De Laatste Omhelzing op Schiphol
News Story

De Laatste Omhelzing op Schiphol

30 weergaven

De stuurloze sleepboot dreef langzaam het verlichte sluizencomplex van IJmuiden binnen. De reusachtige betonnen muren rezen tientallen meters boven ons op, doordrenkt met groen mos en spattend schuim. De hoge schijnwerpers van de sluis verlichtten ons schip alsof we op een podium stonden.

Boven op de kademuren stonden tientallen zwaar bewapende manschappen van de Marechaussee. Hun lasersights projecteerden kleine, rode stipjes op de houten wanden van de stuurhut.

"Sleepboot De Onderneming," sprak een zware stem door een krachtige geluidsinstallatie. "U bent binnengevaren in een gesloten militaire zone. Houd uw handen in het zicht en betreed het dek één voor één. Elk vertoon van weerstand zal worden beantwoorden met dodelijk geweld."

I k keek naar Willem. De oude man zag er moe uit. Zijn schouders hingen laag, en de spanning van de afgelopen uren had diepe groeven in zijn gezicht getrokken. Maar zijn ogen bleven helder.

"Het is tijd, Sofia," zei Willem zacht. He pakte het lederen dossier dat op de kaartentafel lag en stopte de zilveren USB-stick in de binnenzak van de gele regenjas van Emma. "Admiraal De Jong staat daarboven. Ik zie zijn dienstwagen."

"Ben je er zeker van dat hij te vertrouwen is?" fluisterde ik, terwijl ik de hand van Emma vastpakte.

"Als hij niet te vertrouwen is," antwoordde Willem, "dan is er in dit hele land niemand meer te vertrouwen."

We klommen langzaam de steile ijzeren trap van de sluismuur op. De ijskoude wind van de Noordzee sloeg me direct in het gezicht. Mijn blote voeten waren gevoelloos geworden door de kou en de snijwonden van de scherven. Emma stapte dapper naast me, het plastic beertje weer strak in haar hand geklemd.

Bovenaan de trap werden we opgevangen door vier Marechaussees in tactische vesten. Ze wezen hun wapens niet rechtstreeks op ons, maar hun houding was uiterst waakzaam. Een lange man in een donkerblauw marine-uniform met gouden strepen op zijn schouderstukken stapte naar voren. He had een strak geschoren gezicht en een doordringende blik.

Admiraal De Jong.

"Willem..." zei de admiraal met een diepe, lage stem. He keek naar de oude man, daarna naar mij, en ten slotte naar de kleine Emma. "Je hebt de halve beveiligingsketen van Schiphol op zijn kop gezet."

"Er was geen andere manier, Karel," antwoordde Willem standvastig. "Van der Meer heeft het netwerk tot in het ministerie opgebouwd. Als ik dit via de normale weg had ingediend, was ik samen met mijn kleindochter verdwenen, net zoals Joris twaalf jaar geleden."

Admiraal De Jong zweeg een moment. He keek naar de lederen map die ik onder mijn arm geklemd hield.

"Staatssecretaris Van der Meer heeft net persoonlijk gebeld," zei de admiraal langzaam. "He eist uw directe overdracht aan zijn persoonlijke beveiligingsteam op grond van de Wet op de Staatsveiligheid."

Mijn hart kromp ineen. "Dat kunt u niet doen! Van der Meer is degene die het plutonium heeft gesmokkeld! He heeft Joris vermoord! Richard—mijn manager op Schiphol—werkte in zijn opdracht!"

De admiraal stak zijn hand op om me te onderbreken. "Sofia, ik weet precies wie Richard is. En ik weet precies wat er twaalf jaar geleden is gebeurd op vlucht KL691."

He draaide zich om en wees naar een grote militaire commandowagen die achter de pantserwagens geparkeerd stond.

"In die wagen zit de procureur-generaal van het Openbaar Ministerie," zei De Jong. "We wachten al drie jaar op een sluitend bewijsstuk om Van der Meer vast te spijkeren. De documenten in die kluis in de Cacaohaven waren de missing link. Maar we hadden de originele encryptiesleutel van de vluchtcomputers nodig."

Emma stapte naar voren. Ze reikte in de zak van haar gele jasje en haalde de zilveren USB-stick tevoorschijn.

"Opa zei dat deze op de computer van de admiraal moet," zei het meisje met een verrassend vaste stem.

Admiraal De Jong boog zich door zijn knieën tot hij op ooghoogte met Emma was. Er verscheen een zachte, bijna vaderlijke blik op zijn verder zo strenge gezicht. He nam het kleine zilveren staafje heel voorzichtig over uit haar handjes.

"Je bent een heel moedig meisje, Emma," zei hij zacht. "Je vader zou ongelooflijk trots op je zijn."

Op dat moment klonk het gieren van banden. Drie zwarte overheids-sedans kwamen met hoge snelheid de sluiskade op gereden. De deuren vlogen open en Van der Meer stapte uit. Zijn dure jas was besmeurd met zwarte cacao-olie, zijn haren zaten in de war en zijn gezicht was vertrokken van absolute razernij.

"De Jong!" schreeuwde Van der Meer, terwijl he met gezwollen aderen op de admiraal afstapte. "Draag die arrestanten direct aan mij over! Dit is een bevel van het Kabinet!"

Admiraal De Jong stond langzaam op. He rechtte zijn rug en keek de staatssecretaris ijskoud aan.

"U heeft hier geen jurisdictie meer, Hendrik," zei de admiraal rustig.

"Wat zeg je daar?!" briesde Van der Meer. "Ik ben de staatssecretaris van Veiligheid!"

"Niet meer," zei een nieuwe stem.

Uit de militaire commandowagen stapte een oudere dame in een discreet grijs mantelpak. Het was de procureur-generaal. Ze hield een getekend document omhoog.

"Hendrik van der Meer," zei ze met een snijdende stem. "Op last van het Parket-Generaal bent u geschorst uit uw functie en aangehouden op verdenking van hoogverraad, meervoudige moord en het smokkelen van radioactieve materialen."

Van der Meer deinsde een stap achteruit. His ogen vlogen wild in het rond, van de Marechaussees naar mij, naar Willem, en ten slotte naar de zilveren USB-stick in de hand van de admiraal.

"Dit is een valstrik..." stamelde hij. "Jullie hebben geen enkel bewijs!"

"We hebben meer dan genoeg bewijs," zei ik, terwijl ik een stap naar voren deed en hem recht in de ogen keek. "Je vergat één ding, Van der Meer. Je vergat dat tien minuten op een luchthaven het verschil kunnen maken tussen de waarheid en de leugen."

De Marechaussees stapten naar voren en sloegen de handboeien met een harde klik rond de polsen van de staatssecretaris.