.”
Marieke schudde haar hoofd.
“Je telefoon.”
Sanne haalde haar telefoon tevoorschijn.
Het scherm stond nog open.
De video van Joris was verdwenen.
Niet gepauzeerd.
Verdwenen.
Sanne scrolde door haar bestanden.
“Waar is de video?”
Marieke keek naar het scherm.
“Hij heeft zichzelf verwijderd.”
“Waarom?”
“Om ervoor te zorgen dat niemand anders hem kon bekijken.”
Sanne voelde haar handen trillen.
“Maar waarom heeft Joris mij dan die video gestuurd?”
Marieke keek haar recht aan.
“Omdat hij wist dat jij de enige persoon was die hij nog kon vertrouwen.”
Sanne dacht aan haar achtjarige huwelijk.
Aan de avonden waarop Joris thuiskwam en zei dat hij gewoon moe was.
Aan de telefoontjes die hij altijd buiten de deur aannam.
Aan de keren dat hij midden in de nacht wakker werd en naar het raam staarde.
Ze had gedacht dat het stress was.
Nu begreep ze dat hij bang was.
Plotseling klonk er een harde metalen klap.
De poort van de kazerne bewoog.
Een soldaat rende naar hen toe.
“Generaal!”
“Wat?”
“De stroomvoorziening aan de oostkant is uitgevallen.”
De generaal keek onmiddellijk naar Marieke.
“Dat is onmogelijk.”
“Waarom?”
“Omdat de noodgenerator automatisch moet inschakelen.”
“En?”
“Hij is handmatig uitgeschakeld.”
Sanne keek naar het donkere gebouw.
“Dus iemand binnen helpt hen.”
De generaal knikte langzaam.
“Ja.”
Een tweede schot klonk.
Dit keer veel dichterbij.
Een soldaat viel op de grond.
Paniek brak uit.
“Dek jullie!”
Militairen trokken hun wapens.
Sanne werd door Marieke achter een betonnen pilaar getrokken.
“Blijf laag!”
“Waar komt het vandaan?”
“Derde verdieping.”
Sanne keek omhoog.
Hetzelfde raam.
De schaduw was terug.
Ze zag iemand achter het glas.
En deze keer zag ze het gezicht.
Sanne hield haar adem in.
“Nee…”
Marieke keek haar aan.
“Wat?”
“Die man.”
“Ken je hem?”
Sanne knikte langzaam.
“Hij was bij de begrafenis.”
Marieke verstijfde.
“Wie?”
“Hij stond achteraan. Helemaal alleen.”
“Wat deed hij?”
“Ik dacht dat hij een vriend van Joris was.”
Marieke keek naar de generaal.
“Hendrik…”
Maar de generaal keek al naar het raam.
“Wie is hij?”
Sanne antwoordde:
“Joris noemde hem ooit.”
De generaal draaide zich om.
“Hoe heette hij?”
Sanne probeerde zich de woorden van haar man te herinneren.
Toen schoot het haar te binnen.
“Victor.”
Het gezicht van de generaal werd lijkbleek.
“Victor wat?”
Sanne keek hem aan.
“Joris zei maar één ding over hem.”
“Wat?”
“Dat ik nooit mocht vragen wie Victor was.”
De generaal deed een stap achteruit.
Marieke fluisterde:
“Hij is terug.”
“Wie is Victor?” vroeg Sanne.
Niemand antwoordde.
Toen pakte de generaal haar bij de schouder.
“Luister goed.”
Zijn stem was nu anders.
Niet langer die van een bevelhebber.
Maar van een man die bang was.
“Als Victor hier is, betekent dat dat hij niet alleen achter Joris aanzat.”
“Wat betekent dat?”
“Hij komt voor jou.”
Sanne keek hem recht aan.
“Waarom?”
De generaal wees naar de USB-stick.
“Omdat daarin niet staat wat jij denkt.”
“Wat staat erin?”
De generaal aarzelde.
“Een lijst.”
“Welke lijst?”
“Alle namen.”
“Van wie?”
De generaal keek naar de kazerne.
“Van iedereen die betrokken is bij de verkoop van militaire geheimen.”
Sanne voelde haar maag samenknijpen.
“En staat uw naam erop?”
De generaal zei niets.
Marieke keek naar haar man.
Sanne begreep het antwoord.
“Uw naam staat erop.”
“Niet zoals jij denkt.”
“Dan vertel het me!”
De generaal keek haar aan.
“Mijn naam staat op die lijst omdat ik degene was die het onderzoek begon.”
Sanne zweeg.
Toen klonk er achter hen een stem.
“Dat is niet helemaal waar.”
Iedereen draaide zich om.
De jonge officier die eerder zijn telefoon had laten vallen stond daar.
Hij had zijn handen niet langer omhoog.
In zijn hand hield hij een pistool.
Hij richtte het rechtstreeks op Sanne.
“Geef mij de USB.”
De generaal richtte zijn wapen.
“Laat haar gaan.”
De officier glimlachte.
“U hebt nog steeds niets geleerd, generaal.”
Marieke fluisterde:
“Hendrik…”
De officier keek naar Sanne.
“Joris heeft je verteld dat je niemand mocht vertrouwen.”
Sanne keek hem aan.
“Hoe weet jij wat Joris mij heeft verteld?”
De glimlach verdween van zijn gezicht.
“Dat is precies het probleem.”
Hij haalde de trekker over.
Maar op hetzelfde moment sprong de generaal voor Sanne.
Het schot klonk over het plein.
En Sanne hoorde Marieke schreeuwen.
“HENDRIK!”
De generaal zakte op zijn knieën.
Bloed verspreidde zich over zijn uniform.
Sanne staarde geschokt naar hem.
Toen keek ze naar de officier.
Maar de man was verdwenen.
Sanne rende naar de generaal.
“U bent geraakt!”
De generaal greep haar hand.
Zijn ademhaling was zwaar.
“Luister…”
Sanne boog zich naar hem toe.
“Wat?”
“De USB…”
“Wat ermee?”
“Open hem…”
Hij hoestte.
“…maar niet op een computer.”
Sanne keek hem verward aan.
“Waar dan?”
De generaal kneep zijn ogen dicht.
“Bij het huis…”
“Welk huis?”
Hij fluisterde slechts drie woorden:
“Joris' eerste huis.”
Daarna viel hij stil.
Sanne keek naar Marieke.
“Wat bedoelt hij?”
Marieke was lijkbleek.
Ze fluisterde:
“Ik weet waar hij bedoelt.”
Sanne keek haar aan.
“Waar?”
Marieke keek naar de gesloten poorten.
“Het huis waar Joris woonde voordat hij jou ontmoette.”
Sanne fronste.
“Maar Joris zei altijd dat hij nooit ergens anders had gewoond.”
Marieke keek haar recht aan.
“Dat was een leugen.”
Op dat moment trilde Sannes telefoon opnieuw.
Een onbekend nummer.
Eén bericht.
“Je hebt nog 47 minuten.”
Daaronder stond een adres.
En Sanne herkende het onmiddellijk.
Het was haar eigen adres.
Daarna kwam een tweede bericht.
“Als je niet thuiskomt, sterft iemand die je liefhebt.”






