De Laatste Omhelzing op Schiphol
News Story

De Laatste Omhelzing op Schiphol

30 weergaven

De radar van de oude sleepboot piepte in een steeds sneller tempo. Een klein, felrood puntje bewoog zich met duizelingwekkende snelheid over het groene scherm, recht op onze positie af. Buiten op het Noordzeekanaal werd de mist doorgesneden door twee krachtige, blauwe zwaailichten en een schijnwerper die zo fel was dat hij het water veranderde in een spiegel van zilver.

"Kustwacht 04 aan het sleepvaartuig," klonk een strakke, elektronisch versterkte stem via de marifoon aan boord. "Zet direct de motoren uit en maak u gereed om geboard te worden. Dit is een bevel van het Ministerie van Veiligheid."

Willem negeerde het bericht. He trok aan het stuurwiel en stuurde de sleepboot dichter naar de oever van het kanaal, waar de kolossale stalen damwanden en oude meerpalen uit het water staken.

"Hij gebruikt een officieel Kustwachtvaartuig," zei ik, terwijl ik door het kapotte achterraam van de stuurhut keek. "Van der Meer heeft de noodtoestand uitgeroepen, nietwaar?"

"Natuurlijk," antwoordde Willem grimmig. "Hij zal beweren dat we staatsgevaarlijke terroristen zijn die een kind hebben ontvoerd. Als ze ons op het water uitschakelen, stelt niemand achteraf vragen. Een tragisch incident tijdens een nachtelijke achtervolging... de kranten zullen er vol van staan."

De snelle aanvalsboot van de Kustwacht kwam langszij. Het was een modern, zwart aluminium vaartuig met twee reusachtige buitenboordmotoren. Op het open dek stonden drie gewapende mannen, gehuld in zwarte tactische uitrusting. Naast de schipper stond Van der Meer, zijn gezicht verlicht door het rode schijnsel van de instrumenten.

"Laatst waarschuwing!" schreeuwde Van der Meer door een megaphone. "Sofia, gooi de map overboord en zet de boot stil! Als je meewerkt, garandeer ik dat het meisje niets overkomt!"

"Hij liegt, Sofia!" riep Emma vanaf de vloer van de stuurhut. "Hij heeft papa ook beloofd dat hij hem naar huis zou laten komen!"

Het kleine meisje liet voor het eerst sinds dagen haar emoties de vrije loop. Tranen van woede en verdriet stroomden over haar wangen.

Mijn beschermingsdrang vlamde op. Ik keek naar de console van de sleepboot. Naast de dieselbediening zat een grote rode hendel met het opschrift: Nooddump Cacao-Slib.

"Willem!" riep ik. "Wat doet die hendel?!"

Willem keek even opzij en er verscheen een duistere glimlach op zijn rimpelige gezicht. "Deze boot was vroeger een baggerschuit voor de cacaofabrieken. In de ruimten onder het dek zit nog drie ton dikke, vloeibare cacaorestafval en olie. Het was bedoeld om afgevoerd te worden."

"Kunnen we het spuiten?" vroeg ik.

"Als ik de overdrukpomp inschakel, spuit het twintig meter ver uit de achterpijp," zei Willem. "Maar het sloopt de motor van deze boot binnen vijf minuten."

"Vijf minuten is alles wat we nodig hebben!" schreeuwde ik. "Doe het!"

Willem haalde de rode hendel met een harde ruk naar beneden. Een diep, grommend geluid steeg op uit het ruim onder onze voeten. De scheepsdiesel begon te schudden alsof hij uit zijn voevingen zou breken.

De aanvalsboot van de Kustwacht voer nu op minder dan vijf meter afstand aan onze bakboordzijde. De mannen maakten zich gereed om met enterhaken over te springen.

"Nu, Willem!"

Met een harde knal opende de klep aan de achterzijde van de sleepboot. Een gigantische, zwarte Straal van een dikke, kleverige mengeling van cacao-olie, roet en stookolie werd onder hoge druk naar buiten gespoten. De zwarte massa sloeg met vol gewicht tegen de voorruit en de gasschuiven van de Kustwachtboot.

De schijnwerper van de aanvalsboot werd op hetzelfde moment bedekt met de dikke, zwarte pasta. De ruiten van hun stuurhut werden volledig verblind. De twee zware buitenboordmotoren van het moderne vaartuig zogen de kleverige massa in hun luchtinlaten. Met een ijswekkend, schurend geluid sloegen de motoren af.

"Het werkt!" gilde ik.

De Kustwachtboot begon stuurloos rond te draaien op de heggolven van onze sleepboot. Ik zag Van der Meer op het dek glijden over de zwarte, vette smal. He vloekte en zwaaide wild met zijn armen, terwijl zijn boot stuurloos tegen een houten afmeerdam knalde.

Maar onze overwinning was van korte duur.

De dieselmotor van de sleepboot begon hevig te roken. Zwarte stoom sloeg uit de motorkap. Willem trok wanhopig aan de hendels, maar de druk was weg. De motor gaf een laatste, luide knal en viel definitief stil.

De stroom van de boot viel uit. Het radarscherm doofde.

Stilte neerdreef over het kanaal. Het enige geluid dat overbleef was het klutsen van het koude water tegen de houten romp en het huilen van de herfstwind.

We dreven stuurloos in de richting van de gigantische sluizen van IJmuiden.

"We hebben geen motor meer," zei Willem met een schorre stem. He liet het stuurwiel los. "En het tij trekt ons naar de buitenzee."

Ik keek door het venster. De massieve betonnen deuren van de IJmuidersluis doemden op in de duisternis. En aan de kade boven de sluis stonden tientallen zwaailichten te knipperen.

Geen Kustwacht dit keer.

Het waren de zwarte pantserwagens van de Koninklijke Marechaussee.